DOSSIER 1969 :: ‘Led Zeppelin I’ :: De eerste band van de Seventies beukt aan de poorten

1969 is het jaar waarin de Britse formatie Led Zeppelin met Led Zeppelin I en Led Zeppelin II met luide trom op het muziektoneel verscheen. Met zijn baanbrekende debuutalbum sloot Led Zeppelin de sixties groots af en beukte in één beweging de poort naar een nieuw tijdperk open.

De ontstaansgeschiedenis

Van ’66 tot ’68 maakte studiogitarist Jimmy Page deel uit van de essentiële Britse bluesband The Yardbirds, samen met Jeff Beck en als opvolger van die andere gitaarheld uit die tijd, Eric Clapton. The Yardbirds viel in de zomer van ’68 echter uiteen, waarop Page samen met zijn kompaan John Paul Jones (die toen reeds sessiewerk met The Rolling Stones, Dusty Springfield en Herman’s Hermits op zijn palmares had staan) de studio indook als backing group op de Hurdy Gurdy-elpee van folkgrootheid Donovan.

Als uitloper van die opnames beslisten Page en bassist Jones samen de hort op te gaan onder de naam The New Yardbirds. Na enig puzzelwerk namen ze Robert Plant mee als zanger, die op zijn beurt John Bonham (voorheen samen met Plant in Band Of Joy) aanbeval als drummer. Na een geslaagde tournee doorheen Scandinavië was hun entente snel bezegeld. De misleidende groepsnaam The New Yardbirds werd afgevoerd en Led Zeppelin werd boven de doopvont gehouden.

De herkomst van die nieuwe groepsnaam wordt traditioneel toegeschreven aan de legendarische The Who-drummer Keith Moon, die over een potentiële krachtenbundeling van hijzelf, Jimmy Page, Jeff Beck en Who-bassist John Entwistle gegrapt zou hebben: "it would probably go over like a lead zeppelin." Uit vrees dat de fans "lead" foutief als "leed" zouden interpreteren, werd uiteindelijk voor de ronkende naam Led Zeppelin geopteerd. Naast Page overleefde ook Yardbirds-manager Peter Grant deze doorstart.

De opnames

Eind ’68 trok Led Zeppelin, onder impuls van Jimmy Page, de Olympic Studios in Londen in,om er samen met producer Glyn Johns in absoluut recordtempo de songs in te blikken die kort nadien als Led Zeppelin I op de markt zouden komen. Glyn Johns was trouwens niet de minste, want hij had eerder al met zowel The Beatles, The Who als The Rolling Stones samengewerkt.

Page wou dat de opnames de klank van hun eerste liveshows zo goed mogelijk benaderden en dat de songs nadien live zonder veel extra poespas konden worden gespeeld. Enkel de vier Zeppelins en niets meer. Daartoe werden onder meer de versterkers in de studio op een zodanige manier opgesteld dat de opnames een verbluffende diepte meekregen. "Distance is depth", aldus Page. Het was een idee dat terugging op de vroege rock-’n-rollopnames uit de typische Sun- en Chess-stal, en dat in de handen van Led Zeppelin erg verfrissend bleek.

Led Zeppelin I werd volgens de legende in amper dertig (30!) uren ingeblikt. Ondanks dit snelheidsrecord klonk het album allesbehalve slordig of onafgewerkt. Integendeel. De arrangementen waren verfijnder dan die van generatiegenoten Cream of Jimi Hendrix, de songs klonken niet zo omslachtig als die van Iron Butterfly of bombastisch als Vanilla Fudge. Het dichtst verwant waren allicht nog MC5, Deep Purple of The Stooges, al mankeerden die het gepolijste en de bekwaamheid van Led Zeps gitaarspel. Bij Led Zeppelin ook geen spoor van enige politieke, sociale of andere diehard Boodschap. De muziek stond centraal. Resoluut.

De songs

Al van bij de eerste takes werd duidelijk welke muzikale koers Led Zeppelin zou varen. Tijdens het napspelen van The Yardbirds-song "Train Kept a-Rollin’" kwam al snel de typische sound en groove naar boven. Vooral het beukende drumwerk van John Bonham, voorheen vaak uit clubs weggestuurd omdat hij te luid speelde, was hierin cruciaal. Naar analogie van Cream-drummer Ginger Baker eiste Bonham zonder verpinken zijn plaats vooraan in de groep op, in weerwil van de toen gangbare opvatting dat de drummer ergens braaf achteraan moest blijven zitten.

"Van het moment dat ik Bonham hoorde drummen, wist ik dat Led Zeppelin geweldig zou worden", vertelde John Paul Jones later. "Bonham swinged like a bastard en we vormden onmiddellijk een echt team." Ook zanger Robert Plant voelde zich meteen in zijn sas: "Ook al hadden we allen wortels in blues en r&b, tijdens die eerste takes werd onze eigen, unieke identiteit gevormd."

Hoe uniek die identiteit klonk, bleek uit "Good Times, Bad Times", de openingssong op Led Zeppelin I. De jachtige bas van Jones, het overweldigende drumspel van Bonham ("tight but loose"), Pages ongelofelijk behendige gitaarspel en vooral de ijle, genrebepalende stem van Robert Plant: Led Zeppelin was veel meer dan de som der delen.

Veel volwaardige songs had het viertal (of beter: drijvende kracht Jimmy Page) toen nog niet bijeen gepend, dus werd er naar hartenlust eer betoond aan hun favoriete artiesten. "Babe I’m Gonna Leave You", een traditionele folksong die vooral in de versie van Joan Baez gekend was, kreeg op die manier een opmerkelijke mix van akoestische en elektrische gitaarsolo’s aangemeten.

Van bluescoryfee Willie Dixon nam de band twee nummers op: het eerste, "You Shook Me", was eerder al door Jeff Beck hergeïnterpreteerd. Hier past Page zijn beroemde "backward echo"-techniek toe (een opgenomen echo wordt achterwaarts afgespeeld, net voor de originele opname) en horen we Plants krijsende, majestueuze stem in volle glorie. Het was tevens de eerste song waarin Led Zeppelin duidelijk zijn bluesgeïnspireerd "vraag-en-antwoord"-techniek tentoonspreidde.

Absoluut meesterwerk van de plaat is echter "Dazed And Confused", dat kant A grandioos afsluit. Een dreigend arrangement, een gestaag dalende basriff, explosieve drumroffels en enkele wild uitspattende gitaarsolo’s tillen de zang ("I’ve been dazed and confused for so long/ it’s not true/wanted a women, never bargained for you/ lots of people talk, few of them know/ soul of a woman was created below") naar atmosferische hoogtes.

In het psychedelische middenstuk bespeelt Page zijn gitaar bovendien met een vioolstrijkstok, een techniek die hij ook op afsluiter "How Many More Times" toepast. Uiteindelijk culmineert "Dazed And Confused", origineel trouwens van ene Jake Holmes, in een daverende gitaarexplosie. Zo zou muziek er in de toekomst dus gaan uitzien.

Sleutelsong op kant B is "Communication Breakdown", één van de weinige songs waarop Page backings zingt. De zware, beukende gitaarriffs in combinatie met het jachtige ritme maakten van dit nummer een tijdloze klassieker, later onder meer gecoverd door Iron Maiden.

Voorts te horen op kant B: het met een dijk van een orgelintro voorziene "Your Time Is Gonna Come" (met Page op een ontstemde 10-snarige steelgitaar) en de ietwat overbodige instrumental "Black Mountain Side". Willie Dixon-cover "I Can’t Quit You Baby" toonde dat Led Zeppelin de gekende bluesriffs wilde koppelen aan gillende zang, snerpende solo’s en beukende drums. Het acht en een half minuten durende "How Many More Times" sluit de plaat zowaar met een boleroritme af.

Atlantic records en de hoes

In november ’68 wist manager Peter Grant, gepokt en gemazeld in het muzikantenmilieu, bij het Amerikaanse label Atlantic Records (van de legendarische Ahmet Ertegun) een lucratieve platendeal ter waarde van 200.000 dollar af te dwingen. Toentertijd een nooit gezien bedrag voor een pas opgerichte groep, zonder noemenswaardig opnamemateriaal.

Zo mogelijk nog opzienbarender waren de contractvoorwaarden die Grant had bekomen: ondanks de macht van Atlantic Records behield Led Zeppelin alle controle over platenkeuzes, tourdata, muzikale beslissingen, promo, etc. Page zei hierover: "A major band should be working for itself, not for a company or for management."

Het waren dan ook de leden van Led Zeppelin zelf die bepaalden welke hoes hun debuutalbum zou aangemeten worden. Alzo prijkte op Led Zeppelin I een zwart-wit afbeelding gemaakt door George Hardie van de brandende Hindenburg zeppelin, het grootste vaartuig ooit gebouwd, die op 6 mei 1937 in vuur en vlam neerstortte boven New Jersey, USA. Veel treffender kon de hoes niet zijn.

De kritieken

Led Zeppelin I werd uitgebracht op 12 januari ’69, middenin Led Zeps eerste Amerikaanse tournee. De eerste optredens in heimat Groot-Brittannië waren geen daverend succes. Klachten over het te luide volume van de concerten waren legio, dus namen Grant en voormalig The Yardbirds-tourmanager Richard Cole (net als Grant een befaamde drinker) de band op sleeptouw doorheen de USA.

De eerste kritieken op die Amerikaanse shows en op Led Zeppelin I waren echter eveneens allesbehalve lovend. Daar waren verschillende redenen voor. Ten eerste bracht de deal met Atlantic een fors imagoprobleem met zich mee: de undergroundpers, rockbands en de ganse tegencultuur had sowieso een grote afkeer van alles wat naar macht of weelde rook. Door de voor hen erg lucratieve Atlantic-deal werd Led Zeppelin als een "hype" aanzien, toen nog een vies woord.

Daarnaast was Led Zep voor velen gewoon de zoveelste band uit de British Blues Boom die het in Amerika, op zijn (zwart-)Amerikaans, probeerde te maken (onder andere The Rolling Stones, Cream, The Yardbirds, John Mayall en Ten Years After waren hen voorafgegaan).

Wat de critici echter nog het meest tegen het hoofd stootte was hun sound, die vooral werd aanzien als een manifestatie van woede en mannelijke agressie. Recensent Jon Landau omschreef een Led Zep-concert als "loud…violent and often insane." Het bombastische sloeg niet direct aan.

Bovendien werd ook de productie op de korrel genomen. "Als ze de leemte na het opdoeken van Cream willen opvullen, zullen ze met interessanter materiaal en een deftige producer op de proppen moeten komen", schreef muziekmagazine Rolling Stone bij de release van Led Zeppelin I.

De impact

Toch was de impact van Led Zeppelin I enorm. In geen tijd stootte het album door naar de gereputeerde Billboard’s Top 10 en in ’69 deed Led Zep 139 optredens, waarvan een overgrote meerderheid in de USA. "Het voelde als een vacuüm en wij waren vast van plan dat op te vullen", vertelde Page hierover ooit aan cineast Cameron Crowe, "it was like a tornado, and it went rolling across the country."

Het publiek dat Led Zeppelin adoreerde, was een stuk jonger dan de fans die de culturele en politieke omwentelingen eerder dat decennium omarmd hadden. Landau: "Zeppelin bracht een revival teweeg van de breuk tussen populariteit en kwaliteit. Zo lang de bands die qua esthetiek het meest gewaardeerd werden, ook commercieel het succesvolst waren, was die breuk irrelevant."

"Maar het schril contrast tussen Zeppelins immense commerciële succes en de kritische ontvangst door de pers, maakte voor het eerst duidelijk dat het zogenaamde homogene publiek in feite diepe scheuren vertoonde." Led Zeppelin vormde zo de breuk tussen de hard bevochten idealen van de sixties en de roekeloosheid en zorgeloosheid van de seventies.

Op muzikaal vlak wist Led Zeppelin, net als voorganger The Yardbirds, een gitaarstijl te ontwikkelen die was gebaseerd op vroege bluesartiesten als Howlin’ Wolf, Robert Johnson en Willie Dixon, maar combineerde die met moderne technieken als distortion, feedback, elektrische, virtuoze gitaarsolo’s en bonkende drums.

Bovendien verwerkten Plant, Page & Co ook minder voor de hand liggende invloeden in hun muziek, zoals Britse akoestische folkmuziek of Oosterse mythologie. Pages fascinatie voor het occulte en meer bepaald voor cultfiguur Aleister Crowley nam in de loop der jaren steeds groteskere vormen aan, wat het donkere, mythische imago van de groep enkel versterkte.

Andrew Loog Oldham, de flamboyante manager van The Rolling Stones, somde de belangrijkste invloeden van Led Zeppelin als volgt op: "Led Zeppelin veranderde de platenindustrie drastisch. Zij waren het eerste echt grote Merk, onder andere door hun pertinente weigering om singles uit te brengen. Led Zep opende bovendien de weg naar de grote stadions, en had met Peter Grant allicht de meest brutale en meest geslepen manager aller tijden."

Ook het beruchte, excessieve gedrag on tour van de band nam al gauw mythische proporties aan. Dolle nachten vol alcohol, drugs en groupies waren meer regel dan uitzondering. Uiteraard was dit niet nieuw, maar Page, Plant, Bonham en in mindere mate Jones (de kalmste van de vier) verheven deze uitspattingen tot — baldadige — kunst.

Wat volgde

Slechts enkele maanden na Led Zeppelin I liet de band al een opvolger, Led Zeppelin II, op de wereld los. Zocht de band op de eerste plaat nog wat naar een eigen smoelwerk, dan kwam op de tweede alles bij elkaar. Door daverende gitaren aangedreven songs als "Whole Lotta Love" en "The Lemon Song" sloegen in als een bom. Dit tweeluik (Led Zeppelin I en Led Zeppelin II) veroorzaakte een nieuwe stroming in de rockmuziek. Of codificeerde op zijn minst wat ook bands als Deep Purple en Black Sabbath deden.

De muziek van Led Zep stoelde duidelijk op de oude bluesmeesters. Maar de prominente rol van de drums, het volume en ingenieuze gesoleer van de gitaren en die etherische, bijna dramatische stem baanden de weg naar een nieuw muziektijdperk. Of het nu heavy metal, hardrock of glamrock werd genoemd.

Led Zeppelin zou de komende jaren heel wat navolging krijgen, de ene al hoogstaander dan de andere. MC 5, Motörhead, Def Leppard, Alice Cooper, Judas Priest, Van Halen, Iron Maiden, AC/DC, Metallica, Motley Crue, Gun’s Roses, The White Stripes, Wolfmother, …: allen zijn ze schatplichtig aan Led Zeppelin.

In ’69 en begin ’70 moest Led Zeppelin opboksen tegen Abbey Road, de zwanenzang van The Beatles en Let It Bleed van The Rolling Stones, twee baanbrekende platen die een vervlogen tijdperk afsloten dan wel samenvatten. Met Led Zeppelin startte het volgende. Gitarist Steve Pond verwoordde het ooit erg treffend als volgt: "Led Zeppelin was de laatste band van de sixties, en de eerste van de seventies."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in