Steven H. :: Ik Steven H 12”ep

Met de opkomst en het succes van ’t Hof van Commerce en ABN meer dan tien jaar geleden werd een doos van Pandora geopend. Het ene na het andere hiphopcollectief besloot in eigen streektaal te rappen waarbij de flauwe humor, goedkope maatschappijkritiek en onbedoelde parodieën op het leven in de ruige achterbuurten van pakweg Zoerle-Parwijs afwisselend lachkrampen en plaatsvervangende gene veroorzaakten.

Nu ’t Hof van Commerce voor onbepaalde tijd in de koelkast zit en ABN niet langer dezelfde potten breekt, lijkt het ook voor de rest van het peloton afgelopen te zijn. Zelfs groepen die effectief iets te zeggen hadden zoals De Nihilisten of Sint-Andries MC’s doen er al een eeuwigheid het zwijgen toe. Dat net nu de Kasterse rapper Steven H opduikt, kan dan ook als een vloek en een zegen gelden: het momentum is al lang voorbij, maar tezelfdertijd is het geslagen gat groot genoeg om door een ambitieuze jonge kerel opgevuld te worden.

Hoewel ambitieus; als federaal ambtenaar valt het moeilijk om Steven H te verdenken van wat dan ook, laat staan ambities of inventiviteit. Ik Steven H mag dan ook als een aangename verrassing geklasseerd worden. De man die al enige jaren als MC een dubbelleven leidt, is zich perfect bewust van zijn beperkte raptalenten en relatief doorsnee leven. Maar liever dan zich de allure van gettokind aan te meten, kiest hij er voor de eigen beperking voluit uit te spelen.

In "’t Zit tegen" zorgt dit voor een hilarische zelfrelativerende reflectie op het eigen leven. Met de gretigheid van een jonge wolf schreeuwt Steven H de eigen miserie uit (een overvolle spitstrein, saai werk, een ongemakkelijke stoel,…) boven moddervette keyboards en pompende drums. Ook het meer introspectieve "Avvekeurd" met een speelse pianolijn en afgemeten bas als dominante thema’s, speelt in op het eigen ongeluk. Waar doorsnee hiphoppers vooral hun (vermeende) veroveringen uitgebreid bezingen, kiest Steven H. voor een andere aanpak.

Voor wie het op dit ogenblik nog steeds niet duidelijk is dat Steven H alles met een flinke knipoog brengt, is er "Ne saaien beat" waarin hij zich qua stijl niet alleen verwant toont met Serge "BZA" Buysse van ’t Hof van Commerce maar ook aantoont meer dan een parodiërende vorm op hiphop te brengen. De industrial beat en kale productie zorgen voor een beklemmende sfeer die het nummer een elan bezorgen die bij de andere songs ontbreekt. De kolderieke aanpak van de vorige tracks is volledig verdwenen, waardoor het potentieel van Steven H. pas echt tot zijn recht komt.

Jammer genoeg wil "Ik zoeke vuerte" grappiger zijn dan goed is en verspeelt Steven H hier bijna zijn krediet. Het nummer heeft een paar interessante hooks maar weet duidelijk zelf niet goed waar het heen wil, waardoor het finaal tussen twee stoelen valt. Ook het op jazz en funk geënte "Te late" haalt niet het niveau van de eerste drie nummers, waardoor de B-kant van deze e.p. duidelijk maakt dat Steven H nog te weinig weet welke richting hij uitwil. Een echte mislukking of flater zijn beide nummers verre van maar zeker in vergelijking met de andere songs, wegen deze twee te licht.

Ligt het aan het Westvlaamse dialect of de zelfrelativerende spot die spontaan parallellen laat trekken tussen Ik Steven H en ’t Hof van Commerce ? Feit is dat Steven H net als de Izegemse band de dunne lijn tussen (pijnlijke) parodie en eigenzinnige streekvariant perfect weet te bewandelen. Op Ik Steven H zijn weliswaar nog aardig wat schoonheidsfoutjes te ontdekken maar het potentieel is onmiskenbaar. Hiphoppuriteinen zullen er ongetwijfeld niets aan vinden, maar dat zegt vooralsnog meer over hen dan over deze e.p.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 4 =