Mother (Madeo)




In 2003 was regisseur Joon-ho Bong met zijn policier ‘Memories
of Murder’ één van de twee verantwoordelijken voor de plotse
doorbraak van de Koreaanse cinema in België (de andere was
Chan-wook Park met het nóg betere ‘Oldboy’). Een filmland dat
voordien enkel op de radar van een handvol fanboys zat, werd opeens
veel meer mainstream. Niet dat die twee successen enige garanties
boden over de toekomst van de beide regisseurs. Naar Parks
‘Sympathy for Lady Vengeance’ of ‘I’m a Cyborg, But That’s Okay’
kon je lang zoeken in onze zalen. Bongs ‘The Host’ kreeg wél een
relatief opvallende release (en deed het dan ook meer dan
behoorlijk aan de kassa), maar met zijn nieuwste, ‘Mother’, heeft
hij minder geluk. In Korea kwam de prent al in 2009 uit en hoewel
de rechten al snel opgepikt werden door verdeler BFD, werd de
Belgische première er van maar uitgesteld… en uitgesteld… en
uitgesteld. Gevolg: terwijl ‘Mother’ zich moeizaam een weg naar
onze zalen bleef zoeken, kon elk beetje liefhebber de film al lang
uit het buitenland laten overkomen voor de prijs van nog geen twee
cinematickets. En dan verwondert men er zich over dat er steeds
minder mensen naar de bioscoop gaan. Anyway, van dat alles
zouden ook wij niet wakker hebben gelegen als de film niet de
moeite was. Maar dat is hij wel: Joon-ho Bong heeft van ‘Mother’
een meeslepende, pikzwarte thriller gemaakt, die wordt ondersteund
door een fenomenale hoofdrol van de moeder uit de titel, Hye-ja
Kim. Een Hitchcockiaans wrong man-verhaal, maar dan wel
gefilterd door de eigenzinnige gevoeligheden die eigen lijken te
zijn aan de Koreaanse cinema.

De moeder, van wie we de echte naam nooit te weten komen, is een
geharde vrouw van in de vijftig, die samen met haar licht mentaal
gehandicapte, 27-jarige zoon Do-joon (Bin Won) ergens in een klein
Koreaans stadje woont. Ze komt aan de kost door geneeskrachtige
kruiden te verkopen en illegale acupunctuurbehandelingen te geven,
en ze is zowat de ultieme moederkloek, die haar kind fanatiek
beschermt tegen de buitenwereld. Wanneer er een schoolmeisje
vermoord wordt in het dorp, is Do-joon de eerste verdachte – hij
wordt opgepakt, en de politie hoeft niet veel te doen om hem tot
een bekentenis te dwingen. Voor zowel de autoriteiten als de
goegemeente is de zaak daarmee opgelost, maar moederlief is
overtuigd van Do-joons onschuld en begint haar eigen onderzoek.

Als die premisse clichématig klinkt, maak je dan vooral geen
zorgen: het regent verrassingen in ‘Mother’, met een plotlijn die
er in slaagt om enerzijds nooit voorspelbaar te worden, maar
anderzijds toch steeds logisch te blijven. Joon-ho Bong stuurt zijn
verhaal voortdurend in de meest duistere richtingen, om vraagtekens
te zetten bij alle sociale conventies die we als vanzelfsprekend
aannemen. Zo blijkt het slachtoffer, een pakweg zestienjarig kind,
helemaal geen onschuldig lieverdje te zijn, maar een Laura
Palmer-achtige femme fatale (hier en daar vallen er thematische
echo’s van ‘Twin Peaks’ terug te vinden in ‘Mother’). Een foute
vriend van Do-joon, van wie de moeder automatisch veronderstelde
dat hij wel iets met de moord te maken zou hebben, blijkt helemaal
anders in elkaar te zitten dan gedacht. En ook mama zelf heeft
onvermoede dimensies – in haar pogingen om haar zoon vrij te
krijgen, verandert ze van braaf mevrouwtje in een soortement Miss
Marple en uiteindelijk zelfs in een Lady Macbeth-figuur. Niemand is
wie of wat hij lijkt, en de plotontwikkeling van ‘Mother’ is dan
ook weinig meer of minder dan het geleidelijk aan weghalen van die
verschillende lagen van de personages. In feite worden plot en
personage hier gelijkgesteld (net zoals dat ook al het geval was in
‘Memories of Murder’), wat ervoor zorgt dat je een erg
geloofwaardige, sterk gemotiveerde thriller krijgt.

Niet dat ‘Mother’ alleen functioneert als thriller. De regisseur
is misschien nog wel op zijn best in scènes waarin hij het
tragische van de situatie benadrukt. Wanneer de moeder naar de
begrafenis van het vermoorde meisje gaat om de onschuld van haar
zoon te verkondigen, dan is dat een dramatische – maar erg
menselijke – stommiteit, die een fantastische scène oplevert. En
ook de climax van de film werkt zowel op het thrillerniveau als op
een gewoon menselijk vlak.

Een wantrouwen tegenover de autoriteiten blijft hoe dan ook
centraal staan, en lijkt ook ingebakken te zitten in de Koreaanse
cinema. Oké, in de Amerikaanse films heb je ook genoeg corrupte
flikken, maar toch is het opvallend hoe dominant dat thema is bij
de Koreanen. In ‘Mother’ zien we een politiemacht die vooral
gemakzuchtig is en geen zin heeft om verder te zoeken dan hun
eerste verdachte. De ondervragingsscène van Do-joon is daarbij
veelzeggend: ze slaan de jongen niet, maar weten precies in
hoeverre ze hem moeten intimideren om een bekentenis te krijgen.
Een teken van ervaring. Wanneer de moeder een advocaat opzoekt om
Do-joon te helpen, ontpopt die zich tot een neerbuigende,
pretentieuze kwast die zich nauwelijks verwaardigt om met de moeder
te praten. Het is niet zozeer dat die autoriteitsfiguren bewust
kwaad aanrichten. Het is gewoon dat het hen geen lor kan schelen.
En dat is een gegeven dat je ook ziet in films als ‘Memories of
Murder’, ‘The Chaser’ en ‘Oldboy’.

Op vormelijk vlak blijft Joon-ho Bong relatief klassiek te werk
gaan. Net als in zijn vorige films krijgen we een elegante
cameravoering die duidelijkheid voorrang geeft op pocherige
camerabewegingen of een flitsende montage. Bong legt nergens de
nadruk op zijn visuele kunnen, maar het ís er wel – hij steekt er
geen opvallende “kijk mij hier eens indrukwekkend zwieren met de
camera”-shots in, maar zijn kleurengebruik, de manier waarop hij
zijn publiek subtiel weet te oriënteren binnen elke ruimte waarin
hij filmt en zijn gebruik van close-ups, zijn op hun eigen,
bescheiden manier, erg knap gedaan. Daar komt nog bij dat er
bijzonder sterk geacteerd wordt, vooral door oermoeder Hye-ja Kim,
die de hele film lang werkelijk geen stap verkeerd zet en elke
evolutie in haar personage perfect geloofwaardig weet te maken.
Maar ook Bin Won is overtuigend als haar zoon, met een subtiele
vertolking die zowaar heel wat humor in de film weet binnen te
smokkelen, zonder te verglijden in farce of uitlachcinema.

Dat ‘Mother’ geen foutloos parcours loopt, is voornamelijk te
wijten aan de laatste tien minuten. De film is letterlijk tien
minuten te lang – de regisseur heeft een uitstekende mogelijkheid
om zijn prent te beëindigen op een noot van bijna poëtische
tragiek, maar gaat dan toch nog even voort met een laatste
plotwending. Een twist die ook weer logisch is en inhoudelijk
weinig afbreuk doet aan de film, maar die simpelweg overdadig
aanvoelt, als een overbodige epiloog.

Maar dat terzijde is ‘Mother’ een prachtig voorbeeld van een
thriller zoals ze te weinig gemaakt worden, zeker in het
commerciële Hollywoodcircuit. Gedurfd, onvoorspelbaar en
uiteindelijk zelfs aangrijpend. ’t Is dat de flikken daar hun werk
blijkbaar niet al te best doen, of ik zou er serieus over nadenken
om naar Korea te verhuizen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in