Chapel Club :: 20 april 2010, Botanique

Het is deze dagen bang afwachten of muzikanten al dan niet komen opdagen door die smeulende berg in IJsland. Chapel Club wist de duivelse wolk te ontlopen en kwam in een zo goed als lege Botanique zijn eerste nummers — welgeteld zeven — voorstellen. Dat deed bij momenten verlangen naar meer, maar de af te leggen weg is nog lang.

Bedroevend dat slechts een dertigtal mensen geïnteresseerd bleken te zijn in de donkere popdeuntjes van het Londense vijftal. Met het hart bij Editors en Joy Division zou Chapel Club wel eens in de voetsporen kunnen treden van White Lies, dat vorig jaar een opmars maakte met zijn — weliswaar onorigineel maar pakkend — new-wave/rockgeluid.

Veel scherpe gitaren, een rustige bas, leidend drumspel en hier en daar onderkoelde synths. Lonkend naar het heilige drietal Editors, Joy Division en The Cure, weet Chapel Club ons gedurende een half uur in de ban te houden met zijn popcomposities. Qua originaliteit brengen de Londenaren ons echter niets. De gitaren, synthesizers en drums zijn exact dezelfde als die van de grote drie. Wel he lbben ze nu al een boekje vol potentiële hits klaarliggen. En we geven het toe: of Chapel Club nu de zoveelste copycats zijn, stoort zelfs niet, want wat we voorgeschoteld krijgen, is best aanstekelijk.

Vanaf het moment dat de eerste noot in de Witloofbar weergalmt, hangt er een mystieke sfeer in de zaal. Muzikaal klopt het allemaal tot in de puntjes. Tot Bowman in “Surfacing” een eerste maal zijn mond opentrekt. Als het gekraak van een verroeste fietsketting probeert de frontman zich op gang te trekken, maar veel beterschap komt er niet. Het is eerder bang afwachten of de ketting niet breken zal. Met een stem die op z’n beste momenten hard lijkt op die van Morrisey, kan Bowman van geluk spreken dat de rommelige geluidmix zijn vocale problemen naar de achtergrond schuift. Toch wel het grootste nadeel van deze groep.

We vrezen het ergste, tot Bowman in een uitstekend “After The Flood” alle registers opentrekt. De band smijt zich vol overgave in het spel en afgaande op het vlekkeloze samenspel lijkt Chapel Club eerder een ervaren dan een beginnende band. Ook Bowman weet stilaan op te klimmen tot nu tenminste al een matige zanger. Tot onze vreugde trekt hij dat niveau door en laat hij Harry McVeigh van White Lies vocaal nog enkele stappen achter. Zeker eerste single “O Maybe I” valt te pruimen. Er zit een portie agressie en catchy elementen in, maar vooral een aanstekelijk refrein dat na een handvol luisterbeurten door de gedachten blijft spoken.

Als er één nummer niet op zijn plaats staat, is het “Five Trees” wel. Ergens te plaatsen tussen Interpol en The Cure, brengt Chapel Club ons een eerste maal een saaie song die eerder als een mislukte cover van die laatste band klinkt. Met “White Knight Position” slaat de band dan weer de goede weg in. De onderkoelde synths komen opdraven en de Londenaren schotelen ons een song voor die een van de betere is deze avond. Vooral hun capaciteiten komen bij deze nadrukkelijk naar boven, en tonen ons aan dat Chapel Club met “White Knight Position” een hit in wording onder de arm heeft.

Het werkt wel, dat antwoord op Editors, Joy Division en The Cure. In “All The Eastern Girls” horen we Bowman’s stem terug verzwakken. De rustige ballad “Paper Thin” laat als afsluiter nochtans zien dat dit ook een andere, interessante kant aan de band is. Muzikaal zit het goed met Chapel Club, die ongetwijfeld een grote stap voorwaarts kunnen zetten. Er moeten nog enkele goede songs worden geschreven en aan Bowman’s stem moet worden geschaafd. Daarna willen we dat debuutalbum echter gerust wat luisterbeurten gunnen. We zijn benieuwd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in