David Gray :: 4 februari 2010, AB

Er is altijd wel iets. Zo ook donderdagavond, wanneer de Britse singer-songwriter David Gray eindelijk zijn uitstekende nieuwe plaat aangrijpt voor een rondje in de knusse AB. Zijn vorige passage in de belaagde hoofdstad dateert alweer van vier jaar geleden, maar de fut was toch wat van het vat.

Al een tijdje was het geduldig wachten op nieuw werk van deze schorre singer-songwriter uit Manchester. So much to answer for dus, maar met het sprankelende Draw The Line werd vorig jaar de kraan van teleurstelling fors dichtgedraaid. ‘Op zijn soberst snijdt Gray het diepst.’, schreef Weltschmertz-collega (pn) al toen hij de essentie van Gray wist te vatten. En zo was het ook vorige donderdagavond.

Het bordje ‘uitverkocht’ hangt al een hele poos te bengelen aan de voordeur, maar het is voor een rij of tien matig geïnteresseerden dat Matthew Houck nog maar eens enkele zieltjes probeert te winnen. Als pseudoniem had hij in een onbewaakt moment voor Phosphorescent gekozen, maar iedereen maakt fouten. Ja, ook Linda De Win. We horen flarden Will Oldham, een erg kale versie van ‘I Am a Full Grown Man (I Will Lay in the Grass All Day)’ en een poging om de onvolprezen Joseph Arthur naar de kroon te steken met repetitieve loops. We houden het twee pinten vol.

David Gray daarentegen verzamelt een in strak maatpak gestoken band rond zich op het podium. Een nieuwe begeleidingsband, want de zanger had ook resoluut een streep getrokken onder de samenwerking met vertrouwden. De groep speelt vlekkeloos, gaat gewillig mee in Gray’s gecontroleerde pathos, maar mist bij momenten toch wat bezieling. Misschien vertrouwen we mensen in maatpakken te weinig, maar de Johan Cruyff in ons vindt dan maar gelaten dat elk vooroordeel ook zijn nadeel heb.

Met openingsnummer ‘Draw The Line’ (het statement is u ondertussen duidelijk?) slentert Gray het concert op gang. Het is aarzelend binnenkomen met een heerlijk verontschuldigend kuchje. Een uitverkochte AB kruipt wat dichter bij elkaar voor dik anderhalf uur superieure knuffelrock. En daar wil het schoentje dan ook wel eens wringen en knellen bij dit soort ongevaarlijke popmuziek. Een portie Loonse bruine brij kan wel eens smaken, maar wij trekken de grens quoi bij Damien Rice. Nog net.

Echt aftrappen doet Gray met twee voltreffers. Los in de winkelhaak — ja, we zagen Filip Joos ook in het publiek ronddwarrelen en vroegen ons af of hij zijn woordenboek op zak had — zijn ‘Fugitive’ en ‘You’re The World To Me’. Twee poppareltjes, mooi in harmonie met het sterrenfirmament op de achtergrond. Week tot in het orthopedisch schoeisel.

Op de zes songs die Gray uit de nieuwe plaat tilt, valt niets af te dingen. We missen het huppelende ‘Stella The Artist’, maar de rest van de setlist blijkt een perfecte staalkaart van ’s mans oeuvre. Jammer dat Gray niet teruggrijpt naar de periode voor White Ladder, ondanks de pancarte-vraag van een fan om ‘Shine’ uit de kast te halen. Tevergeefs, Gray is geen Springsteen, zoveel is duidelijk.

Enkel ‘The Other Side’ doet onze tenen meer krullen dan goed is voor de gezondheid, maar het is een zeldzame smet op een verder uitstekend genietbaar concert. Zo speelt Gray zijn grootste hit (‘Babylon’) erg ingetogen en met het nodige respect. Al kan er wel een ferme lach af wanneer het publiek zich roert om te laten merken dat ze het nummer wel hadden herkend. Het is een eerste, maar zeldzaam hoogtepunt. Omdat het niveau constant goed blijft, maar ook omdat er wel wat routine in het concert sluipt. Vakmanschap: zeker. Bezieling: check. Berekend: soms toch wel, ja.

Absolute prijsbeesten qua kippenvelmoment zijn echter ‘Slow Motion’ en ‘Ain’t No Love’. Niet toevallig worden ze de zaal ingestuurd van achter een piano: het geeft een goedgemutste Gray de mogelijkheid zijn emoties nog wat meer grandeur mee te geven. Wat hij ook met volle overgave doet. Tijdens eerste bis — na een zinderend lang afsluitend ‘Nemesis’ — ‘Ain’t No Love’ blijft het respectvol stil in de AB. Gray mag dan nog zo vaak vol twijfel zitten en nieuwe wegen opzoeken om dat te verdoezelen, doortastende pijnstillers als ‘Ain’t No Love’ doen het altijd. Het klonk en voelde fantastisch.

Met een welgemeend ‘my job is to cheer you up!’ huppelt de groep nog frivool door klasbakken als ‘Jackdaw’ en ‘Be Mine’. De handjes gaan zelfs omhoog — neen Reginald Pinxten, neen — tijdens afsluiter ‘Please Forgive Me’ en uitgelaten als een kind in een snoepwinkel houden Gray en co het voor bekeken. En pinten hebben we niet meer geteld.

Misschien moeten we ook maar eens beginnen om zonder uitzondering elke dag iets van David Gray te draaien. Nultolerantie voor zoveel schoonheid is alleszins geen optie. Het hoeft dan ook niet alle dagen Channel Zero zijn. Godzijdank.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in