Edge of Darkness




Na de geheel terecht op algemeen gejubel onthaalde
Bond-reboot ‘Casino Royale’ lag de wereld heel even aan de
voeten van Martin Campbell – de man die na John Glen de eerste
regisseur werd om meer dan één Bondfilm op zijn conto te krijgen.
Na een degelijke, maar onopvallende loopbaan – vooral gevuld met
vermakelijke blockbusters als ‘GoldenEye’ en ‘The Mask of Zorro’ –
had de man eindelijk de wereldhit te pakken die hem op de kaart
zette van zowel publiek als critici. Het was dus alleen maar
afwachten met welk prestigieus project hij daarna op de proppen zou
komen. ‘Quantum of Solace’ – de hyperkinetische opvolger van
‘Casino Royale’ – passeerde echter redelijk onopgemerkt onder de
leiding van een andere regisseur, terwijl we van Martin Campbell
maar weinig te horen kregen. Geen goed idee, zou je denken, in het
door kortetermijngeheugen geplaagde Hollywood van vandaag. Toch is
zijn nieuwe prent meer dan de moeite. ‘Edge of Darkness’ is een
grimmige en verrassend complexe hybride tussen een razende
geweldtrip en een politieke fabel geworden.

Opvallend in de hoofdrol na jarenlange afwezigheid is Mel
Gibson, de knettergekke deugniet die wij niet meer op het grote
scherm aan het werk zagen sinds – wat gaat de tijd snel – ‘Signs’
uit 2002. Na een acht jaar lange, euh, sabbatsperiode – waarin hij
natuurlijk wel ‘The Passion of the Christ’ en ‘Apocalypto’ draaide
– en enkele dronken dan wel racistische schandaaltjes staat de man
er nu terug. Privé zouden wij ‘m waarschijnlijk mijden als de pest
– echt een toffe pee is het, zo vermoeden wij, niet – maar op het
scherm weet hij ons toch af en toe vrolijk te overtuigen. Na goeie
rollen in een ver verleden (in de ‘Mad Max’- en de eerste ‘Lethal
Weapon’-films) speelde hij niet echt een overvloed aan memorabele
personages, maar hier stáát hij er gelukkig wel. Mels stempel is af
en toe voelbaar in ‘Edge of Darkness’, zoals in de overtuigd
katholieke dimensie van het verhaal, maar voor één keer zien wij
dat graag door de vingers. ‘Edge’ is immers een halsstarrig
onhollywoodiaanse wraaktragedie die gelukkig meer gemeen heeft met
David Cronenbergs donkere comicverfilming ‘A History of Violence’
dan met flauwe exploitation of goedkope B-thrillers.

Mel Gibson is Thomas Craven, een oudere flik uit Boston die een
rustig leventje leidt. Zijn doodgewone bestaan wordt echter brutaal
door elkaar geschud wanneer zijn dochter Emma (Novakovic) wordt
neergeknald op zijn veranda. De daders hadden het eigenlijk op
Thomas zelf gemunt, maar die heeft geen idee waar hij vijanden zou
kunnen hebben gemaakt en stuit, wanneer hij het leven van Emma
begint te onderzoeken, op een web van leugens, corruptie en
gluiperige bedrijfsbonzen. U begrijpt dat-ie niet zal rusten voor
hij het zaakje helemaal heeft uitgepluisd, al dan niet met de hulp
van de gladde directeur van een bedrijf met een dubieus takenpakket
(Huston), Emma’s paranoïde vriendje, of de mysterieuze free
agent
Jedburgh (Winstone). Zijn zaak – this time it’s
personal
– voert hem via schimmige overheidspraktijken en
verknipte milieuactivisten naar de achterste steegjes van de
Amerikaanse politiek en een ware broeihaard van samenzweringen en
corruptie.

Het verhaal wringt zich nog in een aantal bochten en levert ook
een tegenwoordig obligaat ecologisch lesje, maar is al bij al niet
zo geweldig ingewikkeld – het is geen ‘Syriana’, maar eerder een
‘The International’. Interessanter is de manier waarop dat verhaal
verteld wordt. Er wordt genoeg ruimte gelaten voor intrigerende
details (vooral omtrent het personage van Ray Winstone) en aardige
subtiliteiten, en Campbell houdt het tempo graag strak, spannend en
onvoorspelbaar. Veel actie zit er niet in ‘Edge’, maar wanneer er
dan toch eens een gevecht of een schietpartij losbarst, dan zit het
er boenk op, en plotelementen die je had moeten zien
aankomen, blijven lang genoeg verborgen om de suspens niet te
verbrodden. Vanaf het indrukwekkende openingsshot wordt je willens
nillens in de film getrokken en als je twee uur later met een
voldaan gevoel de zaal kunt verlaten, dan weet je dat je net een
stevige brok entertainment voorgeschoteld hebt gekregen.

Meer moet je hier dan ook niet van verwachten. Campbell
pretendeert nergens het warm water opnieuw uit te vinden en de
emotionele kern van de prent – ‘Edge’ draait in se om een vader die
zijn dochter verliest – moet door het politieke gekonkelfoes en de
harde actie wat aan kracht inboeten. Ook het slot is eerder
potsierlijk dan aangrijpend, maar de finale die daaraan voorafgaat
is dan weer even krachtig als bloedstollend spannend. Campbell
probeert tegelijk te entertainen, te ontroeren en met het vingertje
te wijzen, maar het is vooral in dat eerste aspect dat hij echt
slaagt. En daar is hoegenaamd niets mis mee. Spannende, grimmige en
strak geregisseerde actiefilms kom je niet vaak tegen in Hollywood,
en zeker niet als ze dan ook nog eens gepaard gaan met een
overtuigend scenario.

Campbell is dan misschien geen Cronenberg, hij weet zijn
nieuwste prent wel mooi een eigen smoel en een stevig stel kloten
mee te geven. ‘Edge of Darkness’ toont ons Mel Gibson zoals we hem
graag zien – pissed off, met een blaffer in de hand en vrijgevig
met quotes à la “you’d better decide whether you’re hangin’ on
the cross, or bangin’ in the nails
” – en levert net dat ietsje
meer dan zijn soortgenoten. De reactie van Craven op de dood van
zijn dochter is subtiel en geloofwaardig genoeg om niet als een
smoesje over te komen en de motivatie van Jedburgh blijft je tot
aan het slot intrigeren. ‘Edge of Darkness’ is een gemene, harde,
brutale actiefilm met een randje en zo hebben wij ze graag. Veel
meer zit er niet achter, maar moesten wij niet net ‘Shutter Island’
achter de kiezen hebben gekregen, wij zouden nu al zeggen: B-film
van het jaar!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in