Oxbow :: Songs For The French

Wilden de schoktechnieken wel eens de overhand krijgen in het verleden, dan liet Oxbows The Narcotic Story (2007) horen dat er ook een mooie kant was aan de mismaakte, gewelddadige wereld die door maniak Eugene Robinson bezongen werd. Het was maar de vraag wat er daarna zou gebeuren. Songs For The French licht een tip van de sluier op, maar ook niet meer dan dat.

Oxbow is moeilijk uit te leggen aan iemand die hen nog niet live aan het werk zag. Het heeft iets van een exorcisme, een ritueel, een theater van de ontlading, en met een geweldenaar aan het roer als Robinson, die de façade van de gentlemen even laat voor wat ze is om zijn schizofrene waanzin uit te buiten, maak je al helemaal geen kans om het in een overtuigend verhaal te gieten. Dan zou je echter ook voorbij gaan aan het feit dat The Narcotic Story eigenlijk een bijzonder fijnmazige plaat is, die speelt met texturen die nooit eerder te horen waren op hun albums en van art rock een begrip maken dat niet noodzakelijk op misprijzen onthaald moet worden.

Het van drugs doordrongen hoorspel dat die plaat was, zou bovendien het eerste deel van een drieluik worden, een zo goed als surreële trip met Robinson als gids. Het is moeilijk om in te schatten wat precies de functie is van Songs For The French. Voor de band is het de schakel tussen het verleden (The Narcotic Story) en de toekomst, The Thin Black Duke. Wat er ook van zij: de uitgewerkte composities van het vorige album krijgen geen gelijkaardig vervolg. Songs For The French bestaat voor de helft uit composities die al improviserend zijn ontstaan, terwijl de andere helft liveopnames bevat van een Europese tournee in 2008.

De muziek van de drie nieuwe studiosongs werd geïmproviseerd in de loop van een dag met de hulp van Franse gitarist Philippe Thiphaine en vervolgens als een collage aan elkaar geplakt. Achteraf zorgde Robinson voor vocals én lyrics. De drie songs laten horen dat Oxbow een band is die met de nodige ervaring en interactie aan de slag kan. Wat je immers te horen krijgt is niet een volledig vrij, onvoorbereid aftasten, maar een natuurlijke verstandhouding die de muziek in goede banen leidt. De songs zijn stuk voor stuk minder strak gedirigeerd dan het andere studiowerk, al heb je zelden of nooit het gevoel van richtingloos gepingel. Meerdere beluisteringen geven prijs dat ook hier een onmiskenbare doelgerichtheid aan het werk is.

"2 P.M." is het sleutelstuk, een onheilszwangere mijmering als een obsessieve koortsdroom over een liefde die niet zonder geweld kan bestaan. Langzaam kruipt de song voort, geleid door het gekreun en gehuil van Robinson en als die ontlading er dan toch komt, dan komt ze als een schok, bruusk komaf makend met de laatste restjes gedragscode. Geen ordinaire rock, geen pure improvisatie, geen echte catharsis, en toch iets van dat alles. "Coalking" zet die lijn mooi verder, schipperend tussen blues en noise, met rommelende drums en zacht aanzwellende bas en gitaar en Robinson die reciteert en dondert en prevelt en als hij dan komt aan die "Love is dead / and cash is king" is het moeilijk om niet te denken aan de preek van een predikant die er, met het speeksel nog in de mondhoeken en de toorn Gods in het vergeelde oogwit, een schep bovenop doet en alle zondaars het brandende hellevuur in wenst.

"A Well-Dressed Man" kan toegevoegd worden aan de zelfvergrotende songs en lijkt een aanzet tot de persona van de Thin Black Duke. Het is de soberste song, akoestisch, folky, met metalige percussie, voorzien van een Led Zeppelin-achtige elegantie. Het is dan ook jammer dat het blijft bij dit goed kwartier nieuw studiomateriaal. De tweede helft van het album bestaat uit muziek die werd opgenomen in Londen en Rotterdam. Een song, "The Duke: A Gentleman’s Gentleman", is een abstract stuk dat klinkt als een overgangssong naar een volgende plaat. De overige drie songs komen respectievelijk uit debuut Fuckfest ("Yoke"), Serenade In Red ("La Luna") en The Narcotic Story ("Frankly Frank") en geven een mooie dwarsdoorsnede van wat de band in de aanbieding heeft. Het kan echter nergens een surrogaat zijn voor de unieke live-ervaring.

Essentieel is Songs For The French niet, daardoor is het met die combinatie van studio- en livemateriaal, net iets te veel een tussendoortje. Dat studiomateriaal is echter zo goed dat het bijna mee kan met de best uitgewerkte songs van de band en laat horen dat de vier misschien wel op weg zijn naar hun creatieve piek. Wie het parcours van de band de voorbije twintig jaar gevolgd heeft, weet wat dat betekent: The Thin Black Duke wordt er eentje om heel erg naar uit te kijken.

Voorlopig verscheen het album enkel op LP. De band heeft intussen laten weten dat een cd-release in de nabije toekomst niet onwaarschijnlijk is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =