Dan San + Isbells :: 14 mei 2010, Botanique

“De jeugd is zo stil geworden, meneer”, bromt onze veertigjarige buurman — een oude rocker — wel eens. En ook de effectenpedalenindustrie klaagt steen en been. Neen, veel lawaai maken ze niet, die jonge Belgische bandjes. Maar Dan San en een verschrikkelijk intimistisch Isbells bewezen dat het goed is zo.

Het tot “Grand Salon” omgebouwde Musée van de Botanique is dan ook de geschikte locatie voor ingetogen muziek die het van schoonheid en harmonie moet hebben. Of van de charmante jongensachtigheid die het Luikse Dan San tentoonspreidt. Met een hoop gitaren en een houten drum (research leert ons: een cajon; een Peruaanse handdrum) scheppen ze het soort akoestische muziek die het niet van tierlantijntjes of onverwachte koerswendingen moet hebben: het zijn folky nummertjes die het goed doen rond om het even wat dat brandt, of het nu haardvuur, kampvuur of baardvuur is.

Het mag dus geen wonder heten dat we de jongens voor hun Bota Session op goddeau.tv de straat opstuurden (u ziet het resultaat na deze klik). Meermaals hebben we het gevoel naar een gezellig buskend groepje straatmuzikanten te zitten kijken, die op een gemoedelijke manier proberen het passant zijn wat aangenamer te maken. Het lukt hen aardig, want het stemmig ingerichte zaaltje zit behoorlijk vol voor dit voorprogramma.

Het doffe geluid van de handtrom doet vaak denken aan Britse folk, en in een nummer als “Pillow” zit ergens ook de geest van Nick Drake verwaaid. Zij het dat het af en toe ook nog allemaal wat onvolgroeid klinkt, en het Franglais van zangers Jerome Magnee en Thomas Medard van een behoorlijke kigheid is. Af en toe neigt het wat naar te brave achtergrondmuziek, maar dan rukt een forser “Leaders” ons alweer uit het soezen. Dan San, we zullen het maar zeggen zoals het is, mag gerust in het rijtje “beloftes van over de taalgrens” gaan dringen.

Wie zijn belofte al langer heeft ingelost is Isbells. Gisteren speelden ze nog in het Engelse Brighton, vandaag gaan ze voor het record “stilste set ooit met vier mensen gebracht”. De groep rond (ex?-) Soonlid Gaëtan Vandewoude brengt haar set op een verschrikkelijk intieme manier. Dit moet de enige band zijn wiens concerten stiller klinken dan de platen. Zei iemand fluisterpop? Het is zelden meer op zijn plaats geweest: spaarzaam komen de klanken, voorzichtig de toetsen of — hola! — de drumslagen. Stemmen komen op een volume dat spelt: “zachtjes, maak de baby niet wakker”.

Het mag dan ook niet verwonderen dat Vandewoude een nieuw nummer droogweg aankondigt als “gebaseerd op een Syrisch slaapliedje”, maar toch is dit niet het soort zuchterige duysterfolk dat soms ergens in Amerika van een band lijkt te rollen. Daarvoor hebben songs als “As Long As It Takes” of “Reunite”, die onverhoopt zelfs de dagradio haalden, iets te veel smoel. Daarvoor is er nog altijd teveel melodie aanwezig. Isbells is een groep, en de songs hebben net zo goed veel te danken aan de knappe invulling door de ander: nu eens een mandoline, dan weer een zuchterige bassaxofoon in het knappe onversterkte bisnummer,… het zit hem vaak in de details, en in de stilte van deze avond komen ze des te meer naar voor. Parels als “Time’s Ticking” of “My Apologies” gaan er enkel maar feller van glimmen.

Toch ligt een kleine valkuil voor de voeten. Het drietal nieuwe nummers dat de groep vandaag voorzichtig liet horen, lieten immers ook duidelijk horen dat er aan de basis bijna een soort formule ligt. Als de groep het succes nog even wil laten duren met een volgende plaat, zal variatie toch aan de orde zijn. Maar laat dat kniesoren in de marge zijn. Vanavond telde: Isbells speelde wat ons betreft het (voorlopige) concert van hun leven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in