Lichens + Om :: 23 januari 2010, KC België (Hasselt)

Van een verrassing gesproken. Oms laatste, God Is Good, wist ons niet echt te overtuigen en heel even was er een sluimerende angst dat de aanpak van de band z’n houdbaarheidsdatum had overschreden. Werd dat even rechtgezet in Hasselt, waar de band overtuigde met een zinderende en energieke show!

Ook mee op tournee: Lichens (nom de plume van Robert Lowe), ooit actief bij 90 Day Men en te horen op het laatste album van Om, maar ook sporadisch alleen op een podium terug te vinden. Wat de man doet heeft in de verste verte niets te maken met het doomlabel dat doorgaans aan Om wordt toegekend, al zijn de drone en de variatie op verschuivende thema’s de gemene deler. Verschil is dat Lichens tewerk gaat met loops en door laag op laag te stapelen uiteindelijk belandt bij een geluidenmix die bijna symfonisch qua gewicht is. Het begon met geneurie, woordenloze zang en vogeltjesgekwetter, een zalvende mantra die vaag overeenkomsten vertoonde met het etherische Sigur Rós. Na twintig minuten hoorde je echter een bijna volgestouwde soundscape waarbij stem, (een beetje) gitaar en percussie om dominantie vochten.

We zagen Om al drie keer voor we de trip naar Hasselt maakten en zagen hen twee keer indruk maken op het Roadburn-festival. Dat ene concert in Kortrijk (2008) was een tegenvaller: het geluid zat nooit goed, Cisneros leek er geen zin in te hebben en kersverse drummer Emil Amos had duidelijk nog niet z’n draai gevonden. Z’n aanpak week ook gevoelig af van die van z’n voorganger Chris Hakius, die veel soberder en ingetogener speelde. Amos leek te veel te willen doen, waardoor de langzaam ontwikkelende songs een slordigheid en storende drukte kregen die niet op z’n plaats leek. Op God Is Good was het vooral Amos die de bandsound wat deed verschuiven, met meer ritmische variatie, al wilden de songs zelf niet mee. Met andere woorden: we hadden onszelf heimelijk voorbereid op een ontgoocheling.

Aan het einde van de avond was er slechts sprake van één ontgoocheling, nl. dat we veel te snel hadden toegegeven aan scepticisme. Wat het duo, met de hulp van Lichens als derde man, liet horen was niet minder dan een terechtwijzing. Om stelde immers orde op zaken met een concert dat haast iets van een heruitvinding had, en het best van al was dat het net het element was dat ons tot wanhoop aanzette datgene was wat het zo bijzonder maakte, nl. het drumgeweld van Amos. Geweld, inderdaad. Bij de songs van Om, afgewerkt met monnikengeduld en een ascetisch gebrek aan tierlantijntjes, is beheersing de sleutelcompetentie. Zoals Cisneros z’n lijnen prevelt, dat is het geluid van de hypnose en de beheersing, het geluid van een gebed dat bovenal nederigheid uitdrukt.

Amos klopte echter hard, keihard. Swingende muziek is het nooit, maar plots liet Om iets horen dat we nog niet eerder hadden gehoord. Iets tussen schwung en groove, een extra doelgerichtheid, vooral gecreëerd door immens voortstuwend slagwerk, vol virtuoze fills, rammelende roffels en onderhandse cymbaalslagen die het zowaar spannend en opzwepend maakten. Een song als “Kapila’s Theme”, normaal een en al religieuze devotie, kreeg zo een aanstekelijke draai waardoor meebewegen op dat ritme vanzelf kwam. Lichens ging door het lint achter dat tafeltje, waar hij doorgaans niet meer deed dan met tamboerijnen rotzooien, maar het gaf wel mooi aan dat de muziek van Om ook bijzonder begeesterend kan zijn. Door hier en daar de gitaar te gebruiken kreeg het ook een vollere sound die voor een welkome afwisseling zorgde.

“Cremation Ghat I” van hun laatste album is niet meteen hun beste song, daarvoor blijft het iets te veel ter plaatste trappelen, maar nu kreeg het wel een bijna furieuze energie, opnieuw door Amos en de gierende zang van Lichens. Echt indrukwekkend werd het echter pas bij afsluiter “Bhima’s Theme”, een monumentale song die de band in een bijna compleet verduisterde zaal afwerkte. Zo meeslepend hoorden we Om nooit. En dan moest het beste nog komen, want na een concert van 40 minuten pakte het trio uit met de beste versie van “At Giza” (voorlopig nog steeds hun belangrijkste visitekaartje) die we al hoorden.

Is de song op plaat al een tocht van een kwartier, dan werd de lengte nog eens verdubbeld. Het ene stuk volgde op het andere, vloeiend en onvermijdelijk. Spanning nam subtiel toe, werd afgebouwd en stilte werd strategisch ingezet, en dat was ook wat die ontlading (wie het nummer ooit hoorde weet wat we bedoelen) zo bijzonder maakte. “At Giza” liet alles horen waar Om voor staat, maar dan op een andere manier. Het zorgde ervoor dat een sterk concert eindigde op z’n hoogtepunt. Kortom: we zagen een gerevitaliseerde en bijzonder sterk Om aan het werk. De band lijkt z’n tweede adem gevonden te hebben en speelde vermoedelijk het beste concert dat we hen al zagen geven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in