Buurman :: Mount Everest

De verleiding is groot deze recensie te eindigen met een ronkende zin als: “Mount Everest is veruit de beste Nederlandstalige plaat van dit jaar.” Zou een beetje onnozel zijn, echter. Buurman bewijst net drie kwartier lang dat ’Nederlandstalig’, zoals Stijn Meuris al zei, geen genre is.

Neemt niet weg dat Buurman met het uitstekende debuut Rocky, Komt Altijd Terug een heuse aanwinst was voor de popmuziek in onze moerstaal, waarin een zwart gat gaapt waar een flinke jaap kosmos in kan verdwijnen. Even doormijmeren: onwaarschijnlijk hoe in Nederland het wegvallen van The Scene geen grote leemte nalaat, terwijl hier Gorki – De Mens – Noordkaap(/Monza/Meuris) een decennium na hun hoogtepunt nog altijd als een heilige drievuldigheid geldt waar voorts niemand bij in de buurt lijkt te kunnen komen. Mount Everest laat zich ook niet vastpinnen in zulke steeds weer verstikkende vergelijkingen, maar blaakt eindelijk eens van gezonde ambities die de band met een vat uitstekende, en dito gemusiceerde, songs wel eens snel zou kunnen waarmaken.

Buurman heeft een geweldige, bezielde, plaat gemaakt die de gulden middenweg vindt tussen grandeur en ingetogen. Waarop de verhalen van Geert Verdickt en de arrangementen van de hele band geen seconde minder dan meeslepend zijn. Buurman schuwt het grote geluid niet: de symfonische ouverture van opener “In Godsnaam” mag fier aan tafel schuiven bij “Starlings” van Elbow, “Mount Everest” overleeft zonder moeite onder De Klauw van U2 maar heeft al die poespas niet nodig om te beklijven (wat een song!), het weeë verlangen in “London Stansted” zou zonder de prachtige orkestraties ongetwijfeld minstens even doorleefd klinken.

Buurman weet die toeters en bellen perfect te doseren, zodat de songs — die best wel wat gewicht kunnen dragen — er niet onder bezwijken. “Speling Van Het Zonlicht” (met muziek van Lars Van Bambost) en vooral “Zweef” nemen al wat gas terug, “Alles In Zwart-Wit” en vooral de klankkleuren van “Seks En Slechte Whisky” putten uit een uitgebreider instrumentarium dat de ramen van het Nederlands wagenwijd openzet, het handelsmerk van Buurman op het debuut. Door dat alles blijft Buurman een band die verschillende genres door elkaar haspelt als een grootmoeder de namen van haar kleinkinderen. Toch laat Mount Everest zich als een pakkend geheel luisteren.

Dat is in grote mate ook te danken aan de ontzettend gedreven voordracht van Verdickt die u, wanneer hij in “Casablanca” meermaals “Geloof jij in die droom” schreeuwt, bijna met de vuist in de lucht “Ja, verdomme, ja!” doet roepen, zelfs al staat u voor de zoveelste maal voor bevroren paal in het station van Antwerpen-Berchem. Het kan ook Brussel-Noord zijn. Ook Verdickt doseert tijdig, en schuwt het drama wanneer de teksten daar ook niet om vragen: “Zweef” en “Rockster” klinken zo welgekomen ingetogen.

Die teksten staan ook op zichzelf, en roepen vanuit het tekstboekje al een stroom aan concrete beelden op. Verdickt schrijft verhalend, danst met zeldzaam en daardoor verbazingwekkend gemak rond geforceerd gerijm en heeft genoeg aan de kleinste details om kleine en grote emoties op te roepen, zoals in “London Stansted” waar een nakend afscheid zo tastbaar wordt beschreven dat het universeel wordt. De adoratie van “Zweef” is u ook al overkomen (desnoods als kind toen u inderdaad met “een borstelsteel en een kapotte gitaar” playbackte) en het meisje van “Rockster” ziet u elke dag in de trein, de bus of de file, zelfs al kent u haar naam niet. Songs als een bundel pakkende kortverhalen. Fijn ook dat een songtitel als “Tot De Zon Weer Voor U Schijnt” niet altijd een polonaise hoeft in te leiden en de aansteker bij een “Omarm Mij” (misschien het donkerste nummer van de plaat, met muziek van Tom Van Laere) ook eens een keer op zak mag blijven.

Men zou voor minder, met een dramatiek die Buurman terecht ontbeert, kunnen schrijven dat Buurman nodig is. Doen we dan ook niet. Maar van een groep die op twee jaar tijd zo gegroeid is en een uitstekend debuut op deze manier overtreft, valt nog veel te verwachten. “Zolang er nog hoop is, blijven we doorgaan” zingt Verdickt in “Sommige Mensen”. Het is hun geraden. Buurman is Nederlandstalig op een manier die we veel te weinig tot nooit horen en is van een veelzijdigheid die deze groep tot een genre op zich maakt. Te koesteren of te ontdekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in