Chromeo :: 19 november 2010, Botanique

Liefhebbers van het betere dansvloerwerk hoefden zich deze week uitzonderlijk niet te beperken tot de gemiddelde club of discotheek. Ook de Botanique reserveerde twee van zijn zalen voor een weekendje hersenloos vertier dat zonder gêne op heupen en benen mikt. De aftrap van twee avonden dansen wordt gegeven door Chromeo, zaterdag volgt Ratatat.

Wie er eerder dit jaar op Dour al bij was, weet wat te verwachten van dit Joods-Arabische duo uit Montreal: funky beats en haast platte disco, met een niet te verbergen voorliefde voor de jaren tachtig. De heren plagiëren schaamteloos het halve oeuvre van Michael Jackson en kiezen niet alleen muzikaal met plezier voor de foute aanpak — het kontgewiebel van zanger Dave 1 en de afgeknipte panty over de kale knikker van toetsenist-talkboxer P-Thugg maken dat er ook visueel heel wat redenen zijn voor gefronste wenkbrauwen.

Overigens, als u er op Dour al bij was, dan hoefde u vanavond niet per se te komen. Chromeo levert nagenoeg dezelfde show af, met krak dezelfde trucjes en publieksspelletjes, en ook vanavond staat er zo veel op band dat deze tour net zo goed de Chromeo Soundmixshow had kunnen heten. En tóch is dit alweer een compleet onweerstaanbaar optreden, het soort set waarvan zelfs de inhoud van uw tuinhuis wild aan het dansen zou gaan.

Chromeo heeft dan ook een paar bijzonder lekkere nummers in zijn binnenzak zitten en dan hebben we het allerminst over die onvoorstelbaar luide intro waarin enkele meisjes de naam van de band scanderen — op dat moment vrezen we vooral voor de toestand van onze trommelvliezen. Daarna is het hek echter compleet van de dam: het hunkerende “I’m Not Contagious” wordt gevolgd door de meezingers “Outta Sight” en “Tenderoni”. Dat laatste, een ouder nummer, wordt door de uitverkochte zaal onthaald als voerde het al maanden de hitlijsten aan, terwijl — laten we eerlijk zijn — de airplay van de band tot voor kort toch eerder gering was.

Niet dit dat ook maar iemand lijkt te deren; letterlijk elk nummer — van oudje “Needy Girl” tot “Don’t Turn The Lights On” van op het nieuwe album Business Casual — wordt vanaf de eerste noten bedolven onder herkenningsapplaus en gefluit. Het publiek is duidelijk gekomen voor een feestje en dat zal het krijgen ook. Dave 1 laat zijn gitaar janken en loeien, de beat is haast te zwaar voor de zwakkere magen en P-Thugg laveert tussen zijn synths (waarvan eentje op een fraai paar lichtgevende vrouwenbenen rust) en zijn talkboxbuisje met een soepelheid die je zijn zware, in een zwart marcelleke gehulde lijf niet zou nageven. Die synths dienen bovendien voor zowat alles: epische intro in “Bonafide Lovin'”? Check. Glibberig eighties discoriedeltje in “100%”? Check. Nog een saxofoonsolo misschien? Uiteráárd: ook daar is een knopje voor.

Het is bijwijlen dan ook moeilijk om Chromeo als meer dan een — weliswaar erg sterk uitgevoerde — gimmick te zien. Elk nummer bestaat uit min of meer identieke elementen, de opbouw verschilt nauwelijks en toch hebben ze ons elke keer weer bij de lurven. Die “oh-oh-oh-oohs” in “Bonafied Lovin'”! Dat pianootje en die vettige gitaarsolo in “Momma’s Boy”! Om nog maar te zwijgen van de ultieme catchyness van “Fancy Footwork” en “Night By Night”. De originaliteitsprijs zullen ze nooit winnen maar als het op weergaloze feestjes bouwen aankomt, laat Chromeo de concurrentie ver achter zich.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 3 =