Laura Veirs :: 1 februari 2010, ABClub

Wat is er meer vertederend dan een gitaar op een bolle buik? Laura Veirs — zeven albums ver maar nauwelijks opgepikt door het grote publiek — strooide maandagavond gezellig zwanger met natuurmetaforen in een uitverkochte ABClub.

Laura Veirs houdt van structuur en continuïteit. Consequent maakte ze gedurende twaalf jaar om de twee jaar een nieuwe plaat, daarbij steevast omringd met dezelfde mensen (waaronder producer en drummer Tucker Martine, ondertussen Mr. Veirs) en schemerde de gediplomeerde geologe in haar door in de vorm van metaforen: “If I took you darling / To the caverns of my heart / Would you light the lamp, dear?” klinkt het ook vanavond in “Spelunking”, een van haar beste nummers.

Tot ze een jaartje oversloeg en pas nu — de vorige plaat, Saltbreakers, dateert al van 2007 — met een nieuw album op de proppen komt. Ze brak met haar band, verhuisde van Seattle naar Portland en raakte zwanger. De nieuwe songs zijn subtiel doorspekt met elektronica, een trend die zich al aankondigde op de laatste twee platen, en neigen nu meer naar radiovriendelijke rocksongs dan naar de folkschetsen uit het begin van haar carrière. Zo is titeltrack “July Flame” met zijn mantra “Can I call you mine” ook live een perfect geboetseerde mix tussen herkenbare Veirs-motieven en een gestroomlijnd rocknummer.

Haar band The Tortured Souls a.k.a. The Saltbreakers gooide ze dus aan de kant om plaats te maken voor een meer spaarzame en efficiënte bezetting die ze ditmaal naamloos houdt. De violiste en twee multi-instrumentalisten die gitaar, slide, bas, toetsen en percussie onder elkaar verdelen, verzorgen eveneens het voorprogramma in de gedaanten van twee groepen, Old Believers en Cataldo. Vaak zoeken ze de essentie op, zoals in een van ornamenten ontdane versie van “Cast A Hook In Me” — Veirs in Suzanne Vega-modus — waarvan alleen basdrum en akoestische gitaar behouden blijft. Veirs’ stem twijfelt voortdurend tussen vertederend en scherp, nog het best geïllustreerd in het pikkende “Rapture”, waarin Monet en Kurt Cobain een cameorol krijgen. Maar evengoed heeft ze moeite met het behouden van de juiste toonhoogte. Meermaals gaat ze flink uit de bocht, zoals in “Wide-Eyed Legless” of in de bis “Make Something Good”. Ook instrumentaal laat ze wel eens een steekje vallen: traditional “The Cuckoo” (ook bekend via Alela Diane) gaat in de finale de mist in en wordt giechelend weer hernomen. “Sorry, het kind schopt behoorlijk.” Zwangerschap wordt niet zelden opgevat als een negen maanden lange vrijstelling van schuld.

Het mooie liefdeslied “When You Give Your Heart” wordt dan weer wel perfect afgewerkt. Evenals een prachtig, meerstemmig “To The Country”, ondanks een akelige vorm van publieksparticipatie (“Links zingt “lalalala”, rechts zingt “lalalala” en nu samen”).

Na amper een uurtje geeft Veirs er de brui aan (wellicht ook te wijten aan de zwangerschap). Na een intensieve tour in de Verenigde Staten en de bevalling in april, plant Veirs een nieuwe Europese zomertournee. Benieuwd of ze het moedersyndroom zal kunnen bezweren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in