The Imaginarium of Dr. Parnassus

Driewerf hoera, want Terry Gilliam heeft alweer de productie van
een film overleefd. En in zijn geval is dat verdorie nog geen
evidentie. The unluckiest man in movies moest in het
verleden al afrekenen met lastige studiobazen (‘Brazil‘), charlatans van
producers (‘Baron
Munchausen
‘), acteurs met prostaatproblemen, stormen die hele
sets wegspoelden en constant overvliegende F16’s (allemaal het
onvoltooide ‘The Man who Killed Don Quixote’). En guess
what:
tijdens het draaien van ‘The Imaginarium of Doctor
Parnassus’ viel zijn ster, Heath Ledger, dood. Tijdens de
postproductie liet ook producent William Vance het leven, ten
gevolge van sarcoom. En alsof dat allemaal nog niet genoeg was,
werd Gilliam zelf in september 2008 aangereden door een auto. Een
mens moet in zijn vorig leven toch al minstens Hitler of Atilla de
Hun zijn geweest om zoveel bad karma te verdienen. Maar
aan het einde van de rit is er ook goed nieuws: ‘The Imaginarium of
Doctor Parnassus’ is een volbloed Terry Gilliamfilm geworden, met
alle voor- en nadelen die daarbij horen. De lovers en de
haters mogen dus bij deze al hun kamp kiezen.

De plot gaat over Dr. Parnassus (Christopher Plummer), een man
die ooit een weddenschap aanging met old Nick, de duivel
(een schitterende Tom Waits), en zo onsterfelijk werd. Sindsdien
reist hij rond met een theatergezelschap in een ouderwetse
toneelkar, die mensen toestaat om door een magische spiegel hun
eigen verbeelding binnen te stappen. Maar de tijden zijn veranderd
en mensen hebben geen fantasie meer. De kar van Dr. Parnassus wordt
hooguit nog bezocht door een paar zatlappen, terwijl de dokter zelf
ondertussen zijn oneindig leven fameus beu is geworden. Hij sluit
dan maar een deal met old Nick die heel ernstige gevolgen
zal hebben. Hij vraagt de duivel zijn sterfelijkheid terug, maar in
ruil moet hij zijn dochter Valentina (Lily Cole) aan Nick geven op
haar zestiende verjaardag. Aan het begin van de film komt die
verjaardag gevaarlijk dichtbij en Dr. Parnassus is ten einde raad.
Maar dan komt het gezelschap plots Tony (Heath Ledger) tegen, een
mysterieuze vreemdeling met geheugenverlies.

Voor het eerst in 20 jaar werkt Terry Gilliam opnieuw samen met
Charles McKeown, de schrijver die ook bijdroeg aan ‘Brazil‘ en ‘Baron Munchausen‘, en
op de één of andere manier leidde dat ook thematisch voor een
terugkeer naar de bron. Niet voor de eerste keer heeft Gilliam het
over de sterfelijkheid (die ook al sterk aanwezig was in ‘Munchausen‘): Parnassus
is een oudere man die zijn dochter goed terecht wil zien komen, om
vervolgens rustig te kunnen sterven. Hij heeft de onsterfelijkheid
al gehad, en weet dat het geen geluk brengt. En, net zoals in bijna
àl zijn vorige films, keert de regisseur ook weer terug naar de
tegenstelling tussen fantasie en het vastzitten in de realiteit.
Telkens wanneer iemand door de magische spiegel van Dr. Parnassus
loopt, komt hij in zijn eigen fantasie terecht – een ideale wereld,
letterlijk uit je dromen. Maar telkens opnieuw moeten die mensen
ook een morele keuze maken: de duivel verleidt hen met makkelijke,
aardse genoegens, zoals drank en seks. De vraag is dan of mensen de
moed hebben om te kiezen voor hun dromen, in plaats voor toch maar
te gaan voor het genot dat ze kennen van thuis, uit de
realiteit.

Je kunt zelfs een biografische link leggen tussen Gilliam en Dr.
Parnassus, waarin de regisseur een ouder wordende verhalenverteller
is die wanhopig probeert om mensen te boeien met zijn spektakels,
terwijl de wereld steeds onverschilliger wordt. Gilliam is een
fantast in een pragmatische wereld, die dan ook regelmatig klappen
krijgt van die wereld. Veel critici hebben de regisseur alweer de
standaard verwijten gemaakt, die gedeeltelijk ook wel terecht zijn:
‘The Imaginarium of Doctor Parnassus’ vuurt onophoudelijk nieuwe
ideeën, thema’s en plotelementen op je af, tot op het punt dat de
film simpelweg uitputtend kan lijken. Meestal wordt dan in
recensies gesproken van een chaos, maar ‘Doctor Parnassus’ is
eigenlijk vrij strak gestructureerd, met een duidelijk afgebakende
basislijn, die zich in de echte wereld afspeelt, en dan enkele
fantasiesegmenten achter de spiegel. Gilliams probleem is niet dat
zijn scenario chaotisch is, maar wel dat elke scène tsjokvol met
informatie zit, die je vaak pas na een tweede en derde visie kunt
plaatsen.

Gekoppeld daaraan krijgen we de gebruikelijke visuele pracht en
praal waar de regisseur voor gekend is. Een tango tussen
spiegelscherven, een landschap vol levensgrote schoenen, een
eindconfrontatie op een angstaanjagend hoge klif en ga zo maar
door: ‘The Imaginarium of Doctor Parnassus’ is altijd visueel
vindingrijk en prachtig om naar te kijken. Dit is de eerste keer
dat Gilliam uitgebreid gebruik maakt van CGI, en hoewel de
nostalgie naar de ouderwetse analoge effecten van ‘Brazil‘ toch doorsijpelt,
is de look van de film alleen al reden genoeg om te gaan
kijken.

Dat alles neemt niet weg dat het basisprobleem van elke
Gilliamfilm ook aanwezig blijft: het is te veel om te verwerken in
één keer. We krijgen een complexe plot, verschillende thema’s,
ongelooflijk veel visuele spielerei (die soms rechtstreeks
refereert naar Gilliams Monty Python-verleden; check het liedje van
de gewelddadige flikken en de luchtballon met het gezicht van Dr.
Parnassus) en personages waarvan we aanvoelen dat ze symbolisch
bedoeld zijn, zonder dat het meteen duidelijk wordt wat ze
voorstellen. Dat is veel voor één film. Heel veel. Aan het einde
weet je dan ook dat je iets speciaals hebt gezien, maar eerlijk
gezegd ben je ook een beetje blij dat het gedaan is, zodat je alles
op een rijtje kunt proberen te zetten. Gilliam geeft zijn publiek
geen ademruimte, wat er voor zorgt dat ‘Doctor Parnassus’ opnieuw
een film is geworden die allicht beter zal worden bij meerdere
visies.

De acteurs helpen in ieder geval: Christopher Plummer speelt een
fantastisch waardige dokter Parnassus, terwijl Heath Ledger
oké-maar-ook-niet-veel-meer is als Tony. De show wordt gestolen
door Verne “Mini-Me” Troyer als spitse sidekick, en vooral
door Tom Waits, die een duivel neerzet waar ik ogenblikkelijk mijn
ziel aan zou verkopen. Charmant, geestig en geraffineerd, is dit
wellicht Waits’ beste filmoptreden tot nu toe.

Wie het oeuvre van Gilliam kent, weet waar hij aan toe is: ‘The
Imaginarium of Doctor Parnassus’ is vermoeiend, veeleisend,
luidruchtig en soms verwarrend. Maar hij is ook betoverend,
origineel, verrassend en heel af en toe zelfs briljant. De
lovers gaan hier absoluut gek van zijn, de haters
zullen zelden iets zo sterk gehaat hebben. Tot welk kamp behoort
u?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in