Tamara Drewe





Toen Thomas Hardy in 1874 zijn intussen klassieke roman ‘Far From
the Madding Crowd’ publiceerde, werd hij in een recensie genadeloos
onderuit geschoffeld door ene Henry James. “It is inordinately
diffuse!”,
brieste de latere spilfiguur van de Engelse,
realistische literatuur, “and the only thing we believe in are
the sheep and the dogs.”
Stephen Frears’ ‘Tamara Drewe’ –
gebaseerd op Posy Simmonds’ geactualiseerde stripversie van de
roman – kan eenzelfde gebrek aan narratieve continuïteit en
uitdieping van de personages verweten worden. Toch is het net met
die springerige vertelstijl en groteske karakterisering dat Frears
hulde brengt aan Simmonds’ interpretatie van het boek, alsook aan
de latente absurditeit van het oorspronkelijke verhaal. Thomas
Hardy goes ‘Little Brittain’, of zoiets.

In het plattelandsdorp Ewedown runt Beth Hardiment (Tamsin
Greig), de slaafse vrouw van tweederangs misdaadauteur en
eersterangs leugenaar Thomas Hardiment (Roger Allam) een
vreemdsoortige schrijverskolonie. Gefrustreerde auteurs gaan er op
zoek naar rust, inspiratie en ovenverse pasteitjes: “If it were
possible to have an orgasm from food, these mince pies would do
it!”
De opgedroogde schrijversgilde wordt op haar wenken
bediend wanneer Tamara Drewe (Gemma Arterton) terugkeert naar haar
godvergeten geboortedorp na een jarenlang verblijf in Londen. Het
verlegen kneusje van weleer blijkt uitgegroeid tot een schone blom
en wordt al snel gebombardeerd tot muze van de plaatselijke
goegemeente: naast scheefrijder Hardiment begeestert ze ook een
wollige academicus, een queer drummer, een potige
boerenknecht en twee tienermeisjes. Wat volgt is een ongedwongen
aaneenschakeling van genante situaties, pijnlijke ontmoetingen en
onzinnige toevalligheden. In een heerlijk absurde ontknoping worden
alle losse ploteindjes alsnog aan elkaar geknoopt, al moet
scenariste Moira Buffini daarvoor haar toevlucht nemen tot een
dolle boxer, een dito kudde koeien en een fikse scheut
ongerijmdheid. Een meesterlijk slot, quoi.

‘Tamara Drewe’ is bovenal een kundig gemaakte, vermakelijk film:
de dialogen zijn spits, de personages mesjogge en hun onderlinge
confrontaties hilarisch netelig. Meer nog dan enkele rake oneliners
– een opmerkzame Beth Hardiment aan het adres van haar man na één
van diens avontuurtjes: “You’re buzzing like my electric
toothbrush just after I’ve charged the batteries”
-, zijn het
de zorgvuldig getimede stiltes die je geanimeerd doen grijnzen. Na
enkele ‘zwaardere’ films (‘Chéri’, ‘The Queen’, ‘Dirty Pretty
Things’, ‘Liam’) keert Frears dus met veel bravoure terug naar het
lichtere werk, waarmee hij ook in de jaren ’90 al hoge ogen gooide
(‘Hero’, ‘The Snapper’, ‘The Van’, ‘High Fidelity’).

Ondanks die luimige toon, neemt vakman Frears in ‘Tamara Drewe’
zijn métier wel nog au sérieux. De intelligentie
van de humor zet zich dan ook op vormelijk niveau verder. Met
splitscreens, vlakke decors en een elliptische montage
refereert de film voortdurend aan het design van Simmonds’
graphic novel. Die cartooneske mise-en-scène
leidt echter nooit tot overdreven stilering en staat op geen enkel
moment de genietbaarheid van het verhaal in de weg. Net zoals
Simmonds woord en beeld combineert tot iets wat het midden houdt
tussen een strip en een roman, lijkt Frears vorm en inhoud
voortdurend tegen elkaar af te wegen. Het resultaat is een
uitgebalanceerde stijloefening waarin de grenzen van de klassieke
narratie geregeld doorbroken worden, maar nooit gratuit met de
voeten worden getreden.

Dergelijke formele spitsvondigheidheden tillen ‘Tamara Drewe’
een flink stuk uit boven het niveau van de gemiddelde zedenkomedie.
De film lijkt de doorsnee romcom zelfs openlijk te
chargeren: de klassieke liefdesweeën worden opgeblazen tot
potsierlijke proporties, het verwachte happy end berust op
kolderieke plotwendingen en de ironiserende soundtrack van
Alexandre Desplat (‘Fantastic Mr. Fox’) bespot de misère van de
verbitterde personages. Gemma Arterton combineert in een geslaagde
evenwichtsact overigens Hollywoodiaanse pathetiek met Britse
gestileerdheid, zodat ook zij bijdraagt tot het voortdurend in
vraag stellen van de gangbare genreconventies. Ware het niet voor
haar draconische prestaties in ‘The Prince of Persia’ (Mike Newell)
en ‘Clash of the Titans’ (Louis Letterier), we staken een pluim op
haar hoed.

Hoewel Tamara fungeert als brandpunt van het verhaal, blijft
haar personage behoorlijk statisch. Het zijn daarentegen de om haar
heen cirkelende nevenfiguren en hun onderlinge relaties die de
dynamiek van de film verzorgen. Vooral een geniale Tamsin Greig
slaagt er in de karikaturale Beth Hardiment te stofferen met
algemeen menselijke emoties en verlangens. Met films als ‘The
Queen’, ‘Mrs. Henderson Presents’ en ‘Mary Reilly’ dissecteerde
Frears al eerder de vrouwelijke psyche en ook nu weer ontbloot hij
met een minimum aan middelen de hartenpijn van zijn protagoniste.
Even inzoomen op een ontwijkende oogopslag, enkele seconden
temps mort na alweer een pijnlijke ontmoeting met haar
overspelige echtgenoot of doordacht gekaderde two shots
van het getroebleerde echtpaar volstaan om Beths tristesse voelbaar
te maken.

Achter de luchtige façade van ‘Tamara Drewe’ schuilt dan ook
heel wat tragiek en, zo u wil, zelfs een fijne kritiek op de
oppervlakkigheid van een geïdealiseerd, bucolisch bestaan. Frears
ontbloot ditmaal niet de gevaren van de grootstad (‘My Beautiful
Laundrette’, ‘Dirty Pretty Things’), maar wel de huichelarij van
het Britse platteland. Al snel wordt duidelijk dat achter de gevels
van Ewedowns pittoreske boerderijen veel venijn huist en dat
appeltaarten er enkel nog ten behoeve van de schone schijn worden
gebakken. Pars pro toto is de houding van de bekrompen
gemeenschap tegenover de verstedelijkte, flamboyante Tamara:
terwijl iedereen haar openlijk uitspuwt, dingt menigeen ‘in den
duik’ naar haar hand. De maatschappelijke commentaar is evenwel
nooit echt bijtend en komt ook nooit centraal te staan, zodat de
ragfijne humor nimmer verpletterd wordt door een te zwaarwichtige
moraal.

Met ‘Tamara Drewe’ levert Frears kortom een lichtvoetige film
af, zonder in te boeten aan vormelijk vakmanschap en inhoudelijke
gelaagdheid. “It’s sad, but it’s funny“, verzucht een van
de pathetische personages bij het lezen van Tamara’s
autobiografische romannetje. Die frase typeert de hele film:
intriest, maar vóór alles eenvoudigweg grappig. En daar is helemaal
niets mis mee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in