Cirque du Freak :: The Vampire’s Assistent




Regie : Paul Weitz
Scenario : Paul Weitz, Brian Helgeland

’t Is verbazingwekkend hoeveel je soms kan afleiden uit een
titel alleen. Je hebt natuurlijk de openlijk crappy
titels, waarbij het geconstipeerde gelaat van Steven Seagal
spontaan voor je ogen opdoemt – niemand verwacht een meesterwerk
als hij gaat kijken naar films met titels als ‘Hard to Kill’, ‘Exit
Wounds’ of ‘Cradle 2 the Grave’. Maar waar je ook ongelooflijk voor
moet oppassen, zijn films met tweeledige titels. Meestal betreft
het dan het eerste deel van een vooropgesteld epos, waar sequels op
gemaakt kunnen worden zo lang het rendabel is. Denk maar aan
‘Pirates of the Caribbean: Curse of the Black Pearl / Dead Man’s
Chest / At World’s End’, ‘Lord of the Rings: The Fellowship of the
Ring / The Two Towers / The Return of the King’, ‘The Chronicles of
Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe / Prince Caspian’ en
ga zo maar door. Ook dat soort film kan sporadisch al wel eens
meevallen, natuurlijk, maar hun batting average ligt niet
bepaald erg hoog. ‘Cirque du Freak: The Vampire’s Assistant’
kondigt zichzelf dan ook gewoon door zijn titel al aan als het
verhoopte beginpunt van een nieuwe filmsaga, en jawel hoor: alles
wat we te zien krijgen laat zich beschrijven als louter set-up voor
een volgende aflevering. Iedereen in Hollywood is blijkbaar nog
steeds op zoek naar de verse franchise die het succes van
‘Lord of the Rings’, ‘Star Wars’ en ‘Harry Potter’ kan evenaren.
Een zoektocht die ook na ‘Cirque du Freak’ nog niet voorbij is. De
film werd immers gekraakt door critici en (wat belangrijker is) was
maar een bescheiden succesje aan de box office. Niemand
heeft er z’n broek aan gescheurd, maar een blockbuster was het
niet.

Het verhaal draait rond Darren (Chris Massoglia) en Steve (Josh
Hutcherson), twee tieners die elk op hun eigen manier ongelukkig
zijn thuis. Darren lijdt onder de überbanale verwachtingen van zijn
ouders (“universiteit, job, gezin!”), terwijl Steve verwaarloosd
wordt door zijn drankverslaafde vader. Op een avond bezoeken de
twee het Cirque du Freak, een rariteitenkabinet met onder andere
een man met twee buiken, een jongen met slangenhuid, een vrouw met
een baard en ga zo maar door. Larten Crepsley (John C. Reilly) is
één van de performers, en treedt op met een gigantische spin in
fluorescerende kleuren. Steve herkent in Larten echter een vampier
die hij ooit ergens in een boek heeft gezien. Kort daarna wordt
Steve gebeten door Lartens spin – hij is op sterven na dood, tot
Darren de vampier opzoekt om hem te vragen om een tegengif. Larten
gaat akkoord, op één voorwaarde: Darren moet Lartens assistent
worden, een half-vampier die overdag de straat nog op kan.

Tijdens het eerste half uur ontwikkelt ‘Cirque du Freak’ zich
nog als een tamelijk amusant tienerfilmpje. We krijgen een geinige
openingsscène, met Darren die in zijn doodkist een videospelletje
ligt te spelen, wachtend tot Larten hem komt opgraven, gevolgd door
een begingeneriek die een aangenaam speelse Halloweensfeer
uitstraalt. Met gestileerde animaties van kale bomen, doodkisten,
spinnen en slangen, lijken we heel even in Tim Burton-land verzeild
geraakt. De set-up die daarop volgt, is ook nog veelbelovend. De
toon van de film is tongue in cheek, en alles tot en met
het optreden van het Cirque du Freak is dan wel voorspelbaar, maar
op z’n minst amusant en voorzien van voldoende
zelfrelativering.

Daarna echter, eens de eigenlijke plot zichzelf op gang zou
moeten trekken, begint de film te sputteren. Het wordt duidelijk
dat de makers een groter epos van god-weet-hoeveel films voor ogen
hebben, wat inhoudt dat ze onophoudelijk nieuwe personages en
plotlijnen blijven introduceren, bijna tot aan het einde van de
film toe. ‘Cirque du Freak’ is een film zonder tweede akte. De
personages en situaties worden duidelijk gemaakt, en tegen de tijd
dat regisseur Paul Weitz en co daarmee klaar zijn, is het al bijna
tijd voor de finale.

Dat houdt in dat de meeste van de nevenpersonages weinig of
niets te doen krijgen. Willem Dafoe duikt in twee scènes even op om
een campy vampier met John Waters-snorretje neer te zetten, maar
wat nu precies zijn functie was in het verhaal, is mij een raadsel.
Salma Hayek heeft een bijrolletje als bearded lady, maar
loopt er, ondanks haar indrukwekkend decolleté, voor spek en bonen
bij, en Patrick Fugit (ooit nog de hoofdrolspeler in het
wondermooie ‘Almost Famous’) krijgt anderhalve zin te zeggen als
slangenjongen. Al die personages hebben potentieel, maar zoals
zoveel dingen in ‘Cirque du Freak’ worden ze geïntroduceerd, enkel
om daarna zo snel mogelijk weer afgevoerd te worden zodat de makers
weer iets anders kunnen introduceren.

Zowel plot als personages lijken trouwens een samenraapsel uit
andere, vaak betere filmreeksen. De relatie tussen Darren en Steve
evolueert verdacht gelijkaardig aan die tussen Peter Parker en zijn
beste vriend Harry Osborn in ‘Spider-Man’. Een eeuwenoud conflict
tussen twee groepen vampiers doet van veraf denken aan de premisse
van ‘Underworld’ en het groepje sympathieke freaks, elk met hun
eigen merkwaardigheden, ligt dan weer niet zo ver verwijderd van de
‘X-Men’. Letterlijke verwijzingen zijn het allemaal niet, maar je
ziet wel voortdurend elementen uit andere verhalen terugkomen.
‘Cirque du Freak’ heeft maar weinig eigenheid.

Wat het ook niet heeft, is een regisseur die weet hoe hij met
actie moet omgaan. Paul Weitz regisseerde samen met zijn broer
Chris ooit de eerste ‘American Pie’, en ging toen solo met de
sympathieke feel goodmovie ‘In Good Company’. Twee jaar geleden
kreeg Chris zijn eigen would be franchise-starter ‘The
Golden Compass’ aangereikt, wat toen een zodanige flop werd dat het
nu nog steeds een twijfelgeval is of er ooit een tweede deel van
zal komen. Paul doet het niet veel beter met zijn bloedloze
verhaaltje. De finale van ‘Cirque du Freak’ blijft al bij al erg
mak – de film moest duidelijk “kinderen toegelaten” blijven,
waardoor er nooit een reëel gevoel van dreiging kan ontstaan. Weitz
z’n neiging om de camera te blijven bewegen tijdens actiescènes
zorgt er overigens voor dat de choreografie ervan al snel verloren
gaat. Wie bevindt zich waar en wanneer? Het is lang niet altijd
duidelijk, maar hey, het zijn vampiers, die kunnen snel bewegen,
laten we het daar maar op houden.

John C. Reilly is altijd goed, in welke film hij ook zit, en de
weinige écht geestige momenten uit ‘Cirque du Freak’ zijn dan ook
aan hem toe te schrijven. De twee tieners die de prent moeten
dragen zijn echter tegenvallers. Chris Massoglia heeft zo weinig
emotioneel bereik als acteur dat ik iedereen die graag kankert over
de kids uit de ‘Harry Potter’-reeks, in het vervolg automatisch
naar hem ga doorverwijzen. Het kan duidelijk nog veel erger. Josh
Hutcherson lijkt fysiek op een verloren gewaande neef van jaren
tachtig-idool Corey Haim, maar is nog veel irritanter.

En zo krijgen we eens te meer een teleurstellende poging om een
opvolger van Harry Potter tot leven te roepen. Jammer genoeg lijkt
het er op dat we de komende vijf jaar vooral opgescheept gaan
zitten met die àndere vampierenreeks (die nog veel slechter is):
‘Twilight’. Of er een tweede ‘Cirque du Freak’ komt, staat nog te
bezien. Eerlijk gezegd: voor mij moeten ze ’t niet doen, hoor.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in