Extraordinary Measures




John Crowley (Brendan Fraser) en zijn echtgenote Aileen (Keri
Russell) hebben twee kinderen die lijden aan de ziekte van Pompe,
een zeldzame genetische aandoening met symptomen als
spierverzwakking, ademhalings- en hartproblemen. Algemeen wordt
geschat dat de kinderen nog slechts enkele maanden te leven hebben
– het kleinste kwaaltje kan hen al fataal zijn. John, een
goedverdienende zakenman, stelt zichzelf de vraag: moet hij
machteloos blijven toekijken hoe zijn zoon en dochter tevergeefs
vechten voor hun leven? Of moet hij aankloppen bij de excentrieke
Pompe-expert Robert Stonehill (Harrison Ford), de enige die tijdig
een bruikbaar medicijn zou kunnen ontwikkelen? De vraag stellen is
ze beantwoorden: John raakt overtuigd van Stonehills visie en zet
alles op alles om de dokter, die opvallend veel trekjes vertoont
van een overjarige hippie, bij te staan.

Op papier lijken zulke ‘hoop doet leven’-verhalen een ideaal
vertrekpunt voor een dikke honderd minuten spanning (“zal het
medicijn tijdig ontwikkeld raken?!”) en drama. Films die gaan over
kinderen met een slepende ziekte, zijn echter vaak in hetzelfde
bedje ziek (no pun intended): de getroffen bloedjes zijn
net iets té schattig, de camera zoomt net iets té dicht in op hun
handen of hun ogen en de vioolmuziek op de soundtrack treedt net
iets té frequent op de voorgrond. Het slechte nieuws is dat ook
regisseur Tom Vaughan zich daardoor heeft laten verleiden en dus
allesbehalve zuinig omspringt met de strooplepel. Het goede nieuws
is dat ‘Extraordinary Measures’ meer te bieden heeft dan de
onvermijdelijke schmaltz van een ziekte-van-de-week-film.
Vaughan focust namelijk niet enkel op de doodsstrijd van zoontje
Patrick (Diego Velazquez) en dochtertje Megan (Meridith Droeger),
maar ook op de strijd die Crowley en Stonehill moeten voeren om hun
medicijn op de markt te mogen brengen. Daardoor krijg je een vrij
genuanceerd beeld over hoe de Amerikaanse farmaceutische industrie
functioneert en hoeveel administratieve formaliteiten je moet
regelen vooraleer je, bijvoorbeeld, nog maar de nodige enzymen kan
vast krijgen om je medicijn te testen.

Eens te meer primeert dus de vraag ‘Hoeveel brengt het op?’ en
niet ‘Zou dit ook echt kunnen werken?’ Begrijp dus de frustratie
van John Crowley wanneer hij zijn tijd moet verdoen met nodeloos
papierwerk, terwijl voor het leven van zijn kinderen iedere minuut
cruciaal kan zijn. Daarbij is ook een belangrijke rol weggelegd
voor Kent Webber (een fantastische Jared Harris, zie ook ‘Mad
Men’), die als staalharde bureaucraat de steriele
objectiviteitsobsessie belichaamt die de hele farmaceutische
industrie lijkt te kenmerken. Terwijl Crowley handelt vanuit zijn
verlangen om zo snel mogelijk zoveel mogelijk mensen te helpen,
handelt Webber vanuit een bijna onmenselijk,
zakelijk-wetenschappelijk perspectief. Volgens Webber mag de
wetenschap niet gecorrumpeerd worden door gevoelskwesties, en
natuurlijk valt daar iets voor te zeggen. Stel dat je een medicijn
op de markt brengt dat onvoldoende getest is en voor je het weet,
krijg je een nieuw Softenon-schandaal. Maar het is een interessant
conflict en veruit het interessantste – ik denk dat je ook zou
kunnen zeggen: het enige interessante – aspect aan ‘Extraordinary
Measures’.

Nochtans heeft scenarist Robert Nelson Jacobs, die het verhaal
ontleende aan het op feiten gebaseerde boek ‘The Cure’ van Geeta
Anand, zijn best gedaan om het script zo interessant mogelijk te
maken. Dat hij daarvoor enkele van de ‘waargebeurde feiten’ moest
aanpassen – wel ja, daar kijkt wellicht niemand meer van op. Alleen
is het opmerkelijk om te zien hoe hij het personage van de dokter –
hier Dr. Stonehill, in werkelijkheid Dr. Yuan-Tsong Chen – heeft
verwrongen tot een impulsieve, asociale, opvliegerige maar
onbegrensd geniale excentriekeling. Om een voorbeeld te geven:
terwijl Stonehill bezig is met zijn farmaceutische experimenten,
gaat hij uit de bol op luide rockmuziek – iets wat ik Dr.
Yuan-Tsong Chen, afgaande op zijn Google Images, nog niet
onmiddellijk zie doen, al weet je het natuurlijk nooit. Punt is dat
Jacobs dat personage voor Westerse kijkers zo fascinerend mogelijk
heeft willen maken: in de eerste plaats door hem als een soort
Romantisch onbegrepen genie voor te stellen, maar evenzeer door hem
in grote mate te veramerikaniseren. (En als je Indiana Jones weet
te strikken voor de rol, kan je echt niet nóg Amerikaanser gaan.)
Tussendoor vraag ik me dan af met welk gevoel Dr. Chen naar deze
film zou zitten kijken, áls hij hem al bekijkt. De man werd ooit
genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs en blijkt nu niet boeiend
genoeg om een vermelding te krijgen in een film die nota bene over
zijn eigen werk gaat. Bizar.

Maar ere wie ere toekomt: Ford doet het best behoorlijk als
Stonehill en slaagt erin om zonder veel moeite de film naar zich
toe te trekken. Telkens hij in beeld verschijnt, staat hij wel
garant voor een à twee geslaagde one-liners. Zo is het dus
eigenlijk vooral uitkijken naar een confrontatie tussen Stonehill
en Webber, dé twee uitgesproken persoonlijkheden van deze film,
maar net wanneer die confrontatie er komt, krijg je ze amper in
beeld en hoor je niets van wat er gezegd wordt. Het spijt me, dat
is gewoon onvergeeflijk. Doodjammer dat Vaughan zulke kansen laat
schieten en liever aandacht schenkt aan het reilen en zeilen van de
Crowleys, die eigenlijk een perfect, doodnormaal leventje leiden,
ware het niet voor de dodelijke ziekte van hun kinderen. Het helpt
ook niet dat de held in dit verhaal, vader John, een nogal
charismaloze stijve hark blijft, die nooit eens uit zijn rol valt
of verrassend uit de hoek komt. Enfin, zijn probleem geldt
eigenlijk voor ‘Extraordinary Measures’ in het algemeen: een
nijpend gebrek aan ballen.

Wat je dan krijgt, is een film die niet zou misstaan op Vijf TV
of Vitaya en die vroeger zelfs weleens een plaats kreeg in de
weekendprogrammatie van het toenmalige BRT1. Ik weet nog dat ik
iedere zaterdagavond, samen met mijn moeder, naar dergelijke
niemendalletjes zat te kijken, terwijl ik hoopte dat het verhaal
van de film nooit het verhaal zou worden van mijn leven. Welnu, ik
denk dat ‘Extraordinary Measures’ perfect is om samen met je moeder
te bekijken. Maar of dat nu een goede reden is om gezamenlijk naar
de dichtstbijzijnde bioscoop te trekken, laat ik aan u over.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in