Johnny Dowd :: Wake Up The Snakes

Sinds The Pawnbroker’s Wife uit 2002 verschijnt er van Dowd elke twee jaar een nieuw studioalbum. Telkens is dat iets om naar uit te kijken, want deze jonge zestiger rekenen we nog steeds tot de meest originele, frisse en verrassende artiesten van deze tijd. Album #8 is dan wel geen Dowd Grand Cru, het veegt nog steeds de vloer aan met negentig procent van wat dezer dagen op de markt verschijnt.

Opmerkelijk is ten eerste dat de Johnny Dowd Band weer eens herschikt is. Matt Saccuccimorano, die twee jaar geleden achter de drumkit mocht plaats nemen, omdat Willie B. op tournee was met Jamie Lidell, heeft het zitje permanent gekregen, terwijl zijn voorganger overgeschakeld is op baritongitaar. Dit heeft meteen al een invloed op de sound, omdat Willie B.’s stijl iets exotischer was, niet in het minst door zijn kenmerkende baspedalen. De rest van het gezelschap blijft intact, met Kim Sherwood-Caso op zang en gitaar en Mike Stark op jengelorgel.

Volgens Dowd zou deze plaat een retrotrip zijn, een bezoek aan de muziek die hij meepikte in zijn jonge jaren en zo klinkt het dan ook: de stilistische zotheid wordt een beetje gelaten voor wat ze is om plaats te ruimen voor songs die met minstens één been in de jaren vijftig en zestig staan. Het gaat dan niet om heftige rock-‘n-roll, Brit Invasion of psychedelica, maar over aan doo-wop verwante riedels en het soort afgelikte croonerspop dat grote sier maakte in de dance halls en op prom nights van die tijd. Een stijve coverband, foute slingers en stroperige fruitpunch, u kent het plaatje. Een ideale gelegenheid voor een pervert als Dowd om het zootje nog eens op zijn kop te zetten.

Nochtans begint het allemaal vrij onopvallend, met de kale groove en Duane Eddy-gitaar van “Yolanda”. Dowd recycleert hier ook even zijn eigen werk (de eerste lijnen komen rechtstreeks uit “Blood Evidence” van zijn tweede album). Het is een van de weinige keren dat je het gevoel hebt dat Dowd & Co. geen verschuiving gemaakt hebben ten opzichte van hun vorige album. Wake Up The Snakes gaat te werk zoals The Pawnbroker’s Wife en Cruel Words, die eveneens voorafgegaan werden door werken die zelfs voor heel wat fans te veel van het goede waren.

Het blijft natuurlijk moeilijk om een etiket op deze muziek te plakken: “Howlin’ Wolf Blues” zit ergens in de hoek van de garagesoul, terwijl “Swamp Woman” de mosterd gehaald lijkt te hebben bij The Stray Cats (“Stray Cat Strut”), maar wat met “Demons And Goats” (eentje die hij enkele jaren geleden met Hellwood al uit z’n mouw schudde) of het soulfestijn van “Fat Joey Brown”, inclusief jolige trombonesolo? Hoekige muziek die passeert via roots, rock, jazz en een spoken word performance, maar nooit ergens definitief aansluiting bij vindt. We zitten natuurlijk in Dowdland, een universum op zich.

Nog zo’n zwak van de man is kitsch en naar goede gewoonte wordt hier en daar geflirt met klefheid die doorgaans een vies laagje verbergt. Zo is het lieflijk klinkende “Lies” natuurlijk vintage Dowd en is de cocktaillounge van “Words Of Love” vooral bestemd voor de meest groezelige bars na twee uur ’s nachts, wanneer het seksueel getinte gelal en kettinggepaf hun hoogtepunt bereiken. Het klinkt niet altijd even geïnspireerd (vooral omdat we sommige dingen al eerder gehoord hebben), maar doorgaans werkt het wel. Dat is minder sterk het geval bij “Time” (dat net als “Lies” een paar minuten te lang duurt), en het duo “Voices” en “Organ Grinder”, dat de plaat onnodig over de zestig minuten-grens trekt.

Enerzijds is het geleden van Cemetery Shoes (2004) dat we meteen enkele opmerkingen hadden bij een album van Dowd, anderzijds blijft de eigenheid mooi intact. Het enige probleem van Wake Up The Snakes is dat van de consistentie. Terwijl A Drunkard’s Masterpiece zijn lange duur (70 minuten) kon rechtvaardigen als een alle kanten uit swingende, ambitieuze en soms grandioos op z’n smoel vallend meesterwerk, is dit een plaat die soms wat overmoedig blijft dralen en te lang aansleept. Je zou dan bijna de fout maken om ervan uit te gaan dat de oude vos zijn streken verleerd is. Bijna.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in