You Will Meet a Tall, Dark Stranger




Misschien dat het maar een vooroordeel van mij is, maar over het
algemeen krijg ik de indruk dat er twee soorten oude mensen
bestaan. Je hebt de oudjes die, naarmate hun leeftijd hoger wordt,
steeds milder in het leven gaan staan – mensen die alles al wel
hebben gezien en daar dan blijkbaar een soort rust uit putten. En
dan heb je nog bejaarden die simpelweg bitter worden. Harder.
Cynischer. Woody Allen, ondertussen 75 jaar oud, lijkt me tot die
tweede categorie te behoren. Ja hoor, hij maakt nog steeds
komedies, daar niet van, maar de ondertoon van zijn films wordt
steeds giftiger, zijn blik op de mensheid steeds negatiever. Wat
geen waardeoordeel inhoudt – ‘Match Point’ was een pikzwarte film,
maar ook één van zijn beste. ‘You Will Meet a Tall, Dark Stranger’
bevat meer humor dan die eerdere film, en weet de hele tijd een
illusie van luchtigheid in stand te houden, maar is met voorsprong
de meeste wrange prent die ik dit jaar al gezien heb. Een komedie,
maar dan wel één die pijn doet.

Het verhaal draait rond twee koppels en hun amoureuze en
professionele perikelen. Alfie (Anthony Hopkins) is een zakenman
van in de zestig, die zich plots realiseert dat hij niet meer van
de jongste is, in paniek slaat en zijn echtgenote Helena (Gemma
Jones) dan ook stante pede dumpt om te gaan samenhokken met een
goed van oren en poten voorziene prostituee (Lucy Punch). Helena
gaat op een bezoek bij een waarzegster om weer wat betekenis aan
haar leven te geven. Sally (Naomi Watts) is de dochter van Alfie en
Helena, die werkt voor kunsthandelaar Greg (Antonio Banderas) en
zichzelf langzaam maar zeker verliefd op hem voelt worden. Sally’s
man Roy (Josh Brolin) is een geblokkeerde schrijver, wiens eerste
roman matig succesvol was, maar die nu moeite heeft om een opvolger
gepubliceerd te krijgen. In zijn frustratie krijgt hij steeds meer
oog voor de knappe Indische die aan de andere kant van de straat
woont.

Gedeeltelijk speelt dat verhaal zich af op een terrein dat Allen
bijna 25 jaar geleden al verkende met ‘Hannah and her Sisters’ (een
film over een man die verliefd werd op zijn schoonzus). Maar waar
de regisseur in de jaren tachtig nog leek te geloven in de
mogelijkheid tot vergeving en loutering voor zijn personages, is
hij nu veel meedogenlozer in zijn analyse van hun gebreken. In
feite komt het er op neer dat alle personages zich vasthouden aan
bepaalde illusies die ze zichzelf voorhouden. Alfie wil heel graag
geloven dat zijn kersverse bruid echt van hem houdt, terwijl ze
eigenlijk weinig meer is dan een ordinaire gold digger.
Helena klampt zich vast aan een charlatan die op simpel verzoek
pretendeert boodschappen te krijgen van gene zijde, die altijd
precies zeggen wat Helena wil horen. Roy beschouwt zijn buurvrouw
plotseling als zijn muze, en maakt zichzelf wijs dat zijn leven en
zijn carrière opeens gered zullen zijn als hij haar kan krijgen.
Zelfs Sally laat zichzelf ongelukkig maken door fantasieën over een
affaire met haar baas, die wellicht nooit zullen uitkomen. ‘Soms
kan een illusie meer helpen dan een medicijn,’ zegt Sally aan het
begin van de film, maar Allen is blijkbaar niet akkoord. In plaats
van hen te troosten of te helpen, spatten al die illusies vroeg of
laat uit elkaar, met onherstelbare gevolgen.

In dat opzicht lijkt ‘Stranger’ soms wel een soort van
light-versie van ‘Who’s Afraid of Virginia Woolf’. De
thematiek is gelijkaardig – hoe zelfbedrog aanvankelijk misschien
een uitweg uit je emotionele miserie kan bieden, maar zich
uiteindelijk toch weer op je wreekt. En ook bepaalde scènes lijken
bijna weggelopen uit Edward Albee’s toneelstuk – de personages
zuipen sloten whisky en schreeuwen soms verwijten naar elkaar met
een heftigheid waar Richard Burton en Elizabeth Taylor nog van
zouden opkijken.

Het probleem is echter dat ‘Stranger’ niet bijster toonvast is.
Allen laveert tussen humor en drama, en hoewel het natuurlijk zijn
goed recht is om genres te mixen (iets waar hij in zijn betere
films overigens erg goed in is), levert dat hier een oncomfortabele
kruisbestuiving op die nooit echt hilarisch wordt, maar je als
drama ook nooit in het kruis weet te grijpen. De oneliners waar
Allen zo goed in is, zijn hier nergens terug te vinden, maar
anderzijds speelt hij ook niet zo sterk in op de tragiek van de
personages als in pakweg ‘Crimes and Misdemeanors’ of (opnieuw)
‘Match Point’. ‘Stranger’ is eigenlijk vis noch vlees.

Daar komt bij dat niet alle personages even sterk zijn
uitgewerkt. Antonio Banderas krijgt zo goed als niets te doen in
zijn rol van kunsthandelaar en ook Anthony Hopkins zijn oude
geilaard blijft onderontwikkeld in het scenario – pas tijdens zijn
laatste scène krijgt Hopkins plots een verrassend nieuw aspect aan
zijn personage, waardoor zijn hele vertolking in extremis toch nog
tot leven komt. Maar tegen die tijd is het kalf al verdronken.
Naomi Watts heeft een interessanter personage, maar laat zich
(verrassend genoeg) verleiden tot een theatrale vertolking – of het
aan haar ligt of aan de regieaanwijzingen die ze van Allen heeft
gekregen, is natuurlijk maar de vraag, maar regelmatig zien we
Watts bloednerveus door het decor benen, een glas whisky
ostentatief in haar handen, terwijl ze tegen de andere personages
staat te gillen dat het een aard heeft. Opnieuw doet het spontaan
denken aan ‘Virginia Woolf’, maar dan niet op een flatterende
manier. Gemma Jones heeft de grappigste rol als Helena – haar
komische timing zit perfect, maar onder de humor blijven we toch
duidelijk de tristesse voelen van een bedrogen vrouw. Josh
Brolin blijft zijn reputatie verder uitbouwen met opnieuw een
uitstekende vertolking. Roy is, naar aloude dramatische traditie,
een personage met een fatal flaw, een fatale
onvolkomenheid in zijn karakter – in casu, de drang om zichzelf te
bewijzen, om vooral maar géén loser te zijn, ten koste van wie of
wat dan ook. Brolin maakt van hem een diep getroebleerd persoon,
voor wie we ergens onze sympathie bewaren, ongeacht de rottigheden
die hij uithaalt.

En op die manier heeft Allen een film gecreëerd die ergens in de
middenmoot van zijn oeuvre valt. Ergens is het niet fair – had
iemand anders ‘Stranger’ gemaakt, dan zouden we het wellicht
allemaal een boeiend verhaal gevonden hebben, dat dan wel
onmiskenbare gebreken vertoont, maar niettemin de moeite van het
bekijken meer dan waard is. Omdat het een Woody Allenfilm is, en
omdat we weten waartoe hij in staat is op zijn beste dagen, moeten
we hem middelmatig noemen. Maar ik heb het eerder gezegd en ik zeg
het opnieuw: ergens diep binnenin zich heeft Allen nog minstens één
meesterwerk zitten. Misschien dat dat zijn volgende film al
wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in