Dez Mona + Blackie & The Oohoos

Waarom zou ondergeschikte het in zijn hoofd halen om op een
druilerige donderdagavond een aanzienlijk aantal kilometers af te
leggen om één welbepaalde groep te bekijken? Het betreft hier Dez
Mona, een Belgische groep ontsproten uit het brein van Grégory
Frateur en Nicolas Rombauts. Ze schotelen de muziekliefhebber geen
kant-en-klare muziek voor en slechs héél uitzonderlijk treden ze op
in deze contreien. Wanneer ze dat dan doen, is het een uitgelezen
kans om al maandenlang op voorhand te watertanden.
Het veelvuldig geprezen ‘Hilfe Kommt
verscheen in de herfst van 2009 maar blijft met zijn bezwerende
kruisbestuiving van soul, jazz en zwarte magie in het hoofd
rondzweven en de ziel beroeren. Wie beter dus dan Frateur, Rombauts
en co om een collectieve muzikale duiveluitdrijving met succes af
te ronden?

De vertegenwoordigers van de white soulmusic verschenen nog niet
stante pede op het toneel, maar lieten de eer aan Blackie
& The Oohoos
om de intieme processie in de Balzaal van
de Vooruit in te leiden. Drijvende kracht achter de groep zijn de
zusjes Maieu (Loesje & Martha). De zwartharige deernes zitten
eveneens in de preselectie van Humo’s Rock Rally maar kregen de
kans om als voorprogramma van Dez Mona ook een ander doelpubliek
met hun muziek kennis te laten maken. Beide dames hadden vanop
afstand iets mee van de look van Murielle Scherre (of dat een
compliment is, laat ik terzijde), maar klonken met hun zachte
poppenstemmetjes eerder in de lijn van de zoete popsongs van
Nouvelle
Vague
. Hun eigenzinnige sound werd gecreëerd met behulp van een
echoënde gitaar, contrabas, regenstok en een veelgebruikte
xylofoon. Bij aanvang leek de muziek nog iets te vaak voort te
kabbelen zonder echte impulsen. ‘Alone Again’ bracht snel
verandering waarbij vooral de ruwere sfeer en de hoge zangstukken
in de smaak vielen. ‘Lovebirds’ was daarnaast een eigen visie op de
liefde (met een opmerkelijke fetisj) en kon op adequate wijze de
broeierige sfeer van een saloon/bordeel op het podium tot leven
brengen.
De diepe bastonen en heupwiegende muziek kwam op een zeker moment
gevaarlijk dicht bij ‘Fever’ van Peggy Lee, desalniettemin slaagde
Blackie & The Oohoos erin om toch altijd een eigen geluid naar
de voorgrond te brengen. De groep speelde langer dan voorzien, maar
dat voelde op geen enkel moment aan als een barrière. Op het einde
klonk ‘Young Running Wild Ones’ nog vrij catchy al miste het nummer
wel een zekere catharsis. De genietbare sfeerinvulling werd
niettemin verder gezet en kreeg een orgelpunt met ‘You’ waarbij de
doordachte tekst tot mijmeren aanzette. Een puik optreden zonder
echte grote gebreken.

Afleidend van het zwarte glitterjasje en de Freddie Mercury-snor,
leek Grégory Frateur van Dez Mona zich eerder op
te maken voor een nieuwe carrière als protagonist van een
rockopera. Gelukkig bleef dat plan in de koelkast steken, want de
bluesy intro met accordeon en contrabas zette al direct de gepaste
toon voor een wervelend optreden. Op overtuigende wijze werd de
overgang gemaakt naar ‘Jack’s Hat’ dat met zijn betoverende kracht
en eenvoud makkelijk het publiek kon overrompelen.
Het album ‘Hilfe Kommt’ was de rode draad doorheen het optreden,
met onder andere de verstenende schoonheid van ‘Our Time’ en de
intrigerende klankdynamiek van de orgelsynth bij ‘Beyond
Redemption’. Grootste verrassing was ‘Take Care of Business for
Me’, een nummer dat Andrew Stroud voor zijn vrouw Nina Simone
schreef. Frateur toonde nogmaals zijn expertise betreffende het
oeuvre van de zwarte zangeres (hij zong in het verleden mee in een
tribute band ter ere van Nina Simone). Niettemin bracht Dez Mona
een atypische versie waarbij vooral de weidse gesticulaties van
Frateur opvielen. Verbazingwekkend genoeg is dat niet het enige wat
er kan gezegd worden over de frontman van Dez Mona. ’s Mans
stembereik is ongezien, zoals duidelijk bleek bij ‘Get Out Of
Here’; waarbij zijn angstaanjagende timbre in een gevoelsopzwepend
refrein werd ingebed. Alsof poltergeists dreigend en kloppend
doorheen de Balzaal zweefden.
Een ander opmerkelijk moment was een onuitgegeven nummer dat het
album niet haalde (volgens Frateur was het niet omwille van de
kwaliteit) maar toch werd uitgevoerd voor het publiek. De “ode aan
mijn moeder” (van Frateur) bleef door zijn gemoedelijke karakter
nog even nazinderen.
Na ‘Distinguished Way’ bleek de setlist al zeer snel
voorbijgevlogen te zijn. De bisronde bracht echter nog enkele
leukigheden aan de oppervlakte. Eerst met een nummer van de
debuutplaat om dan uiteindelijk in schoonheid af te sluiten met
‘Passage to the Sun’.

Het was een avond die volledig in het teken stond van de menselijke
stem en haar enorme bereik. De zusjes van Blackie & The Oohoos
gaven al een kort voorsmaakje, maar het grote vocale geweld werd
pas bij Dez Mona ontketend. Het zou niettemin te makkelijk en
ongenuanceerd zijn om alles te herleiden tot de vocal performance
van Frateur. Dez Mona is namelijk een van de weinige groepen die
binnen het Belgische muzieklandschap volledig hun ding doet en zich
weinig aantrekt van heersende conventies. Helemaal terecht, zo is
gebleken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in