Brothers




110 min. /
USA / 2009

Het regent weer remakes de jongste weken. Niet zo lang
geleden werd ‘A Christmas Carol’ hier met de grond gelijk gemaakt;
terloops verschenen er twijfelachtige updates in het
horrorgenre (‘Sorority Row’, ‘The Stepfather’); en deze week is het
de beurt aan ‘Hochiko: A Dog’s Story’, een veramerikaniseerde
versie van een Japanse familiefilm, en ‘Brothers’, die gebaseerd is
op een Deens drama uit 2004. Je kan je natuurlijk afvragen wie er
nood heeft aan een remake als het origineel nauwelijks
vijf jaar oud is, maar ik weet zeker dat een of andere gewiekste
producent daar probleemloos een antwoord op zou kunnen verzinnen.
Laat ik het dus maar meteen hebben over de film zelf, op papier
veruit de interessantste van het voornoemde lijstje: ten eerste
dankzij de imposante namen in de cast, ten tweede dankzij de
redelijke kwaliteit van het Deense origineel, dat ik – toevallig of
niet – enkele dagen geleden nog op tv heb bekeken.

De broers waarvan sprake in de titel heten Sam (Tobey Maguire)
en Tommy Cahill (Jake Gyllenhaal). Sam is een succesvol soldaat die
over enkele dagen de Amerikaanse troepen moet gaan versterken in
Afghanistan. Hij heeft een prachtige vrouw, Grace (Natalie
Portman), twee bloedjes van kinderen en een vader die in hem
gelooft. Tommy is daarentegen het zwarte schaap van de familie, een
mislukkeling die net is vrijgelaten na een celstraf vanwege zijn
aandeel in een bankoverval. Als Sam tijdens zijn missie terechtkomt
in een vliegtuigongeluk, wordt hij officieel dood verklaard en komt
alle verantwoordelijkheid op Tommy te rusten. Kan hij zijn leven
eindelijk weer op de rails krijgen? Zal hij zich over het gebroken
gezin van zijn broer kunnen ontfermen?

Aanvankelijk lijkt ‘Brothers’ dus een film te worden over
verlies en hoe ermee om te gaan, maar dat verwachtingspatroon wordt
al snel doorbroken. Terwijl Tommy en Grace geleidelijk naar elkaar
beginnen toegroeien, vernemen we namelijk dat Sam nog in leven is
en gevangen wordt gehouden door de Taliban. Tijdens zijn
gevangenschap komt hij in aanraking met de echte gruwel van de
oorlog, waarbij iedere vorm van ethiek opzij moet worden geschoven
om te kunnen overleven. Het is een traumatische periode, die Sam
tot lang na zijn bevrijding zal blijven achtervolgen. Opnieuw thuis
voelt hij zich vervreemd van zijn vrouw, die hij verdenkt van
overspel, en jaagt hij zijn eigen dochters de stuipen op het lijf.
Hij is, met andere woorden, een heel ander mens geworden. Een
wandelende tijdbom.

Het interessante aan remakes, vind ik, is dat ze hun
publiek voortdurend uitnodigen om te vergelijken met de
oorspronkelijke film, in dit geval met Susanne Biers ‘Brødre’, die
hier een dikke vier jaar geleden al werd gerecenseerd. Minder
interessant is het als ze, zoals deze ‘Brothers’, weinig
vernieuwend omspringen met het bronmateriaal, sterker nog: het
nagenoeg helemaal imiteren. Want scenarist David Benioff mag het
Deense verhaal dan wel hebben getransponeerd naar een Amerikaanse
setting, verder volgt hij vrij strikt het oorspronkelijke scenario
van Anders Thomas Jensen.

In de recensie van ‘Brødre’ werd bijvoorbeeld gewag gemaakt
van enkele memorabele scènes die wellicht nooit in een Amerikaanse
herfilming zouden passen. Wel, wees gerust, ik denk dat alle
hoogtepunten uit het origineel hier daadwerkelijk een plaats hebben
gekregen: de grap met de dikke neus van de barman, de emotioneel
beladen familiediners, zelfs de agressieve uitbarstingen van Sam.
Het enige markante verschil is dat de dialogen nu worden gevoerd in
een andere taal en door bekendere, beter betaalde acteurs.

Van de drie hoofdrolspelers levert Tobey Maguire met stip de
meest opvallende prestatie, omdat hij in de huid kruipt van een
personage dat hij nog nooit eerder heeft gespeeld. Eigenlijk vind
ik het altijd wat lastig om Maguire bezig te zien in een ernstige
rol; om een of andere reden doet hij me steeds weer terugdenken aan
de sullige Peter Parker in ‘Spiderman’ of aan de wereldvreemde
Homer Wells in ‘The Cider House Rules’. Maar niet toevallig is het
de vertolking van Maguire die het meest verrast, zeker in het
tweede deel van de film, wanneer zijn personage de pedalen
verliest. De aders in zijn nek staan op springen, zijn ogen barsten
uit hun kassen, en met zijn wit onderhemdje en opgeschoren haar
heeft hij opvallend veel weg van de jonge Robert De Niro in ‘Taxi
Driver’. De ene zou het overacting noemen, de ander zou
Maguire meteen een Oscar willen geven. De grens is flinterdun.

Desondanks blijft Sam Cahill een personage waar je als kijker
moeilijk voeling mee krijgt, vooral omdat hij tijdens zijn
levensingrijpende periode bij de Taliban amper in beeld komt.
Regisseur Jim Sheridan geeft er namelijk meestal de voorkeur aan om
zich te concentreren op de taferelen aan het thuisfront, in het
bijzonder op de relatie tussen Tommy en Grace, die evenwel nooit
volledig ontluikt. Ze beperken zich tot het verven van de keuken,
tot het beluisteren van oude U2-nummers (het fantastische ‘Bad’!)
en tot gezellige schaatspartijtjes met de kinderen. Heel veel
bijzonders gebeurt er dus niet in ‘Brothers’, een probleem waar ook
het origineel al mee te kampen had. Het is wachten tot soldaat Sam
thuiskomt vooraleer de poppen aan het dansen gaan.

Vanzelfsprekend heeft Sheridan gekozen voor een visueel meer
verzorgde, gepolijste film dan het op Dogme 95 geïnspireerde
origineel. Weg zijn de korrelige beelden, weg zijn de plotse
schokken en stoten van de handcamera. Over het algemeen heeft
Sheridan gewoon 90 procent van ‘Brødre’ gerecycleerd en in een
fraaiere verpakking gestoken, met enkele bekende koppen en namen op
de filmposter. Zo eenvoudig kan het dus zijn. Toch moet je er niet
aan twijfelen dat deze film een veel groter publiek zal aanspreken
dan de versie van Susanne Bier ooit gedaan heeft. Waarschijnlijk
vinden de makers van ‘Brothers’ dat zelf ook véél belangrijker dan
wiens vertelling nu eigenlijk precies de beste is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in