Submarino




Dat Thomas Vinterberg met een van zijn films ooit nog eens het
succes van ‘Festen’ zal kunnen evenaren, is haast onbeschrijflijk
klein. Dat belet hem echter niet om te evolueren als regisseur en
in zijn nieuwste, ‘Submarino’, vindt hij alvast een mooi evenwicht
tussen het bikkelharde realisme van de Dogma ’95-school en de
stilering van ‘Dear Wendy’ (of ‘It’s All About Love’, maar daar
doen we u liever niet opnieuw aan denken). Het resultaat is een
gitzwart sociaal drama over de onderbuik van de Deense maatschappij
waarin twee personages wanhopig, zonder einde of verlossing in
zicht, vechten met de wrede wereld, zichzelf en het verleden.

Net als ‘Festen’ draait ‘Submarino’ om onverwerkte jeugdtrauma’s
en het onvermogen om daaraan te ontsnappen. De betekenisvolle titel
verwijst naar een folterprocedé waarbij het hoofd van het
slachtoffer langer dan wensbaar onder water wordt gehouden – een
mooie metafoor voor wat je hier als kijker bijna twee uur lang te
verwerken krijgt. ‘Submarino’ is immers een pikzwarte film die wel
af en toe een vlammetje laat schijnen, maar dan alleen om het
daarna weer genadeloos te doven – een verstikkende ervaring,
voorwaar. En toch is er in de superieure tweede helft van de prent
ook plaats voor wat broodnodig medeleven.

Nick (een sterke Jacob Cedergren) en zijn kleine broer (een even
overtuigende Peter Plaugborg) beginnen de miserie al op te stapelen
nog voor ze de baard in de keel hebben gekregen. Een vader is
nergens te bespeuren, mama maakt er een gewoonte van haar zoons te
slaan terwijl ze zich met een lege vermoutfles in de hand vrolijk
onderpist en de jongens lusten ook al wel eens een borrel of tien.
Maar tegelijk nemen zij wel de verantwoordelijkheid om te zorgen
voor hun pasgeboren broertje. Tot het kleintje na een avondje
brassen dood in zijn wieg ligt. Twintig jaar later zijn de broers
het contact met elkaar verloren en kampen ze beiden met hun eigen
problemen: Nick komt net uit de gevangenis voor geweldpleging en
lillebror (de kleine broer die nooit bij naam wordt
genoemd) worstelt met een heroïneverslaving van De Weveriaanse
proporties, terwijl hij zo goed mogelijk probeert te zorgen voor
zijn zoontje Martin (ook Gustav Fischer Kjærulff acteert heel straf
voor zijn leeftijd).

Niet echt stuff om bij in de lucht te springen en
luidkeels “Olé!” te roepen, dus. En het gaat van kwaad naar erger.
We maken al snel kennis met Ivan, een diepgestoorde vriend van
Nick, die schijnbaar zijn eigen zus heeft verkracht en het niet kan
laten om meisjes te stalken, alleen maar om gewelddadig te worden
als ze iets tegen hem zeggen. Naast Nick woont een alleenstaande
moeder die haar zoon niet meer mag zien en zich daarom als een
depressieve prostituee door het leven sleept. Daarnaast worden we
nog getrakteerd op de meest teneerdrukkende blowjob-scène
die wij ooit hebben gezien (normaal gezien toch iets plezants,
nee?) en een zinloos geval van doodslag na een perverse seksuele
ontmoeting. Having fun yet? Dacht het niet, nee. In de
wereld van ‘Submarino’ is alles kut, donker en uitzichtloos.
The paths of glory lead but to the grave,” schreef Thomas
Gray ooit. Welnu, die van de pure miserie gaan blijkbaar dezelfde
richting uit.

Visueel weet Vinterberg zich wel te onderscheiden van de
gemiddelde probleem-van-de-week-film: grauwe, maar mooi uitgekiende
beelden worden af en toe afgewisseld met extreme close-ups voor een
gitzwarte achtergrond en soms mag een mooi muziekje uit de pen van
folkzangeres Agnes Obel de melancholie die in de beelden
vervlochten zit, wat extra emotionele draagkracht geven. Een tikje
melodramatisch, zegt u? Misschien, maar elke toets die de film een
beetje kleur geeft, neem je er met graagte bij. Wanneer de
ongenuanceerde en overzwarte milieuschets van de leefwereld van de
broers achter de rug is, krijgt de film echter een enorme
boost. Het verhaal krijgt zo halverwege opeens een veel
meer oprechte persoonlijke dimensie – niet in het minst door de
fantastisch uitgewerkte relatie tussen lillebror en zijn
zoontje – en dat doet deugd.

Niet dat je ‘Submarino’ opeens plezierig kunt gaan noemen, maar
Vinterberg geeft zijn personages wel opeens meer ruimte om te
groeien, om zich te onderscheiden als echte mensen in plaats van
bordkartonnen stereotypes. Enkele scènes tussen de twee broers
zorgen voor kippenvel en een telefoontje van lillebror aan
het eind van de film is – net als het uiteindelijke slot – zelfs
oprecht ontroerend. Het is spijtig dat Vinterberg het nodig vond om
zijn film zonder enig spoor van nuance open te trekken en meteen
alle onheil van de wereld in het gezicht van de toeschouwer te
kappen, terwijl hij eigenlijk veel sterker is in ingehouden scènes
die steunen op de personages. Een scène waarin lillebror
even een shot gaat steken in de badkamer, terwijl Martin
nietsvermoedend tv kijkt, is óók schrijnend, maar de aanpak daar is
veel minder over the top dan in pakweg de scènes met Ivan,
en de impact is daardoor ook des te groter.

‘Submarino’ is dus zeker geen onverdeeld succes, maar
uiteindelijk winnen de positieve elementen het (ironisch genoeg)
ruimschoots van de negatieve. Vinterberg lijkt ondanks alles mee te
leven met zijn personages en hoewel dat gevoel aan het begin van de
prent nagenoeg helemaal afwezig is, zaten ook wij tegen het einde
helemaal mee in het verhaal. Het is een film die ondanks zijn
fouten blijft hangen, die je aan het nadenken zet en waarna je
geenszins onberoerd terug naar buiten wandelt. Deprimerende
blowjobs of niet, voor ons is dat meer dan goed
genoeg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in