Arid :: Under The Cold Street Lights

Zo onverwachts Arid na zes jaar stilte met All Things Come In Waves afkwam, zo onverwacht snel is Under The Cold Street Light er. Zo uitstekend de voorganger was, zo onverwacht zwak is deze opvolger die veel te aarzelend nieuwe wegen wil inslaan.

Op ATCIW deed Arid wat de groep moest doen: uitgaan van de sterkte van de songs. Die behoefden geen vocale capriolen, noch productionele ezelsbruggetjes die de songs over het paard moesten tillen. Het was een verrassend sobere, melodieuze plaat die geen herhalingsoefening was van wat Arid in het eerste deel van ’s bands carrière deed. Eerder een verdieping. Gewoon them and their melody. Geen memorabele plaat, maar twee jaar later is het nog steeds meer dan aangenaam luisteren.

Het probleem met UTCSL is dat niets van dat alles toepasbaar is. Arid is deze keer vergeten echt goede songs te schrijven, met ook nog de pech dat de beste songs in een manke productie worden gegoten. De plaat klinkt niet half zo mooi én niet half zo vuil als de bedoeling leek te zijn. Dit is hit and miss: de ene keer lijkt de groep te hard te proberen, de andere keer niet hard genoeg.

Zo is single "Come On" in wezen een sterke song met een dijk van een refrein, waarin "overstuurde" gitaren vanaf de eerste seconde echter bressen slaan die het doen wegzinken. Verkeerde keuzes maken, heet dat dan. Opener "The Flood" begint ambitieus aan de plaat, maar komt nooit echt van de grond. Het gevoel van die eerste vijf minuten zal dan ook de hele plaat blijven hangen: er komt nog niet half uit wat erin zit. Er wordt geëxperimenteerd met nieuwe synthgeluiden en af en toe een voor Arid nieuw instrument als de autoharp, maar die komen geenszins de songs ten goede. Waar de keyboards op de voorganger voor een onderkoeld-melancholisch sfeertje zorgden, komen ze hier al te vaak als een idiote streaker het veld opgelopen in het midden van een spannende match.

Geen wonder dat foute vergelijkingen, die de band twee jaar geleden keurig en ongeforceerd buiten wist te houden, nu wel te pas en te onpas opduiken. "Something Brighter" is een idee dat waarschijnlijk op een velletje ligt te vergelen in een schuif in de studio’s van Keane, "Broken Dancer" klinkt dan weer als de foetus die tot "Mirror Ball" is opgegroeid. Dat kon nooit de bedoeling zijn. Dit is gas willen geven maar geen seconde de ontkoppeling lossen. Zo rijd je je auto trouwens naar de kloten.

Halfweg zakt de plaat helemaal in. "Seven Odd Years" is niet meer dan een half uitgewerkt idee, maar het klinkt niet alsof een jaartje langer schaven dit het demoniveau had doen overstijgen. "All That’s Here Is All That’s Left" klinkt ook niet overtuigend: dit heeft Arid al meer en beter geschreven. Steverlynck lijkt dat zo te horen zelf ook te beseffen. In het zweverige "Mindless" probeert de productie een brug te bouwen tussen de oude Arid en een groep die aarzelend nieuwe wegen verkent, maar op stevige fundamenten is het allerminst gebouwd. Daarvoor durft de groep nog niet goed genoeg: elke stap vooruit is er twee achteruit. En zo valt deze plaat tussen twee stoelen, het is een overgangsplaat die er geen had moeten zijn.

Enkele keren is het wél raak: straffe afsluiter "Cold Street Lights" slaat eindelijk de gensters die "The Flood" een half uur eerder had beloofd en leidt tot een verzengende climax die zijn gelijke in Arids repertoire niet kent – zó klinkt dus een jamsessie tussen U2 en Arcade Fire, fijn om weten. Het had een betere plaat om af te sluiten verdiend. "Custom Gold" is dan weer even complexloos als charmerend en het energiekste wat Arid de laatste acht jaar op plaat heeft gezet.

We kijken er dan ook naar uit om die laatste nummers live te horen. En misschien is dat wel het enige bestaansrecht van deze plaat: live nog eens de hort op kunnen tussen andere projecten van de bandleden door. Arid moet echter met betere argumenten kunnen komen om zijn bestaansrecht te staven. Benieuwd wat hierna volgt, of of er überhaupt nog iets volgt – want dat blijft telkens toch weer afwachten met deze band. In dat laatste geval verdient Arid een beter epiloog dan dit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in