Two Door Cinema Club :: 23 november 2010, Botanique

De kreet ”Waar is da feesje? Hier is da feesje!” begint stilaan een heuse trend te worden in de Belgische voetbalstadions, maar soms zijn er concerten waar die slogan evengoed thuishoort. In de Botanique bij Two Door Cinema Club bijvoorbeeld, waar de Noord-Ieren de Orangerie een uur lang overrompelden met snedige electropop. Sterk, maar toch met enkele dieptepunten.

Een jaar geleden speelde Two Door Cinema Club nog voor anderhalve man en een paardenkop in de Antwerpse Trix. De band wist toen al te overtuigen door strakke popnummers uit zijn mouwen te schudden die lonkten naar de efficiëntie van Phoenix, Vampire Weekend en Bloc Party. Toch miste de groep de scherpte om door te breken, zelfs al bestempelde de Franse pers hem destijds als the next huge thing. Met een beetje vertraging zijn de Noord-Ieren er na een jaar toch in geslaagd om een geluid te creëren dat langer dan een handvol maanden meedraait.

Voorafgegaan door enkele stevige dancebeats verschijnt Two Door Cinema Club in een nokvolle Orangerie. De muzikanten ogen fris en stralen de zelfzekerheid uit die in het prille begin nog ontbrak. Dat vertolkt zich al snel naar het podium waar “Cigarettes In The Theatre” verschroeiend uit de startblokken schiet. De drums razen als een sneltrein, terwijl de vlijmscherpe gitaarriffs van Sam Halliday het publiek al snel in extase brengen. Het doet denken aan de hitmachine van Phoenix in een hogere versnelling, maar het plaatje klopt niet helemaal: zanger Alex Trimble staat zo arrogant te zingen dat hij nooit de nichterige zang van op de plaat evenaart en zelfs gewoon voor een andere toonaard opteert.

Gelukkig herpakt Trimble zich meteen tijdens een uitstekend “Undercover Martyn”. De nummers zijn snediger en pittiger dan op plaat, en hoewel steeds dezelfde kaart wordt getrokken, stoort het niet eens dat er weinig variatie is. “Something Good Can Work” is de hit die Foals op zijn tweede album niet kon maken, en de band tast zelfs dieper om zowel nieuwere (“Handshake”), als oude nummers (“Hands Off My Cash, Monty”) voor te schotelen. Stuk voor stuk songs die over gelijkaardige (aanstekelijke) melodieën als Vampire Weekend beschikken en een refrein dat even catchy is als de doorsnee single van Lady Gaga.

Maar de debuutplaat Tourist History was geen topper, en dat laat naarmate de set vordert zijn sporen na. “Kids” en “You’re Not Stubborn” beginnen met hun zeurende gitaarriffs al snel te vervelen, en de dansbaarheid van de songs is in geen enkel opzicht te vergelijken met de rest. Het zijn máár twee dieptepunten, maar de overbodige effecten halen wel de snelheid uit het — tot dan toe — spetterende feest. Ook bij “Costume Party” en “Eat That Up, It’s Good For You” duurt het even vooraleer de nummers uit hun cocon kruipen en met gierende gitaren de Orangerie laten ontploffen.

Tijdens de bisnummers vindt Two Door Cinema Club de draai gelukkig helemaal terug. “Come Back Home” en “I Can Talk” bouwen stelselmatig op tot het kookpunt wordt bereikt, en breken dan helemaal los. Waarop het publiek als een stelletje gekken tekeer gaat.

Een uur lang gooide Two Door Cinema club zich vol overgave in zijn set en ondanks de twee rotte appels in de mand, werd het dan ook een uitstekend concert. Deze kleine Noord-Ieren worden misschien toch nog groot.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in