De Nachten, 5, 6 en 7 november 2009, De Singel

Is het moment van De Nachten voorbij? Met minder publiek en een kleiner parcours leek het daar afgelopen weekend toch op. Dat ook het programma zelf niet echt de begeestering van de voorbije jaren kon oproepen, hielp natuurlijk niet.

Donderdag 5 november

Nochtans begint het festival dit jaar een dag vroeger dan anders. Voor het eerst wordt ook op donderdag in De Singel geprogrammeerd, maar het verhoopte studentenpubliek daagt alvast niet op. Het blijft erg, érg rustig op het toch al veel kleinere circuit tussen en langs de Rote Bühne en Der Kino en de aanpalende Helling en Konditorei.

Duits, jawel, want De Nachten staat dit jaar in het teken van de twintigste verjaardag van Die Mauerfall. Er worden bruggen geslagen met Berlijn, Duitsers zijn uitgenodigd en Nederlandse auteurs als Cees Nooteboom mogen komen vertellen over hun band met het land in het Oosten. Leuk concept, en met de uitnodiging van de worsten tatoeërende Berlijns-Amsterdamse Worstclub krijgt het op donderdag alvast een hilarische invulling. We nuttigen een glaasje schnaps met een schijfje worst, en zijn vertrokken voor een avond waarin het zoeken is naar krenten in de pap.

Op de Helling mag Pascal Deweze (Sukilove) de avond cureren, en hij doet dat door zelf in allerlei gedaanten op te treden. “Elektronisch”, bijvoorbeeld, brengt hij een erg hermetische set, waarbij hij vocaal alle uithoeken van zijn stem opzoekt op de beats van Dago Sondervan. Het doet allemaal wat denken aan de livesets van Four Tet, zij het dat die het zonder stemmen doet. Bevreemdend, intrigerend, maar allesbehalve gemakkelijk. Een interessante one-off is het echter zeker.

Deeltijds inwoner van Berlijn Oscar van den Boogaard mag niet ontbreken op de Rote Bühne. Schijnbaar uit de losse pols brengt hij een anti-ode aan de stad waar “fröhlich radfahren” verboden is. Daarbij heeft van den Boogaard het voornamelijk over de norsheid van de Berlijners en bij uitbreiding de Duitsers, en duikt de vraag op of dit nu oorzaak of gevolg is van de geschiedenis. Het levert enkele rake observaties op over de geest en gedragingen van onze oosterburen, maar door een totaal gebrek aan flow maakt de tekst een weinig beklijvende indruk.

Op papier is de samenwerking tussen Tom Van Laere en Jochen Arbeit (Einstürzende Neubauten) één van de interessantste zaken op het programma, maar de uitwerking blijkt al bij al flauw. Arbeit houdt zich met wat ruis of gewoon gitaar op de achtergrond, terwijl Van Laere doet waar hij goed in is: Admiral Freebee zijn, en dus wat door de beat generation geïnspireerde tirades geven op al bij al klassieke rootsmuziek. Niet slecht, maar ook niet echt bijzonder, en zeker niet wat we verwacht hadden.

Kenmerkend voor De Nachten is het fragmentarische: het hippe volkje slentert van de Helling over de Rote Bühne naar de Konditorei en vervolgens naar de Tanzclub, en ziet zo zelden volledige optredens. Zelf gezien worden lijkt bij momenten belangrijker. In de donkere kamers ligt dit echter anders: het intieme, afgesloten karakter van de lokaaltjes zorgt ervoor dat je blijft luisteren en het unieke karakter van wat hier te zien valt, draagt daar alleen maar toe bij. Een van de Dunkelkammern wordt ingepalmd door pianist-componist Guy Van Nueten die, zonder partituren en in het halfduister, vier uiteenlopende stukken brengt. De set van een klein halfuurtje bevat één compositie uit Van Nuetens recent verschenen album Merg, maar ook een musicalinterpretatie van een Tsjechisch sprookje en een deel van de soundtrack voor Alex Stockmans kortfilm Eva reste au placard les nuits de pleine lune. Hoewel het op de harde banken soms moeilijk is om aandachtig te blijven — het schoolgevoel is nooit veraf — weet Van Nueten toch te intrigeren met zijn vloeiende, vaak naar barok neigende composities.

Naast het Berlijnse is ook de graphic novel een constante op deze editie van De Nachten. Op donderdag gebeurt dat met bewerkingen van twee strips van Marc Legendre, waaronder één van zijn voor de Librisprijs genomineerde Verder; een strip waarin tekeningen, bewerkte foto’s en tekst overvloeien tot een verkillend verhaal. “Daar zit geweldig veel in”, denk je dan, maar acteurs Jurgen Delnaet en Simone Milsdochter bakken er weinig van. Het duo bedient elk af en toe een laptop, en zo projecties van gedachten en achtergronden, maar dat gebeurt op een weinig boeiende manier, en bovendien is de samenhang tussen beeld en de (slecht gekozen) tekstfragmenten die ze vooraan brengen niet echt duidelijk. Een gemiste kans.

Waarna Pascal Deweze “Akustich mit Streichquartett” de Helling en onze eerste dag Nachten afsluit. Met vijf strijkers brengt Deweze vier nummers uit het dit najaar verschenen Static Moves in uitgebeende versies, die doen herinneren aan het brute en atonale van Stravinsky. Erg sterk, en afgaand op Dewezes afscheidsgroet, kan dit nog wel eens een langer vervolg krijgen. We kijken ernaar uit.

Onderweg naar buiten passeren we de Tanzclub waar de Biergarten Boys er met Duitse covers van internationale hits de sfeer proberen in te houden. Nagenoeg niemand is in de ruimte aanwezig, laat staan dat er gedanst wordt. Het donderdagexperiment heeft duidelijk zijn doel gemist.

Vrijdag 6 november

Nacht twee, en ja: er is heel wat meer volk dan gisteren. Toch blijft het opvallend leeg in de gangen als de zalen vol zitten. En dat was vorige jaren wel anders. Vandaag staan met Efterklang en Absynthe Minded dan ook de muzikale headliners geprogrammeerd.

Graphic Novel op De Nachten? Doé er dan toch iets mee. Maar neen: de Konditorei wordt vandaag volledig ingepalmd door striptekenaars, graphic novelists en comicschrijvers, met een programma dat grotendeels bestaat uit: interviews. Olivier Deprez maakt knappe strips, maar maak daar dan een installatie of een performance rond, duw de man niet gewoon een microfoon onder zijn neus. Meer dan tien jaar geleden maakten we ooit een avond rond strips in de Groningse Vera mee, die bewees dat het kan om strips op een podium te brengen. We herinneren ons een hilarische “Eefje Wentelteefje Roadshow”, een geinig “Kwakzalver en Knettergek” van Nix en Bart Schoofs. Bestaat er dan vandaag niets meer dat daarmee kan wedijveren?

Een poging wordt nog wel gedaan door Collectief Lamelos, dat ook toen al in het Nederlandse smallpresswereldje rondhuppelde. De vier losgeslagen tekenaars slagen erin met wat Franse broden en een Ola-vuilnisbak de wereld van Star Wars in vijf minuten te herscheppen en doen verkleed als vier appels (inclusief worm) Sesamstraat en The Muppet Show herleven. Onnozel, maar dolkomisch. Eén van de leukere interventies op het festival, een oase in de woestijn van sérieux die deze Nachten lijkt te gaan versmachten.

Dringen aan de ingang van Der Kino voor het optreden van Madensuyu, dat de muziek van het recente D Is Done de film Collapsing Stories laat begeleiden. Zoals steeds is de muziek van het tweetal geweldig — donderend, intens, bezwerend — maar de link met de soms wat flauwe en clichébeelden (het trashy meisje met de champagnefles) is ver te zoeken. Goed concert, dat wel; meer moest dat ook niet zijn.

Geen goed concert: Kissogram in de Tanzclub. Deze Duitsers willen zo graag de broertjes van Franz Ferdinand zijn dat we in één nummer plots “No you girls never know” beginnen te fluiten, maar dan blijkt ook dat de groep heeft besloten die masterclass “refreinen schrijven” pas na de winter te volgen. Zwak.

Een prettige uitzondering op de interviewwoede in Der Konditorei zijn Olivier Schrauwen en Bram Devens: de twee zijn weliswaar ook actief in de stripwereld, maar Devens verwierf vooral faam – nu ja — als Ignatz, een bluesman van de eenentwintigste eeuw. Met de indrukwekkende, van prachtige zwart-witbeelden over het Berlijnse (nacht)leven voorziene animatiefilm Berlin Mauer als backdrop, leveren de twee een spookachtig galmend en overstuurd ruisend bluesoptreden af dat langzaam opbouwt naar een kleine duiveluitdrijving. Op geen enkel ander moment op deze Nachten leidde het samengaan van beeld en geluid tot zo’n uniek en indrukwekkend resultaat, zodat het duo onverwacht voor één van de hoogtepunten van het weekend zorgt.

De pluchen stoelen bij de Rote Bühne raken ondertussen zowat allemaal opgevuld dankzij de muzikale headliners van de avond: achtereenvolgens beklimmen Efterklang en Absynthe Minded het podium, met wisselend resultaat. De Denen van Efterklang zijn met z’n zevenen overgevlogen, en hebben er duidelijk enórm veel zin in: wat aanvankelijk nog zacht begint met wat voorzichtige elektronica en een bloedmooie trompet en viool, ontaardt al gauw in bijna religieus aandoende samenzang die doet denken aan Bodies Of Water of een meer noordelijke versie van Arcade Fire. Weg is dus het kabbelende geluidsbehang van de debuutplaat, in de plaats daarvan krijgen we uitbundig spelplezier, een wonderlijk intermezzo waarvoor alle stekkers even uitgetrokken worden en nummers die bijna — bíjna — aanzetten tot meeklappen. I’m From Barcelona, maar dan met meer diepgang en iets minder onnozeliteiten, zoiets. Benieuwd wat dat op de volgend jaar te verschijnen plaat gaat geven.

Absynthe Minded is dan weer heel andere koek: hoewel ook zij, ondanks het late uur, de zaal net zo goedgevuld krijgen, is de sfeer een stuk meer ingetogen. De band speelt voornamelijk nummers van zijn laatste album, één dat helaas gekenmerkt wordt door een totaal gebrek aan uitschieters. Het is op dit optreden niet anders: ja, “Envoi” is een mooi nummer, en “Heaven Knows” roept niet geheel onaangename herinneringen aan Dire Straits op, maar het is ook allemaal net dat tikje te saai, te braafjes en te vervelend. “Plane Song” uit There Is Nothing probeert daar nog even verandering in te brengen, maar daarvoor is het helaas al lang te laat, getuige het meisje dat naast ons onder haar fleecedeken in slaap is gesukkeld, en pas wakker schiet wanneer de zaallichten aangaan. We kunnen haar geen ongelijk geven: na dit makke optreden is het ook voor ons tijd om deze Nachtenvrijdag af te ronden.

Zaterdag 7 november

De vermoeidheid slaat stilaan toe op nacht drie, maar tijd om gas terug te nemen is er niet. Ook vanavond brengt immers een overvloed aan woord, klank en beeld. In die mate zelfs dat het soms allemaal wat te veel lijkt te worden.

Met het einde in zicht, wil je immers nog alles meemaken voor het te laat is, wat leidt tot nog meer zapgedrag; De Nachten helemaal gedegradeerd tot cultureel warenhuis. De eerste aankoop blijkt al een behoorlijk koopje. Fixkes — jawel, ze bestaan nog — komen nieuwe nummers voorstellen. Meer nog dan op het debuut verstaan we eigenlijk geen bal van wat gezongen wordt, behalve ergens een enkele vraag om op iemand anders lief te mogen zitten. Als vertrekpunt is het niet slecht.

Is Berlijn niet de stad van losbandige liefdes en even losgeslagen muziek? Ja, zo blijkt uit de doortocht van Jeroen Olyslaeghers, die herinneringen aan het Berlijn van de jaren tachtig naar boven haalt. Zelfs wie pas twintig jaar later de Duitse hoofdstad bezocht, krijgt een schok van herkenning bij de anekdotes over vinylwalhalla’s en een even grimmig als van lust for life blakend uitgaansleven. Een uitgaansleven dat overigens later op de avond in al zijn glorie getoond wordt in We Call It Techno, een boeiende film over de boom van de elektronische muziek.

Ook Tom Lanoye brengt Berlijnse herinneringen, al speelt de stad bij Lanoye meer een bijrol in een tragisch liefdesverhaal. Lanoye op een podium is nog steeds een kracht die de zaal overvalt. Willen of niet, de auteur sleept je mee zijn verhaal in en toont zich daarmee zowat de gelijke van Ansatz Der Maschine, dat een overweldigende ervaring vormt voor wie niet bekend is met de band. Alles is immers mogelijk: is dit nu klassiek met elektronische beats of noiserock met jazzinvloeden? Het is dat alles tegelijk en waar dat op papier een recept voor een mislukking lijkt, is het op het podium een indrukwekkende ervaring.

Eveneens best indrukwekkend zijn ersatz-Editors Customs. Op erg strakke wijze komt de band debuutplaat Enter The Characters voorstellen. Naast publiekslievelingen “Justine” en “Rex” viel vooral een kille cover van “Shine On” van House of Love op. Zeker niet slecht, maar soms was het leuker om gewoon door de Tanzclub te lopen om te horen wat DJ Herr Kapellmeister op de draaitafels zwierde. De obscure Duitse dance uit ver vervlogen tijden ging er zo vlot in dat we enkele keren de neiging moesten onderdrukken om de man een lijstje van gedraaide platen te vragen.

Bij Cobra Killer twijfelen we even om een plaat te kopen. Al was het hier vooral uit nieuwsgierigheid om te weten hoe de nummers van deze twee dames in studioversie klinken. Live is het duo immers een ietwat vreemde ervaring met Marshallversterkers, een beatbox, cd-speler, twee microfoons en evenveel skibrillen. Een stroboscoop en geflipte lyrics doen de rest.

Het slotfeest vindt echter plaats tijdens de set van Kyteman’s Hiphop Orkest, dat zo’n beetje een Proms met hiphop vormt. Al is dat misschien wat oneerbiedig, aangezien het Nederlandse gezelschap een bezetenheid aan de dag legt die respect — respect! — afdwingt. Feestend de nacht in, er zijn ergere eindes denkbaar na een driedaagse als deze. Al was het soms weer te veel rennen en snelsnel even proeven om ten volle van de aantredende performers te genieten, maar ook dat is uiteraard Berlijn: een stad waarin je jezelf voorbijholt in een poging de kloppende hartslag van de stad bij te houden.

Al bij al redde de zaterdag de meubelen dus nog wat, maar toch blijft het gevoel dat De Nachten zijn schwung kwijt is. Muzikaal bood het festival dit jaar een erg zwak programma, en ook het literaire luik was met erg weinig verbeelding samengesteld, ondanks de leuke Duitse insteek. Volgend jaar bestaan De Nachten vijftien jaar. We hopen op een knallende feesteditie om onze twijfel opnieuw de kop in te drukken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =