Jaga Jazzist + Flying Lotus

Denkt u bij muzikaal Noorwegen enkel aan bekers maagdenbloed en
gehoefde demonen? Jammer, want het land is veel meer dan de
bakermat van de blackmetal. Daar is Jaga Jazzist het beste bewijs
van. Al meer dan 15 jaar grossiert dit Noorse nonet in eclectische
en grillige schoonheid, met jazz als rode draad. Met hun
eigenzinnige sound beperken de Noren zich bovendien al lang niet
meer tot de marge van het muzieklandschap. Daar was hun optreden in
de ABBox het beste bewijs van: de bende multi-instrumentalisten
mocht immers aantreden voor een uitverkochte zaal en ze trakteerden
het publiek op een ronduit geweldig, magisch en begeesterend
concert.

Maar eerst mocht Flying Lotus de bühne betreden.
Onder deze noemer grossiert de Amerikaan Steven Ellison (het neefje
van Alice Coltrane trouwens) in een ménage à trois van hiphop,
experimentele elektronica en verwrongen soul. Versplinterde beats,
verknipte vocals, een spervuur aan bleeps en ronduit apocalyptische
subbassen: FlyLo toverde het allemaal vol overgave uit z’n laptop
en batterij elektronica. Het resultaat was een psychotische
mindfuck van een set. Denk aan Benga of Burial die al ettelijke
jaren op een dieet van Squarepusher, Venetian Snares en Aphex Twin
staan. Duister, broeierig, energiek en met nog een geweldige remix
van Radioheads ‘Idioteque’ als toemaatje. Flying Lotus was een
geweldige binnenkomer!

Niet dat Jaga Jazzist iets anders verdient. Dit
Noorse nonet is namelijk allesbehalve een kermisfanfare die
voorgekauwde deuntjes afhaspelt. Lars Horntveth en z’n kompanen
snoepen al een indrukwekkende discografie lang van verschillende
walletjes. Op hun laatste plaat ‘One-Armed Bandit
klonken ze nooit gevarieerder, maar jammer genoeg speelden ze ook
af en toe iets te veel ter meerdere eer en glorie van zichzelf.
Live werd de luisteraar echter nergens uit het oog verloren,
swingend en aanstekelijk luisterplezier stond een concert lang
centraal. Vanaf het titelnummer van de nieuwe plaat werd het
publiek meegesleurd op een rollercoaster langs krautrock, ambient,
psychedelische rock, experimentele elektronica en jazz
uiteraard.

Ook ‘Bananfluer Overalt’ en vooral het pulserende ‘Toccata’ waren
immers meeslepende mini-symfonieën die met heel veel passie,
energie en schwung gebracht werden. Volksmenner van dienst was
vooral drummer Martin Horntveth: de man liet geen ogenblik onbenut
om het publiek op te zwepen terwijl hij ondertussen de warmbloedige
sound van de band subtiel, maar krachtig dichtmepte. Ook wanneer er
in het verleden werd gedoken, scoorde de band. ‘Reminders’ (uit
‘The Stix’) was een sensuele en elegante vrijage tussen jazz en
knisperende elektronica en hoewel ‘All I Know Is Tonight’ (uit
‘What We Must’) even de mist in ging, was het heerlijk dolen in het
glooiende, cinematografische klanklandschap.

De meest opzwepende songs hadden de Noren dan weer bewaard tot het
eind. ‘Music! Dance! Drama!’ snelde als een psychedelische
sneltrein door de zaal, maar het echte slotakkoord kwam daarvoor
met een zinderend ‘Touch Of Evil’, het beste bewijs van de open
geest van deze Noren. Het geraffineerde drumwerk werd ingeruild
voor een pompende electrobeat die het concert naar een
onvermijdelijke climax stuwde. Jazz barstte nooit zo uit z’n
voegen.

De mannen én vrouw van Jaga Jazzist zijn duidelijk the real deal:
inventieve, virtuoze en bevlogen ontdekkingsreizigers die muziek
ademen. Postrockband, jazzcombo, krautrockcollectief,…: Jaga
Jazzist is het allemaal en nog veel meer. Dit was ouderwetse klasse
van een nieuwerwetse band. Kuch, Pukkelpop, kuch!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in