Kick-Ass (Negatief)





(illustraties)

Iedereen die zich af en toe onledig houdt met kritiek, wordt
vroeg of laat met deze vraag geconfronteerd: is kwaliteit
democratisch te bepalen? Als er miljoenen mensen naar een film gaan
kijken, als ze hem stante pede de top 250 van imdb instemmen en als
ook de kritieken veelal dolenthousiast zijn, is dat dan ook per
definitie een goeie film? Ik denk het niet – de minderheidsmening
blijkt het op termijn in veel gevallen te halen, en elk jaar wordt
er wel een andere flavour of the month de hemel ingeprezen
door fanboys. Een paar jaar geleden vond iedereen ‘Pirates
of the Caribbean’ nog de beste film ooit gemaakt. Hoeveel mensen
zouden die stelling nu nog durven verdedigen?

Dat alles om u maar te vertellen dat ik behoorlijk in de war was
na het bekijken van ‘Kick-Ass’. Iedereen – inclusief onze eigen
Vincent Van Peer – was hier zo gek op, dat ik op z’n minst een
geinige actiekomedie had verwacht. Maar wat ik te zien kreeg, was
zo slecht dat ik bijna begon te twijfelen of we wel dezelfde film
hadden gezien. Had ik iets gemist (volgens de fans zal het antwoord
wel “ja” zijn)? Was ik gewoon buiten mijn weten plots veranderd in
een oude zak die de grap niet snapte (opnieuw: de fans zullen “ja”
zeggen)? Of lag het toch aan de film – was ‘Kick-Ass’ echt, zoals
ik het zag, een lege, cynische zeepbel van een prent, die met haken
en ogen aaneen hing?

Het verhaal zal vast wel bekend zijn: Dave Lizewski (Aaron
Johnson) is een nerdy tiener die zich afvraagt waarom
niemand ooit heeft geprobeerd om van zichzelf een superheld te
maken. Hij voegt de daad bij het woord, koopt online een
wetsuit dat moet dienen als vermomming en noemt zichzelf
Kick-Ass. Met meer geluk dan verstand weet hij op een avond enkele
straatcriminelen een pak rammel te verkopen – een filmpje daarvan
belandt op YouTube en voor hij het weet, is Kick-Ass een virale
sensatie. Als B-plot krijgen we een ex-politieagent (Nicolas Cage),
beter bekend als Big Daddy, die samen met zijn 11-jarige dochter
(Chloe Moretz), beter bekend als Hitgirl, echt achter een gangster
aangaat. Kick-Ass raakt toevallig betrokken bij hun queeste.

Het eerste half uur van de film werkt nog wel: regisseur Matthew
Vaughn amuseert zich met het idee dat een gewone puber de
gemaskerde superheld probeert uit te hangen. Hij laat de clichés
van het genre vrolijk clashen met de realiteit, wat enkele leuke
scènes oplevert. Het probleem is dat zodra de plotlijn rond Hitgirl
op de proppen komt, de film plots verandert in een échte
superheldenfilm. Tegen de tijd dat Kick-Ass aan het einde
rondvliegt met een jet-pack en bazookas afvuurt op zijn vijanden,
is er van parodie, of van eender welke link met de realiteit, geen
sprake meer. Dat zorgt ervoor dat de film een erg oneven toon
heeft: hij is te gewelddadig om echt grappig te zijn, maar neemt
zichzelf ook lang niet serieus genoeg om ooit spannend te worden.
De leukste momenten zijn de scènes tussendoor, waarin Dave zich
voordoet als homo om te scoren bij een knap meisje – voor de rest
is ‘Kick-Ass’ een vreemd soort hybride tussen verschillende genres,
die elkaar continu tegenwerken. Ook de plot is maar weinig
samenhangend. De back story van Big Daddy en Hitgirl wordt
ongelooflijk onhandig in de film geworpen, de motivaties van de
personages zijn op hun best wazig en het hele gegeven van de
digitale roem van Kick-Ass is misschien nog het meest
ongeloofwaardig van allemaal. Let’s face it, de
YouTube-hit van vandaag is morgen alweer vergeten, vooral omdat
Kick-Ass voor de rest eigenlijk nooit iets heroïsch doet.

Het geweld is een groot struikelblok. In dit soort comic
book movies
zijn we gewend om geweld zonder consequenties te
zien. Iemand wordt neergeschoten, valt netjes ter aarde en wordt
daarna vergeten. Hier niet: lichaamsdelen worden afgehakt en bloed
spat in het rond, maar we worden verondersteld om dat allemaal op
te vatten als ironie. Het is maar om te lachen. Om dat punt
duidelijk te maken, ga ik een gigantische spoiler schrijven. Stop
met lezen als je de film nog wilt zien. Echt. Stop nu.

Bent u er nog? Oké dan. Nicolas Cage wordt tegen het einde van
de prent in brand gezet. Terwijl hij stervende is, roept hij nog
instructies naar zijn 11-jarige spruit over hoe ze de slechteriken
aan gort moet schieten. Wanneer het allemaal voorbij is en het vuur
is uitgemaakt, is Cage nog even in leven, zij het fataal verbrand.
Zijn lippen zijn opgefikt, zodat hij nauwelijks nog kan praten,
maar hij steekt wel nog een lange, zieltogende monoloog af voor
zijn dochtertje. En I’ll be damned als Vaughn heel die
scène niet komisch bedoeld heeft. Hij vraagt aan zijn publiek om er
mee te lachen, in de naam van de ironie. Echt: ik vond het niet
meer grappig. Eerder smakeloos.

En dat soort scènes vind je in de hele film. Vaughn wil hip
wezen door zijn film zo ironisch mogelijk te maken, wat wil zeggen
dat hij niets serieus neemt: zijn personages niet, zijn plot niet,
en zeker het geweld niet. En zo eindigt hij bij een film zonder
hart of ziel, met een twijfelachtige moraliteit. Ben je een ouwe
zeur of een moraalridder als je je vragen stelt bij een meisje van
11 dat in de ene slachtpartij na de andere terechtkomt? Misschien.
Niet veel mensen lijken er van wakker te liggen, maar stel jezelf
deze vraag: als de filmmakers dat meisje nu eens op dezelfde
nonchalante manier zouden laten optreden in bewust overdreven, o zo
ironisch bedoelde seksuele situaties, wat zouden we er dàn van
zeggen? Ik denk dat veel mensen moord en brand zouden schreeuwen,
en terecht. In naam van de ironie, van het hip willen wezen,
ontslaan de filmmakers zichzelf van elke verantwoordelijkheid
tegenover hetgeen ze tonen. Zoals een andere oude zeur het al zei
in een bespreking van ‘Kick-Ass’: “I know, the movie is a
satire. But a satire of what
?” Goeie vraag – is die
onvermoeibare ironiemachine die ‘Kick-Ass’ is, ook effectief ergens
op gericht? Heeft het een doel? Of dient het enkel zichzelf?

Ja maar, hoor ik een paar slimmeriken al zeggen, hoe zit dat dan
met pakweg Quentin Tarantino? In ‘Inglourious Basterds’ ging ook
fameus wat volk dood, en dat was ook één en al ironie en
zelfreferentie. Goed punt. Alleen is Tarantino wel een betere
filmmaker dan Vaughn, die de toon van zijn film perfect controleert
– wanneer hij een scène spannend wil maken, dan is ze ook spannend.
Wanneer hij zijn publiek wil doen lachen, dan lacht het ook. Dat
scheelt behoorlijk wat. Bovendien krijg ik bij Tarantino meestal de
indruk (‘Death Proof’ was een jammerlijke uitzondering) dat zijn
personages meer zijn dan alleen maar constructies om cool te wezen,
én weet hij geweld met een haast chirurgische precisie te
gebruiken, zodat het altijd past in de opzet van zijn verhaal. De
sfeer doet ook veel: films met komisch bedoeld geweld zijn legio,
van ‘The Evil Dead’ tot godbetert de slapstick van ‘Home Alone’.
Maar de vraag is met wat voor mentaliteit de film dat geweld
presenteert. Het sfeertje rond ‘Kick-Ass’ kwam bij mij vunzig over
– je voelt de regisseur kicken op zijn eigen geweld, in plaats van
er de afstand van te bewaren die het écht ironisch en grappig zou
maken.

Meer en meer krijg ik het idee dat heel wat regisseurs die
intelligent willen lijken, zijn opgehouden met intelligente films
te maken. Ze maken gewoon domme films op een ironische manier, om
naar de kijker te knipogen dat ze eigenlijk veel slimmer zijn dan
hun eigen prent. “Het klootjesvolk neemt het misschien serieus,
maar u en ik, wij weten wel beter, hè?” Veel zelfgenoegzamer kan
een filmmaker niet worden. Als alles alleen nog maar om te lachen
is, wat is dan nog het punt van je film?

‘Kick-Ass’ is niet voor mij bestemd, maar het doelpubliek is
blijkbaar wildenthousiast – wat me benieuwd maakt wat voor reacties
ik ga krijgen op deze recensie. I dunno, misschien heb ik
inderdaad gewoon een komkommer in m’n gat zitten, maar als
‘Kick-Ass’ bij mij in een eindejaarslijstje terechtkomt, dan zal
het niet in die van de beste films zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in