AUTUMN FALLS :: Pearly Gate Music + Blitzen Trapper + Lambchop :: 26 november 2010, Koninklijk Circus

Vallen van de bladeren, eeuwige duisternis, opgeklopte ho!-ho!-sfeer rond de feestdis, het maakt allemaal niet uit; wat we écht missen tijdens de winter, zijn de zomerfestivals. Toutpartout doet met Autumn Falls een zeer geslaagde poging dat gat op te vullen.

De eerste avond van het driedaagse Autumn Falls is het gezelligheid troef in het Koninklijk Circus. Als eerste mag Pearly Gate Music het podium op. Nobele onbekende, maar door de aanwezigheid van Zach Tillman, broer van Josh, die u vast kent van Fleet Foxes, heeft de band een streepje voor op zoveel andere beginnende bands. Niet dat Pearly Gate Music het stigma van broer-van-band verdient, dat spreekt, maar de vraag rijst of deze band wel op dit podium zou staan mocht niet… enfin, om maar te zeggen dat we het zo nog niet weten met Pearly Gate Music.

Bij het — rijkelijk laat (damn you, Wetstraat!) — betreden van de zaal gooit Pearly Gate Music zijn interpretatie van Dylan’s “Maggies Farm” net voor de voeten van het publiek. Hoewel deze versie meer vitaliteit uitstraalt dan Bob Dylan zelf dezer dagen op het podium aan de dag legt, is twijfel de eerste reactie. En die zal de rest van de set niet wegebben. Wat Pearly Gate doet, valt onder te brengen onder de noemer aanstekelijke folkrock, maar het kabbelt allemaal net iets te veel, op caféniveau bovendien, om de passage als “ontdekking” te boekstaven.

Dan liever Blitzen Trapper. Ook dit gezelschap uit Portland, Oregon is niet vies van een portie Dylan en The Band op tijd en stond, maar komt er beter mee weg. De countryrock waar Blitzen Trapper nu al enkele platen in grossiert, neigt aanvankelijk heel sterk naar Crosby, Stills, Nash & Young. Zo pakt de band tijdens “Wild Mountain Nation”, van de gelijknamige plaat uit 2007, uit met zowel powerakkoorden als zoete harmonieën die tot goedkeurend meeknikken aanzetten.

Het is pas wanneer Blitzen Trapper met zijn meer verhalende songs op de proppen komt dat de band op zijn sterkst staat. “Black River Killer” en “Furr” laten horen dat Blitzen Trapper heel wat in zijn mars heeft en tot grootste dingen in staat is. Wanneer tijdens het afsluitende “Big Black Bird” Pearly Gate Music mee op het podium verschijnt, zitten we, dankzij het Rolling Thunder Revue-sfeertje dat plots in de zaal hangt, zowaar opnieuw bij Dylan.

Het is echter pas bij Lambchop dat de referenties naar andere muzikale grootheden hun dominantie verliezen en een band op het podium staat, die aan zichzelf genoeg heeft om het publiek in te pakken. Hoewel, band… Lambchop is nog steeds vooral het vehikel van Kurt Wagner. De man doet bij elk concert meer en meer denken aan een oude, zachtaardige opa die op zijn stoel plaatsneemt en het nieuwsgierige, toegestroomde publiek op zachte toon en, zo lijkt het wel, langs zijn neus weg, enkele levenslessen meegeeft.

De les in kwestie heet Is A Woman, de plaat waarmee Lambchop in 2002 zichzelf definitief van een plaatsje verzekerde in het boek met de belangrijkste bands van het afgelopen decennium. De bloedstollend mooie songs dwingen, zelfs wanneer in sé gewoon de plaat wordt nagespeeld, respect af, wat zich vertaalt in een publiek dat — grotendeels althans — amper durft te ademen. En terecht. Want hoewel er zeven muzikanten op het podium staan of zitten, wordt geen noot te veel gespeeld.

De noten die wél gespeeld worden, klinken zo breekbaar dat het bijna beangstigend wordt. Wagner en zijn band weten verdomd goed hoe ze het publiek aan zich moeten binden. Wanneer “My Blue Wave” met enkel een zanglijn ingezet wordt, stelt Wagner zich wel heel kwetsbaar op, maar als vervolgens bas en piano invallen, bloeit een meesterwerkje open.

En dat is het gevoel dat bijna heel het concert blijft leven. Hoewel Lambchop zelfs na al die jaren het idee blijft oproepen, dat ze soms wel heel gevaarlijk balanceren op de rand van het fout muzikaal behang zoals dat in vacuüm getrokken hotelbars te horen valt, weet Wagner zijn gezellen altijd net langs de afgrond te loodsen tot er, in het beste geval, een magische vonk opspat. Precies zoals in het Koninklijk Circus gebeurt in het geluid van de zon die door de wolken breekt met slotnummer “Is A Woman”.

Dat nadien nog een rondje gebist wordt, is onvermijdelijk, maar de vraag is of de half wilde — eat your heart out, Andrew Eldritch! — versie van “This Corrosion” nog iets bijdraagt aan het concert. Lambchop is immers op zijn best wanneer het de strot van het publiek zachtjes dichtknijpt en overweldigt met de broze schoonheid die het licht in de duisternis van dit seizoen vormt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in