Green Zone

Jammerlijk te catalogeren onder financiële flops die we niet
hadden zien aankomen: ‘Green Zone’, een politiek geladen
actiethriller van Paul Greengrass (‘The Bourne Supremacy’ en
‘Ultimatum’), met Matt Damon (idem). Met een prijskaartje van 100
miljoen dollar en in de VS maar 34 miljoen dollar opbrengsten,
presteerde ‘Green Zone’ ver beneden de verwachtingen. Misschien dat
mensen de films over de Irakoorlog dan toch definitief beu zijn
geworden, ongeacht de star power van de cast of de
reputatie van de regisseur. Misschien dat, met het begin van het
Obama-tijdperk, er dan toch een mentaliteitsverandering heeft
plaatsgevonden onder de Amerikanen, waardoor films als ‘Green Zone’
een deel van hun actualiteit hebben verloren. Of misschien zijn ze
daar in de VS toch gewoon allemaal dommeriken en hebben ze hun
actiefilms liever zonder enige inhoud. Wie weet. Afbreuk aan de
kwaliteit van de film doet het in ieder geval niet. ‘Green Zone’ is
een intelligente en razend spannende thriller geworden, die op een
indrukwekkende manier een compromis weet te vinden tussen
entertainmentwaarde en een politieke boodschap.

Damon speelt Roy Miller, een elitesoldaat die in 2003 deel
uitmaakt van een team dat op zoek moet gaan naar de beruchte
Iraakse massavernietigingswapens in en rond Bagdad. Keer op keer
riskeren hij en zijn maten hun leven om met lege handen terug te
keren. Wanneer hij aan zijn oversten vraagt waar de informatie over
de locatie van de wapens vandaan komt, krijgt hij geen antwoord.
Miller zit dan ook vast in een frustrerende impasse. Maar daar komt
verandering in wanneer “Freddy” (Khalid Abdalla), een Iraakse
burger, naar hem toekomt met informatie over een geheime
vergadering tussen topmannen uit de entourage van Saddam. Miller
valt binnen op die vergadering, en het is raak: hij slaagt er ei zo
na in om Mohammed Al Rawi te vangen, de nummer twee van Saddams
leger. Naarmate Miller dichter in de buurt van Al Rawi komt, wordt
hij echter ook steeds meer tegengewerkt door zijn eigen overheid,
vertegenwoordig door Clark Poundstone (Greg Kinnear), een malafide
neo-con CIA-agent. Langzaam maar zeker begint het te dagen dat
Poundstone en de zijnen zelf de informatie over de aanwezigheid van
massavernietigingswapens hebben gefabriceerd, om de invasie van
Irak te rechtvaardigen, waarbij ze Al Rawi als nepbron
gebruikten.

Knipogen naar reële personen en gebeurtenissen zijn uiteraard
legio in ‘Green Zone’: we krijgen een journaliste te zien die sterk
doet denken aan Judith Miller, een verslaggeefster van de New York
Times die in de aanloop naar de invasie van Irak uitgebreid schreef
dat het land met zekerheid over MVW’s beschikte, enkel gebaseerd op
informatie van de overheid, die ze niet controleerde. En ook Achmed
Chalabi, de door de Amerikanen naar voren geduwde eerste president
van “het vrije Irak”, krijgt hier een fictieve tegenhanger.
Greengrass en scenarist Brian Helgeland weten hun verhaal sterk te
wortelen in de werkelijkheid, en dat voel je – zelfs als je al de
referenties niet meteen weet te spotten, en zelfs als je de
relaties tussen het personage en de echte persoon niet meteen weet
te leggen, krijg je sowieso de indruk dat de makers weten waar ze
het over hebben. De film straalt authenticiteit uit.

De sterke structuur van het scenario laat zich ook op andere
manieren merken. ‘Green Zone’ is zo goed als all action, all
the time.
Vanaf de eerste scène – een heftige inval in een
wc-fabriek waar duidelijk géén wapens gemaakt worden – tot de
laatste, houdt de film nooit op met bewegen. Er zitten dan ook geen
momenten in de film waarop de actie wordt stilgelegd om de plot
expliciet uit te leggen. Helgeland weet een manier te vinden om de
informatie over de plot gelijk te laten lopen met de actie, wat
niet evident is. Een complex verhaal wordt verbazingwekkend
duidelijk uitgelegd, en als je me achteraf zou vragen in welke
scènes de intrige nu eigenlijk uit de doeken wordt gedaan, dan zou
ik het moeilijk hebben om te antwoorden – je krijgt die informatie
gewoon gaandeweg, terwijl de actie continu blijft doorgaan.

Los daarvan kun je je vragen stellen over de nieuwswaarde van
‘Green Zone’. Zeven jaar na dato weten we allemaal dat de
Amerikaanse overheid de Irakoorlog heeft gerechtvaardigd met
massavernietigingswapens die er niet bleken te zijn. De enige
vragen die er nog resteren, zijn vragen die allicht nooit
beantwoord zullen worden: wie heeft er precies de valse feiten
gefabriceerd (in ‘Green Zone’ houden ze het op een
ultraconservatieve fractie van de CIA)? Wist het Witte Huis dat het
leugens waren of ze hebben ze gewoon niet te veel vragen gesteld
omdat ze ’t niet wilden weten (de film houdt het op het laatste)?
Old news, veronderstel ik, maar ondertussen is de chaos in
het Midden-Oosten nog steeds niet voorbij – elke film die peilt
naar de oorzaken daarvan, is dus sowieso relevant. Dat Greengrass
en Helgeland er ook een enorm onderhoudende actiefilm van maken, is
uiteraard mooi meegenomen.

Want man, wat is die ‘Green Zone’ een intens filmpje. De
memorabele suspensescènes zijn haast niet te tellen (die
openingsscène, de inval bij Al-Rawi, het moment waarop Miller een
ontmoeting met Al-Rawi weet te regelen en ga zo maar door), en de
actie weet altijd binnen de grenzen van het plausibele te blijven.
Matt Damon gaat trouwens door op het elan van de ‘Bourne’-films.
Hij heeft een geloofwaardige fysieke presence om de actiescènes aan
op te hangen, maar ondertussen is hij als acteur ook sterk genoeg
om altijd menselijkheid in zijn vertolking te leggen. De rol van
Roy Miller (en van Jason Bourne) had makkelijk een eendimensionale
heldenrol kunnen zijn: in dit geval, die van een stoere
supersoldaat die zichzelf probleemloos een weg door Bagdad schiet.
Maar in de handen van Damon wordt het meer dan dat. Zelfs tijdens
scènes waarin hij weinig meer moet doen dan lopen, springen en
schieten, blijf je het personage zien, in plaats van een acteur die
net van bij de personal trainer komt.

Dan is er nog de beruchte “shaky cam” waar Greengrass zo graag
gebruik van maakt. Wie de laatste twee ‘Bourne’-films heeft gezien,
weet wat dat wil zeggen: een constant bewegende camera, die meestal
de actie in close-up filmt, zodat we een heel fragmentarische, soms
verwarrende indruk krijgen van wat er aan de hand is. Die techniek
laat zich verdedigen als een heel realistische afbeelding van de
chaos van een gevechtsscène, een soort fly on the
wall-
registratie, alsof je er zelf bij was. Maar in de
praktijk maakt die aanpak het ook moeilijk om precies te volgen wat
er gebeurt, omdat er zo snel gemonteerd wordt en je nooit een
overzichtsshot krijgt. Niet zo lang geleden heb ik de drie
‘Bourne’-films nog eens opnieuw bekeken, en ik vond het eerste
deel, veel rustiger geregisseerd door Doug Liman, echt niet minder
spannend of opwindend omdat de camera stabieler bleef. Het enige
echt negatieve punt aan ‘Green Zone’ is dan ook die onophoudelijk
schuddende camera (zelfs tijdens scènes zonder actie) – ja, in
principe heeft het wel zijn nut, maar na een tijdje wil je naar het
scherm schreeuwen: “hou dat ding nu eens twee seconden stil!”. Het
scenario van ‘Green Zone’ is echt wel sterk genoeg om het zonder
dat soort van artificiële bombast te kunnen stellen.

Niettemin is ‘Green Zone’ één van de sterkste thrillers van het
voorbije jaar: altijd spannend, inhoudelijk sterk, met goede
acteerprestaties en een razend tempo. Be there!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in