Progressive Nation :: Opeth + Dream Theater, 17 oktober, Vorst Club


Een package met dé twee progmastodonten, Opeth en Dream Theater, op de planken van Vorst Nationaal bleek vooral voor de headliner een zegen. Bij Opeth was men getuige van circus bulderdrang terwijl men bij Dream Theater in een verbluffend mooi tranendal stond.

De eerste twee guests van de Progressive Nation Tour, de Amerikaanse progrockband Bigelf en het Canadese gypsy septet Unexpect, hebben we aan ons moeten laten voorbijgaan. Opeth dan maar: “We are here to bring you songs about death”, gniffelt frontman Mikael Akerfeldt na het warme progrockstuk “Windowpane”. Zijn sarcastische welkomstwoorden — met het bericht van een Brusselse nieuwssite in het achterhoofd: “Chauffeur ramt Zweedse tourbus en overlijdt” — worden enthousiast onthaald, tot hij in Britse humorstijl het relaas doet van het bizarre ongeval met de tourbus op de Brusselse ring. Een reeds volgelopen Vorst Club blijft er oorverdovend stil bij.

Genoeg geklets — al is de immer goedgemutste Akerfeldt ook in een babbelbui — over naar de set: de atmosferische openingssong contrasteert sterk met de blastbeats van killersong “The Lotus Eater” waarbij de bastonen net iets te veel door merg en been gaan. Na enkele minuten is de PA-man beter bij de pinken en kan het duet tussen het razendsnelle toetsenspel van Per Wiberg en gitaarwerk de Dream Theater-fans opwarmen. De Zweden kiezen gemakshalve voor de vertrouwde brute setlist van de arenatour: beukers zoals het minder overtuigende “Reverie/ Harlequin Forest”, het deathjuweeltje “April Ethereal” en een klassieker — “voor wie het als klassieker interpreteert” aldus Akerfeldt — dé livebom “Deliverance”. Afsluiten doet Opeth subtieler en in stijl, net als op Watershed, met “Hex Omega”. Besluit na een goed uurtje gas geven: voor de grote fans niks nieuws onder de zon na de derde passage van Opeth in één jaar, een aangename kennismaking voor de leken, die het veelvuldige bulderen er graag bij nemen.

Wie beweert dat Dream Theater geen echte liveband is, heeft zaterdagavond een serieuze pandoering gekregen. Het enthousiasme, geklap en gestamp op het beton van de eerste ring in de Brusselse concertbunker tijdens de Wagneriaanse intro hebben behoorlijke Sclessin-allures. Nadat een doek neervalt begint circus Dream Theater met een stevige brok metal uit Black Clouds & Silver Linings.“ A Nightmare To Remember” ontploft in Vorst als een ware H-bom. James LaBrie heeft door zijn gegoochel met de microfoonstandaard wat weg van Walter Grootaers, al verdwijnt hij iets te vaak van het podium om het publiek te blijven oppeppen. LaBrie is veeleer de enthousiaste circuspresentator en Mike Portnoy — tegenwoordig met de looks van een brede Jack Sparrow — en gitarist John Petrucci veeleer de acrobaten, terwijl toetsenist Jordan Rudess fungeert als de gekke jongleur en bassist John Myung als de nuchtere temmer. John Petrucci, duidelijk in zijn ruige topjaren, geeft met een oorverdovende drop D-tunes het uit een ver verleden afkomstige duo “The Mirror/Lie” aan — kent u Awake uit 1994 nog? Ook hier verdwijnt LaBrie meermaals achter de versterkers om de instrumentalisten aan het dolenthousiaste publiek over te laten.

Twee keer wordt alles ingezet op de verovering van gevoelige hartjes: ook wij krijgen het “moeilijk” tijdens het op 9/11 geënte “Sacrificed Sons” en “The Spirit Carries On”, het meest emotionele stuk van Metropolis Pt. 2: Scenes From A Memory, waarbij de ”If I die tomorrow, I’d be allright because I believe that after we’re gone the spirit carries on” luidkeels wordt meegezongen vanuit alle uithoeken van de Vorst Club. Zondermeer ontroerend, maar de song geeft ook de indruk van een hysterische massaviering, met de 4.000 aanwezigen als devote Dream Theater-aanhangers, en terecht.

Voor stevige songs gericht op een mainstreampubliek is er ook plaats. Versta ook: nummers waarbij de “echte Dream Theater” soms ver weg is: de bijna keyboardloze thrasher “A Rite Of Passage”, die wel in volle arena beter tot zijn recht komt, of het imposante “Forsaken”, de ideale mix tussen de toegankelijke riffers van Systematic Chaos en enkele proguitspattingen. De lang uitgesponnen klassieker “As I Am” wordt onthaald door sing alongs, wederom aangevoerd door Portnoy ingesloten in zijn Albino Monster-drumkit.

Terwijl we tijdens de openingssong werden opgezogen in een roekeloze nachtmerrie, is de weinig verrassende encore “The Count Of Tuscany” de ideale droom om mee af te sluiten. Als Dream Theater’s meest veelzijdige en boeiendste nummer is de slotsong van Black Clouds & Silver Linings de climax van de verbluffende set waarin de emoties soms hoog oplaaiden. Door het hoge showgehalte — met dank aan Portnoy’s entertainmenttalent, drie beeldschermen en een spectaculaire lichtshow — en het instrumentale topniveau heeft Dream Theater wat liveprestaties betreft het meeste recht op de titel “Pink Floyd van de metal”. De dichtste concurrenten Anathema, Opeth en Tool zullen de theatraliteit van zaterdagavond immers nooit durven te brengen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in