COLUMN:Slijpschijf #4

Journalist DIRK STEENHAUT snijdt zich wekelijks aan de scherpste kantjes van de rockmuziek

De ontmoeting van klassieke met populaire muziek heeft in het verleden al heel wat draken opgeleverd. Of behoort u toevallig tot de witte raven die symfonische rock als een zegen voor de mensheid beschouwen? Anderzijds ontsnappen we niet aan de vaststelling dat juist in het grensgebied tussen rock en klassiek tegenwoordig zeer boeiende dingen gebeuren en de conservatoria tegenwoordig nogal wat muzikanten voortbrengen die zich in uiteenlopende muzikale contexten op hun gemak voelen.

De Japanner Ryuichi Sakamoto, inmiddels 56, is een van die veelzijdige figuren die al jaren vrolijk de vloer aanvegen met begrippen als ‘highbrow’ en ‘lowbrow’. De man is actief als componist, producer, acteur en milieuactivist bestiert een eigen platenlabel en werkte in het verleden samen met onder andere David Sylvian, Robert Wyatt, Arto Lindsay en Iggy Pop. Als lid van Yellow Magic Orchestra behoorde hij tijdens de jaren zeventig bovendien tot de pioniers van de elektropop en wees hij de weg naar het universum van techno en ambient. Sakamoto is wellicht het meest bekend door zijn orkestrale soundtracks voor films als Merry Christmas, Mr Lawrence, The Last Emperoren The Sheltering Sky. Op zijn nieuwe cd, Playing the Piano herneemt hij enkele van zijn meest geliefde filmthema’s in sobere pianoversies. Maar aangezien een nog maar kleine liefhebber deze composities al in meerdere uitvoeringen in het rek heeft staan, is die compilatie niet echt essentieel.

Veel boeiender is Out of Noise, de bonus-cd bij de luxe-editie, die eerder dit jaar in Japan als een aparte release verscheen. Op die plaat combineert Sakamoto zijn voorliefde voor de Franse impressionist Claude Debussy met de elektronische glitchexperimenten van Alva Noto en Christian Fennesz, artiesten waarmee hij de jongste jaren regelmatig samenwerkte. Pianostukken (“Hibari”) en sfeerrijke flarden kamermuziek (“Hwit”) worden afgewisseld met experimentele laptopverrichtingen, maar ook met onderwatergeluiden en het gekraak van smeltende ijsbergen. Voor hij aan Out of Noise begon, trok ecowarrior Ryuichi Sakamoto immers naar Groenland om er met eigen ogen de gevolgen van de klimaatopwarming te kunnen vaststellen. Ook verwerkt hij staaltjes van inuit folklore in zijn muziek, telkens met een fascinerend resultaat. En zo bewijst de componist dat je ook op een niet belerende manier de mensen een geweten kunt schoppen.

De IJslander Olafur Arnalds is nog maar 22, maar sinds hij debuteerde met het fraaie Eulogy for Evolution wordt hij, waar hij ook komt, als een wonderkind ingehaald. De man is drummer bij een hardcoreband, maakt minimal techno met KIASMOS, maar beschouwt het vooral als zijn missie om een doordeweeks poppubliek met (neo)klassieke muziek te laten kennismaken. Daartoe bedient hij zich van een piano, een strijkkwartet, onderhuidse elektronica en een uniek gevoel voor melodie. Zijn muziek klinkt, ondanks de melancholische teneur, zo verleidelijk dat Arnalds de Londense Barbican wist uit te verkopen en op tournee mocht met Sigur Rós.

In april van dit jaar stelde hij zichzelf voor een nieuwe uitdaging: hij sloot zich een week lang op en nam zich voor iedere dag met een nieuwe compositie op de proppen te komen. Die werd prompt opgenomen en gratis beschikbaar gesteld via Twitter. Zo bedacht hij in zeven dagen tijd evenveel beknopte nummers voor klavier en strijkers die een nieuw inzicht bieden in zijn werkwijze en tegelijk spontaan en intimistisch overkomen. Fans uit alle windstreken leverden bijdragen voor het artwork, terwijl een Argentijn een knappe animatievideo bij de track “Ljósid” bedacht. Op Found Songs zijn alle stukken nu samengebracht en het resultaat is een cd met een hoog poëtisch gehalte die, ondanks zijn relatieve eenvoud en lichtheid, toch de nodige variatie biedt. Goed, de vioolklank in “Faun” klinkt niet helemaal academisch, maar het werkt wel. Arnalds is momenteel overigens bijzonder actief: momenteel zit hij in de studio met Bardi Jóhannsson van Bang Gang en deze week verschijnt ook zijn soundtrack bij de dansvoorstelling Dyad 1909 van de Britse choreograaf Wayne McGregor.

Celliste Hildur Gudnadóttir is een landgenote van Olafur Arnalds, al opereert ze dezer dagen vanuit Berlijn, waar ze ook studeerde. Ze maakt deel uit van múm en was de jongste jaren onder meer te horen op platen van Pan Sonic, Throbbing Gristle, Jamie Lidell, Nico Muhly en Ben Frost. Without Sinking is, na Lost in Hildurness, haar tweede soloplaat met beknopte cellocomposities die door velen wellicht als hedendaags klassiek zullen worden ervaren. Toch leunen de werkmethodes van Gudnadóttir veel nauwer aan bij die uit de experimentele muziek. Zo overdubt ze zichzelf en schrikt ze er niet voor terug haar partijen elektronisch te bewerken of te vervormen. Tracks als “Erupting Light” en “Ascent” zitten vol mysterie en onderhuidse dramatiek. De componiste speelt voortdurend met licht en schaduw: “Ik wilde een open ruimte creëren waarin de noten konden ademen, zoals wolken bij heldere hemel”, zegt ze daarover. Op Without Sinking is de cello trouwens niet langer de enige stem. Occasioneel krijgt ze nu het gezelschap van een klarinet, gespeeld door Hildurs vader, het orgel van Jóhann Jóhannsson en de bas van Skúli Sverrisson. Zelf speelt de componiste op deze even vloeiende als intens klinkende langspeler ook zither, met een ronduit hypnotiserend resultaat.

Gudnadóttir is eveneens te horen op Draumalandid, de nieuwe cd van Valgeir Sigurdsson, die we, behalve als producer van Björk, Bonnie ‘Prince’ Billy en Cocorosie, ook kennen als oprichter van het Bedroom Community label. Dreamland is een ophefmakend boek van Andri Snaer Magnason, een aanklacht tegen de politici die bereid zijn het ongerepte landschap van IJsland op te offeren aan de bouwers van vervuilende aluminiumsmelterijen. Milieuspecialisten vrezen voor een ecologische ramp en artiesten als Björk en Sigur Rós hebben zich inmiddels geëngageerd in de strijd tegen deze onbedachte vorm van industrialisering. Nu Dreamland is verfilmd, schreef Sigurdsson er een symfonisch aandoende soundtrack bij, die weinig of niets gemeen heeft met zijn vorige cd, Ekvilibrium. De rijk geïnstrumenteerde muziek laat zich niet zomaar in een specifiek hokje onderbrengen en klinkt afwisselend dreigend en majestueus. De combinatie van strijkers, blazers en keyboards voelt eerder klassiek aan, maar doordat hij ook met uiteenlopende snaarinstrumenten, geprogrammeerde machines en marimba aan de slag gaat, kleurt de auteur regelmatig buiten de lijntjes.

Naar goede gewoonte zijn ook andere Bedroom Community leden als Nico Muhly en Ben Frost bij het project betrokken. Het enige vocale nummer is de folky opener, waaraan Sam Amidon zijn stem, gitaar en banjospel leent. De plaat verschijnt officieel pas in 2010, samen met Processions, een klassiek werk van Daníél Bjarnason die dirigent is bij de IJslandse opera. Een gelimiteerde versie van tweehonderd genummerde exemplaren was echter al te koop tijdens de recente Whalewatching Tour.

  • Ryuichi Sakamoto:: Playing the Piano / Out of Noise, Decca.
  • Olafur Arnalds:: Found Songs, Erased Tapes. Je kunt de plaat gratis downloaden via http://foundsongs.erasedtapes.com. Luister verder: www.myspace.com/olafurarnalds
  • Hildur Gudnadóttir:: Without Sinking, Touch. Download gratis track via http://www.touchmusic.org.uk/WithoutSinking/EruptingLight.mp3
  • Valgeir Sigurdsson:: Draumalandid, Bedroom Community. Luister: www.myspace.com/valgeirs

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in