Harris Eisenstadt :: Woodblock Prints

Hoewel hij al ruim een decennium sterke indrukken nalaat met de meest uiteenlopende projecten, is de ster van drummer Harris Eisenstadt (35) vooral de voorbije twee drie jaar aardig aan het rijzen. Bij het beluisteren van Woodblock Prints verbaast het dan ook niet dat hij wordt gezien als een van de meest veelbelovende componisten in het domein van de jazz en aanverwanten. Veel mooier dan dit vind je ze niet.

De geografische onrust van de Canadees Eisenstadt heeft ongetwijfeld bijgedragen aan zijn eclectische cv. Hij studeerde percussie bij West-Afrikaanse meesters, heeft een grondige kennis van de Europese improvisatie, resideerde aan de Amerikaanse West- en Oostkust, is geen onbekende in de Chicagoscene, en als je dan de uiteenlopende werkdomeinen erbij neemt –— gaande van freejazz en improvisatie tot kamermuziek, klassiek en theater –, dan valt zijn muziek nog moeilijker te labelen. Eerdere albums op o.a. 482 Music en Clean Feed (Guewel en Canada Day) werden uitstekend onthaald, en ook op het in januari van dit jaar opgenomen Woodblock Prints valt prachtige muziek te horen.

De onalledaagse bezetting suggereert meteen dat het hier niet zal gaan om een potje klassieke freejazz. Met niet minder dan zes blazers, waaronder tuba, hoorn, fagot en klarinet, zit Eisenstadts nonet dichter bij de kamermuziek, en het is ook in die richting dat de muziek is geëëvolueerd. Er zijn momenten van openheid, waarbij structuren bijna worden gelaten voor wat ze zijn en de muzikanten vrij spel krijgen, maar zowel naar vorm als spel vindt dit sterk aansluiting bij kamerjazz. Dat maakt de muziek er niet minder avontuurlijk op. Integendeel. Net als Bill Frisells Have A Little Faith, maar dan minder expliciet, lijkt dit album ook schatplichtig aan Amerikaanse componisten als Charles Ives en Aaron Copland.

Titel en hoes geven ook meteen mee waar Eisenstadt naartoe wilde. De Japanse traditie van de houtsneden kan terugbogen op een eeuwenoude geschiedenis van verfijning en sierlijkheid, waarden die Eisenstadt ook in zijn muziek heeft weten te brengen. Het siert hem daarbij dat hij de teugels vaak aan de anderen laat. In tegenstelling tot heel wat andere drummende bandleiders (denk aan figuren als Art Blakey, Max Roach of Tony Williams), is hij niet de dominante kracht in deze band. De man is verantwoordelijk voor de gehanteerde strategie en zorgt hier en daar voor het fundament van de composities, maar zijn inbreng is uitermate functioneel, ten dienste van de muziek.

Opmerkelijk is ook dat beide albumhelften (het album is voorlopig enkel op lp beschikbaar) een vergelijkbare structuur volgen: eerst is er een kort stuk voor drie blazers, vervolgens een langer stuk dat zorgvuldig gecomponeerd is, en tenslotte een middellang stuk dat iets meer ruimte geeft om buiten de lijnen te kleuren, met dreigende chaos (A), of dat net wel doet (B). De openers op de respectievelijke albumhelften vertrekken vanuit hetzelfde thema, maar terwijl “"Hasui”" wordt uitgevoerd door de koperblazers (Mark Taylor – hoorn, Brian Drye – trombone, Jay Rozen – tuba), wordt “"Hiroshige”" gespeeld door de rietblazers (Michael McGinnis – klarinet, Jason Mears – altsax, Sara Schoenbeck – fagot). In beide gevallen levert het een brokje weemoed op, charmant onvolmaakt en zo aandoenlijk als de albumhoes.

Beide lange tracks vertrekken ook vanuit een aarzelend begin, met morrelende percussie en blazersaanzetten, om uiteindelijk toch open te bloeien onder leiding van Eisenstadt. Wat meteen opvalt, naast de luchtige en bijna luie ritmes, is de sfeer van openheid. Die toont zich niet door uitdagend en expressief spel, maar door de zelfzekere dosering. Het is muziek die nergens dringend moet zijn en rustig kan ademen. Zowat alle solisten komen aan bod (mis vooral Schoenbecks breed uitgesmeerde fagotsolo niet!) en niets wordt hen in de weg gelegd om hun inbreng toe te voegen aan het geheel. “"After Jeff Wall”" wordt minder strak geregisseerd en biedt dan weer een mooi platform aan gitarist Jonathan Goldberger om uit te blinken met dissonante plagerijen.

Net als “"The Floating World”" teert “"Hokusai”" op een gelijkwaardige democratie, waarbij vooral opvalt hoe Eisenstadt weet te spelen met het klankenpalet van zijn blazers, met introspectieve solostukken die ineens een bijna majestueuze meeslependheid krijgen. “"Andrew Hill”", ten slotte, is naast een vermoedelijke ode aan de legendarische jazzpianist, een stuk dat aanvankelijk doet denken aan de retrojazz van Mike Reeds Stories && Negotiations, met prachtige solo’’s van trombonist Drye en saxofonist Mears, en plots omslaat naar een nerveuzer ritme dat de song uiteindelijk volledig doet openbarsten.

Woodblock Prints is niet enkel een album dat een brug slaat tussen subtiele kamermuziek en (free)jazz, maar ook een bewijs dat Eisenstadts verworven reputatie meer dan terecht is. Woodblock Prints is rijk aan ideeën, kleurrijk als de voorjaarsbloesem en prachtig uitgevoerd. Het is dan ook maar te hopen dat deze mooie plaat op termijn ook een cd- of digitale release zal krijgen (en een vervolg!), want dit verdient een zo groot mogelijke verspreiding.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in