De helaasheid der dingen




Een blote kont werkt altijd. Dat zal elke reclameman of
playboybunny beamen. En vanaf nu ook Felix Van Groeningen. Het
partijtje naaktfietsen van de cast van ‘de Helaasheid der Dingen’
als promotiestunt over de Croisette in Cannes heeft hem alvast geen
windeieren gelegd. Veel lenzen van toeristen en rioolfotografen
zoemden wellicht gewoon in op hun paaseieren, maar gelukkig werd
niet alleen met de nagespeelde scène uit de film gescoord. Ook de
film zelf kon in de sectie van ‘Un Certain regard’ op enthousiast
applaus en een verdiende overwinning rekenen. Een ritzege die
hopelijk gepast gevierd werd met een vet feest met een panter van
een kater achteraf.

Zuipen is voor de familie Strobbe uit ‘de Helaasheid der Dingen’
namelijk een way of life. De 13-jarige Gunther Strobbe (Kenneth
Vanbaeden) woont met zijn vader Celle (Koen De Graeve) en drie
nonkels Breejen, Petrol en Koen bij zijn grootmoeder in
Reetveerdegem, in de buurt van Aalst. Een echte Strobbe herken je
aan de lengte van zijn nektapijt en de marginale hoeveelheid bier
die hij in zijn keel kan gieten en er een paar uur later weer uit
kan kotsen. Niet bepaald de gezondste omgeving om in op te groeien.
Op school is Gunther ook al geen held, hij krijgt veel strafwerk en
het ziet ernaar uit dat hij in de voetsporen van zijn vader zal
treden en eeuwig zal vieren dat er niets te vieren valt. Tot
Gunther straf schrijven leuk begint te vinden en hij in het
schrijven een achterpoortje ontdekt om te ontsnappen aan de
helaasheid der dingen…

De autobiografische bestseller van Dimitri Verhulst die in 2006
terecht unaniem door lezend Vlaanderen tot aan de maan en terug
werd geprezen, was zo visueel tastbaar en smakelijk sappig
geschreven dat het geen wonder mag heten dat het boek zo snel een
verfilming kreeg. Regisseur Felix Van Groeningen (Steve+Sky, Dagen
zonder lief) is gelukkig niet te gulzig geweest om elk woord en
elke maffe anekdote uit het boek te willen verfilmen. Hij stript
het verhaal tot op zijn essentie en focust vooral op de tweestrijd
van de jongen tussen school en familie en de mengeling van
nostalgie en cynische openhartigheid waarmee de volwassen Gunther
op zijn kindertijd terugkijkt.

Het is daar dat de kracht van het verhaal hem trouwens zit: in
de eerlijkheid waarmee het verteld wordt. Gunther beschrijft zijn
nonkels en vader zoals die echt waren, in al hun vunzigheid en
platheid, als de lallende, onverantwoordelijke zeveraars en zelfs
nonchalante vaders die ze waren. Maar ook met veel liefde. Gunther
heeft afstand genomen van zijn verleden, heeft gekozen voor een
heel ander leven, maar blijft ongewild toch aan zijn roots
verknocht, als een boer aan zijn grond, als een Strobbe aan zijn
pintje. De situaties die de broers meemaken in Hotel Mama, zijn
grappig tot hilarisch, maar de stilte die volgt baadt ook steeds in
een melancholisch trieste waas: de dagen zonder lief zijn voorbij,
Gunther is volwassen, de dood hangt in de lucht en nieuw
(ongewenst) leven staat te trappelen. De helaasheid der dingen.
Melancholie zonder dat het te melig wordt en humor zonder dat het
te plat wordt, Van Groeningen weet het dunne koord prachtig te
bezweren.

Visueel blijft Van Groeningen trouw aan zichzelf. Sommigen
spreken van een stijlbreuk, maar het camerawerk ligt in het
verlengde van zijn vorige films. Na het prostitutiemilieu en de
verwelkte vriendenkring, weet hij ook nu weer een afgebakend milieu
scherp te stellen, dat van de vader-op-zoon dorpsdrinkers. Met
desolate treinshots, sobere sfeerbeelden, een handvol straffe
verhalen en veelzeggende blikken brengt hij zowel de dorpse
mentaliteit van het fictieve Reetveerdegem als de gemoedstoestand
van de jongen in kaart. Het verschil is dat Van Groeningen ditmaal
kan werken met een ijzersterk scenario dat dieper snijdt dan ‘Dagen
zonder lief’ en echter overkomt dan ‘Steve+Sky’, maar vooral de
universele uitstraling heeft om een breder publiek aan te spreken.
Daar is Cannes het bewijs van.

Dimitri Verhulst kan op zijn beide oren slapen: zijn verhaal is
in goede handen. Ook al kiest Van Groeningen voor wildere heen- en
weersprongen tussen heden en verleden en een nog grotere
vervlechting van de kleine Gunther met de grote dan in het boek, de
essentie (‘gij zijt ne Strobbe, maar wel nen andere’) blijft
bewaard en de beelden ademen de juiste poëzie uit. Bovendien zijn
de acteurs uit ‘De Helaasheid’ op zijn zachtst gezegd fantastisch.
Dat we dat in Vlaanderen nog mogen meemaken. De nonkels spelen de
stopsels van de flessen en vooral Kenneth Vanbaeden als de jonge
Gunther is een ware ontdekking. Zijn ingetogen acteren is pakkend,
zijn gezicht een speelveld van emoties waar je naar kan blijven
kijken. Zeker de scènes met zijn vader, gespeeld door Koen De
Graeve, zijn ontroerend goed. Een vader die beseft dat hij zijn
zoon moet beschermen tegen de toekomst, dat loslaten de enige
mogelijkheid is. Al is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Het zijn
die beelden die de film boven vertier doen uitstijgen tot een
pijnlijk mooie vader-zoonconfrontatie en een diepgaande
filmervaring.

Het enige dat niet helemaal juist zit in de film, is de
voice-over. De stem van de volwassen Gunther die tekst en uitleg
geeft bij de beelden die we te zien krijgen, zuigt je niet mee in
het verhaal, maar staat je onderdompeling net wat in de weg, alsof
er een grote meneer voor je in de zaal zit. Acteur Valentijn
Dhaenens probeert wel de poëtische ironie van Verhulst in zijn stem
te leggen, maar krijgt de zo-mooie taal van de lettertemmer niet zo
sierlijk uit zijn mond gerold, laat staan spinnend in onze oren
genesteld. Maar dat is ook het enige pietepeuterige punt van
kritiek dat ik kon vinden.

Een film en een boek aan elkaar afwegen, blijft pompoenen met
frisco’s vergelijken, maar laat ik het zo stellen: we krijgen waar
we op gehoopt hadden. Voor wie het boek al heeft gelezen, is het
leuk om de Strobbe-avonturen eens te herbeleven en zal de film
vooral werken als een kwieke bijensteek in de poep om de neus
opnieuw in het boek te stoppen. Wie het boek niet gelezen heeft,
krijgt een film die een mooie impressie geeft van het boek, de
juiste ruwe-diamantsfeer weet te kraken en krijgt ook gewoon een
sterke oervlaamse film te zien. Voila.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in