Classic of the Noughties – eels :: Daisies of the Galaxy

But me, I’m feeling pretty good“, lijken simpele woorden
die door iedereen uitgesproken kunnen worden op een doordeweekse
dag, wanneer er geïnformeerd wordt naar hun gemoedstoestand. Maar
wanneer deze woorden blijken voor te komen in het openingsnummer
van de nieuwe plaat van eels, vlak na het keren van het millennium,
dan gaat er een kleine schokgolf door muziekland.

Mark Everetts moeder overleed twee jaar voordien, tijdens de
tournee die eels deed naar aanleiding van het getormenteerde
meesterwerk’ Elektro-Shock Blues’, dat verscheen als reactie op de
zelfmoord van zijn zus. Zijn reputatie van melancholische, sombere
ziel was sneller gaan lopen dan zijn eigen muzikale productiviteit.
Het is de neiging van mensen om zich op basis van enkele platen en
wat persberichten een mening te vormen over een persoon.

Die mening zorgde voor lichte verwarring wanneer eels aan het begin
van 2000 ‘Daisies of the Galaxy’ uitbracht en liet weten dat hij
zich dik oké voelde. Als dat maar goed kwam met die plaat! Een
onterechte aanname natuurlijk, want met ‘Daisies of the Galaxy’
bewees E dat er niet per se een paar begrafenissen vooraf dienden
te gaan aan een album van zijn hand. Hij maakte er zelfs een
pareltje van, net zoals zijn vorige albums dat waren. Alleen was de
insteek nu lichtjes anders.

Hij veegde het samplegebruik, dat hij nog wel eens durfde te
bezigen tijdens zijn eerste twee platen, van de baan en maakte een
plaat waarbij hij zowat alle instrumentatie voor zijn eigen
rekening nam. Hier en daar werd hij alleen wat bijgestaan door
Peter Buck en Grant Lee Philips.

De plaat mag dan gecatalogiseerd worden als zijn vrolijkste tot dan
toe, toch heeft E allesbehalve z’n zwarte kantje en ironische
kantje verloren. De platen die hij later maakt, zullen dat enkel
nog versterken. Zelfs de albumhoes van ‘Daisies of the Galaxy’
leunt eerder naar wreedheid dan naar lieflijkheid. Het mag er dan
wel uitzien als een mooi kinderlijk tafereeltje aan de waterkant,
maar het meisje op de voorgrond lijkt echter niet de meest
vriendelijke bedoelingen te hebben met de stok in haar handen en de
onwetende hondjes op de voorgrond. Niet alle kleine meisjes in rode
jurkjes vallen te vertrouwen.

Net zoals de feestelijke fanfare-intro van het zeer Beck klinkende ‘Grace
Kelly Blues’ eigenlijk afkomstig is van een begrafenisfanfare uit
New Orleans. En zo lacht Everett weer even in zijn vuistje. Even
maar, want het prachtige, enkel van piano en viool voorziene ‘It’s
a Motherfucker’ mag getuigen dat het altijd pijn zal doen om iemand
te verliezen. En in ‘Jeannie’s Diary’ vraagt hij zich luidop maar
tegen beter weten in af of hij ooit in het dagboek van het meisje
van zijn dromen terecht zal komen. In ‘Something is Sacred’ ziet
hij zichzelf dan weer binnen enkele jaren onder een brug liggen met
kranten als broek en “a tee shirt that says ‘damn i’m
good'”.

Het contragewicht komt met plezier van ‘Mr. E’s Beautiful Blues’,
dat overigens niet op alle edities van de plaat verscheen. “Goddamn
right it’s a beautiful day”! En hoewel het heerlijk zonnig
klinkende ‘I Like Birds’ niet meteen hetzelfde niveau van tekst
haalt, was het toen (en nu nog steeds) een ware hit op festivals.
Wie kan er weerstaan aan het stoptrucje? “I like… –
toedoedoem… – BIRDS!!!
“. Hij geeft zijn luisteraars zelfs de
kans om vrolijk rond te huppelen langs de waterkant – liefst zonder
witte hondjes en valse intenties met een stok – op ‘Flyswatter’ en
het heerlijke ‘Tiger in My Tank’.

Met ‘Daisies of the Galaxy’ heeft eels bewezen dat hij niet voor
eeuwig die melancholische, depressieve muzikant wil blijven die
iedereen van hem gemaakt heeft, maar dat hij op een bepaalde manier
ook zijn vrolijke kanten heeft en dat hij die nog lang zal
handhaven. Cynisme is ook een vorm van humor, natuurlijk.

www.eelstheband.com
www.myspace.com/eels

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in