24 :: Seizoen 7





Een gemiddeld seizoen ’24’ is een beetje zoals te lang op de schommel zitten: het gaat zoveel op en neer en op en neer dat je er op den duur kotsmisselijk van wordt. Bij het zevende seizoen rond onze favoriete ex-agent (nog steeds vertolkt door Kiefer ‘stop of ik drink!’ Sutherland) is dat niet anders. Meer dan de helft van de afleveringen zijn ijzersterk, spannend en tien keer beter dan eender welk uurtje uit de ellendige zesde jaargang, maar helaas zijn er ook in nummer zeven weer (te) veel vullertjes te vinden. Erger nog, de finale ontknoping sleept traditiegetrouw zo lang aan dat het je tegen aflevering 24 allemaal nog maar weinig kan schelen en zodat wij, trouwe kijkers, weer met een knoert van een anticlimax opgescheept zitten, natuurlijk. Toch is seizoen zes een meer dan verdienstelijk ’24’-seizoen geworden. De persoonlijke verhaallijntjes (zeg gerust: de vloek van deze reeks) zijn meestal erg goed geïntegreerd in de overkoepelende plot, met president Taylor en FBI-agent Walker krijgen we er twee sterke vrouwelijke personages bij en halverwege zat ik – eveneens naar goede gewoonte – een aantal keren op het puntje van mijn stoel. Geven en nemen, zeker?

Het verhaal uitleggen heeft weinig of geen zin. Het is ’24’, remember? Wat houdt dat concreet in? Ik zal het zo zeggen: nationale crisis, terroristische dreiging, Jack Bauer, FBI, schieten, oude bekenden, president, dubbelspionnen, hapje binnenspelen tijdens de reclame, driedubbelspionnen, cliffhanger, kwadraatspionnen, nieuwe crisis, nog schieten, meer Jack Bauer, even kakken, wereld redden en klaar is kees. Zet deze woorden vervolgens in een volgorde naar uw keuze, maak er een paar samenhangende zinnen van, stop er wat niet zo heel onverwachte twists & turns in, laat Jack een paar keer bijna doodgaan en dan bent u er wel ongeveer. Nog wel even het vermelden waard: de dood gewaande Tony Almeida (eeuwige tweede in de scheve smoelenwedstrijd, na Sylvester Stallone) maakt in dit seizoen opnieuw zijn opwachting en het is nog maar de vraag bij welke partij zijn loyaliteit ligt.

De inzet is achtereenvolgens een CIP device (iets met computers, gevaarlijk), de burgeroorlog in Sangala (het fictieve Afrikaanse land dat geïntroduceerd werd in de nogal steriele tv-film ’24: Redemption’), de veiligheid van de Amerikaanse president, een gevaarlijk biochemisch gas – waar blijven ze het halen, die schrijvers! – dat in de handen is gevallen van een huurlingenbedrijf gone rogue en een heleboel onschuldige burgerlevens, niet noodzakelijk in die volgorde. Daarbij staat Jack aan het begin van het seizoen ook nog eens terecht voor de misdaden die hij in the line of duty zou hebben gepleegd en waar wij de afgelopen zes jaar getuige van mochten zijn. Het is een dappere poging van de makers om tegemoet te komen aan het folterdebat dat nogal sterk woedde rond de reeks in de nasleep van Abu Ghraib, maar een moreel dubbelzinnige guilt trip zoals ‘The Shield’, this ain’t. Als puntje bij paaltje komt is Jack nog steeds een oer-Amerikaanse superheld die met zijn moedige acties alleen maar het beste voorheeft.

Wel leuk is de interactie met het personage van Renee Walker, de agente die in dit seizoen zowat het belangrijkste nevenpersonage wordt. Renee heeft het nogal moeilijk met enkele van de keuzes die Jack maakt – hij is telkens bereid om onschuldige burgers in levensgevaarlijke situaties te plaatsen als hem dat dichter bij zijn doelwit brengt – en stelt de moraliteit van zijn acties dan ook zwaar in vraag. Het ethische debat mag in ’24’ dan geen bijbelse proporties aannemen, het zorgt wel voor net iets meer diepgang bij de personages. “How far are you willing to go?” is de hamvraag in deze jaargang. ’24’ was altijd een politiek schizofrene reeks (het is overduidelijk dat er zowel linkse als rechtse schrijvers aan meewerken) met overwegend rechtse sympathieën en dat is hier niet anders, hoewel er meer focus komt te liggen op goed en kwaad en wat nog allemaal aanvaardbaar is in de naam van the greater good. ’24’ heeft nog steeds een dubieus militair/patriottisch kantje, maar stelt zich daar ondertussen al eens wat vragen bij. Op zich is die relativering geen slechte evolutie, zolang ze de vaart maar niet uit het verhaal haalt.

Dat is gelukkig niet het geval. Onvermijdelijk zitten er enkele dipjes in het 24 afleveringen tellende seizoen en aan het eind is het verhaal weer helemaal doodgebloed, maar de makers hebben het niet te onderschatten talent om onzin te kunnen verpakken op een hoogst overtuigende manier. De ene minuut zit je gefrustreerd je wenkbrauwen te fronsen en de andere minuut ben je alweer vergeten wat die zwakkere plotwending nu ook alweer was. De matroesjka-structuur van het verhaal (de slechterik is dood, maar wat krijgen we nu: daar is nog een slechterik! En die is precies nog slechter!) kan na een tijdje op de zenuwen gaan werken, maar de schrijvers weten de losse draadjes aan het eind van de rit nog op een – binnen de grenzen van het mogelijke – beschaafde manier aan elkaar te binden. Shakespeareaanse proporties nemen de dialogen nooit aan, maar de scenario’s zijn oerdegelijk als je niet op een plotgat meer of minder kijkt.

Heel even leek het zevende seizoen van ’24’ een van de beste van de reeks te worden, met opvallend weinig dode momenten, een intrigerend uitgangspunt en net dat beetje meer dan de gemiddelde jaargang. Het heeft echter niet mogen zijn. In de laatste akte verliest ’24’ nog maar eens de pedalen en moeten de schrijvers trappelen om boven water te blijven – “snel, jongens, we moeten nog een héle aflevering vullen!” Emotionele scènes slaan de bal steevast totaal mis – nog zo’n goede oude gewoonte – en hoewel de poging tot diepgang een positieve evolutie is, blijft ’24’ niets meer dan een spannende actiereeks met weinig artistieke verdiensten. Ook de duizelingwekkende plotwendingen die je echt, maar dan ook écht niet, had kunnen zien aankomen, zijn al lang niet meer zo onvoorspelbaar als in seizoen één. Er begint, met andere woorden, sleet op de formule te komen.

En toch blijft seizoen zeven voor drie vierde een enorm degelijke, met overtuigend vakmanschap gemaakte high tech thriller die misschien zelden écht indruk maakt, maar ook nergens verveelt. Geven en nemen, dus. Dit is er, hoe dan ook, eentje voor de liefhebber.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in