Percy Jackson & the Olympians :: The Lightning Thief




Niet dat ik er rechtstreeks ervaring mee heb, maar ik heb het
vermoeden dat iedereen die tegenwoordig een film gaat
pitchen bij de grote Amerikaanse studio’s, ogenblikkelijk
de vraag “kunnen we hier een reeks van maken?” voor de voeten
geworpen krijgt. Zo om de twee à drie maanden krijgen we immers wel
een would-be franchise starter in de zalen – een prent
(meestal gericht op tieners) die expliciet gemaakt is om een ‘Harry
Potter’-achtige fanbasis te genereren, zodat er achteraf een schier
eindeloze reeks sequels op gemaakt kan worden. Mochten al
die startfilms ook effectief leiden tot een nieuwe serie, dan
zouden we binnen dit en drie jaar leven in een filmlandschap dat,
nog meer dan nu al het geval is, enkel nog bestaat uit vervolgen op
rip-offs van vervolgen op films die gebaseerd zijn op vervolgen op
fantasyboeken. Of zoiets (lees hem gerust twee keer, de zin klopt,
hoor). Gelukkig hebben deze franchise starters nogal
dikwijls de neiging om te floppen. ‘Narnia‘, ‘The Golden Compass‘ en
nog niet zo lang geleden ‘Cirque du Freak‘ waren
allemaal ofwel lichte teleurstellingen, ofwel simpelweg commerciële
mislukkingen (om over het artistieke niveau nog maar te zwijgen).
Chris Columbus, de man die zo’n tien jaar geleden de ‘Harry
Potter’-films op gang trok, probeert nu dezelfde truc nog eens over
met ‘Percy Jackson & the Olympians’, een verfilming van het
gelijknamige boek van Rick Riordan. Een boek waar op het moment van
schrijven al vier vervolgen op bestaan. En nog een nest
companion books. En een graphic novel. Enfin, u
merkt al waar dit naartoe gaat.

Percy Jackson (Logan Lerman) is een zeventienjarige jongen met
de gebruikelijke problemen: dyslexie, adhd en een stiefvader die
zich louter uitdrukt in sympathieke one-liners zoals: “Woman,
get me more beer!”
Dit laatste gesnauwd in de richting van
Percy’s moeder, gespeeld door Catherine Keener in triestige
huisvrouw-modus. Zijn problemen worden er niet bepaald eenvoudiger
op wanneer hij te weten komt dat hij eigenlijk het resultaat is van
een nachtje rommelen tussen zijn mama en de Griekse zeegod Poseidon
– de details van dat avontuurtje worden ons godzijdank bespaard,
maar u mag gerust zelf een witz bedenken met het woord “nat” er in.
Yup, Percy Jackson is een halfgod en wat meer is: hij
wordt er meteen ook van verdacht de bliksemschicht van oppergod
Zeus te hebben gestolen. Zeus kan daar bepaald niet mee lachen en
dus is het nu aan Percy om zijn onschuld te bewijzen en de bliksem
terug te vinden.

Eerst maar het goede nieuws? Er zitten een paar knappe shots in
‘Percy Jackson’. Nee, echt. Zowel de onderwereld (die zich in
Hollywood bevindt, ha-ha-ha) als de Olympus zijn indrukwekkend
vormgegeven. Zo indrukwekkend zelfs, dat ik het jammer begon te
vinden dat die irritante personages steeds in de weg liepen – ik
wou het beeld stilzetten om op m’n gemakje naar de details van de
CGI-landschappen te kijken, waarna het verder uitzitten van de film
eigenlijk optioneel was. Ook bepaalde (zij het niet alle)
actiescènes zijn oké: een confrontatie met een hydra (een soort
driekoppig draak/slang-geval) is dan wel lichtjes gepikt uit de
Disney-tekenfilm ‘Hercules’, maar werkt wel. En hey, elke
actiescène waarin de held rondvliegt op basketsloefkes met
vleugels, verdient sowieso punten.

Maar daar houdt het dan ook wel mee op. Het zal in dit geval
vast verloren moeite zijn om te klagen over een simplistisch
scenario, maar for the record: het verhaal is zelfs voor
een kinderfilm wel erg flauw, en wordt dan nog aan de man gebracht
met alle subtiliteit van een voorhamer op de schedel. Er is geen
enkel plotpunt dat geen vier, vijf keer wordt uitgelegd, allicht
opdat zelfs de grootste adhd-lijder in het publiek het gesnapt zou
hebben. En de dialogen bestaan alweer uit die louter functionele
teksten waar ze in hersendode Amerikaanse films het patent op
hebben, genre: “Snel, we moeten naar Las Vegas gaan om daar een
parel te vinden waarmee we naar de onderwereld kunnen reizen om
mijn moeder te redden!” Met als repliek dan iets in de stijl van:
“Oh nee, daar word ik nu wel bang van, hoor!” Enfin, je merkt het:
uit het leven gegrepen, die dialogen.

In dat opzicht is het misschien ook relevant om te vermelden dat
in de boeken de personages maar twaalf jaar oud waren – in de film
hebben ze dat verhoogd naar circa zestien, zeventien. Daar zijn
twee redenen voor: ten eerste is het een pak makkelijker om met
acteurs van een jaar of achttien te werken dan met kinderen. En ten
tweede staat het je toe om een voor de hand liggende romantische
subplot in je film te verwerken – want natùùrlijk heeft Percy
tijdens zijn zoektocht naar de bliksemschicht van Zeus ook
touche met een barely legal, edoch goed van oren
en poten voorziene brunette. Wat dacht je dan? Nu goed, niet dat je
me daarover hoort zeuren. De romance tussen de twee heeft eigenlijk
niets in de film te zoeken, maar love interest Alexandra
Daddario mag gezien worden.

Wat nog iets anders is dan te zeggen dat ze ook kan acteren. De
drie jongelui die de hoofdrollen voor hun rekening nemen (Logan
Lerman als Percy, Brandon T. Jackson als de obligate “beste vriend”
die moet dienen als komische sidekick en Daddario als
excuustruus), kennen hun teksten mooi van buiten en slagen er in om
niet recht in de camera te kijken en geen rekwisieten omver te
lopen, maar dat is het dan ook wel zo’n beetje. Niet dat het
scenario hen echt veel kans geeft om enig talent te verraden – dus
laten we voor de aardigheid ons eindoordeel over hen maar even
opschorten tot ze in een echte film zitten. In de bijrollen krijgen
we een resem Hollywoodsterren als geassorteerde Griekse goden, die
blijkbaar unaniem besloten hebben dat schaamteloos over de top gaan
de enige mogelijke aanpak is. Pierce Brosnan loopt rond met een
paardenkont als centaur maar geeft geen krimp – hij vertoont hier
evenveel aplomb als in eender welke James Bondfilm. Uma
Thurman speelt Medusa en loopt dan ook rond met het meest bizarre
kapsel sinds Tom Hanks in ‘The Da Vinci Code’, maar ook zij bewaart
bij dat alles een uitgestreken gezicht. Steve Coogan amuseert zich
te pletter als Hades, god van de onderwereld en rockster in ‘t
diepst van zijn gedachten, en dan is er nog Sean Bean als Zeus, die
er blijkbaar van overtuigd is dat hij nog steeds in ‘Lord of the
Rings’ rondloopt.

‘Percy Jackson’ is, om kort te gaan, een bespottelijke film.
Letterlijk: ik was niet de enige in het publiek die regelmatig met
de slappe lach zat op momenten dat dit niet de bedoeling was. De
prent bestaat uit 120 minuten schaamteloze product
placement
(vooral voor de iPod en All-Stars), onnozele
plotwendingen en bizarre acteerprestaties. En zo willen ze er dus
nog minstens vier maken. Laat ze dat niet toe en doe zoals bij
‘The Golden
Compass
‘: blijf thuis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in