Susanna And The Magical Orchestra :: 3

Het ontbreekt de Noorse Susanna Wallumrød alvast niet aan lef noch aan eigenzinnigheid. Na twee fel gesmaakte coverplaten met Mørten Qvenild (The Magical Orchestra) schoof ze het orkest en alle electronische gadgets aan de kant en koos ze resoluut voor solowerk op de piano.

Opdat de stijlbreuk met het vorige werk voldoende zou resoneren, debuteerde ze bovendien met een album vol eigen composities (Sonata Mix Dwarf Cosmos) dat op geen enkel moment onder diende te doen voor de coveralbums. Eens ze haar kunnen als soloartieste en componiste bewezen had, koos Wallumrød met Flower Of Evil opnieuw voor een album met voornamelijk covers. Met 3 doorbreekt ze nogmaals het verwachtingspatroon door niet alleen opnieuw de handen in elkaar te slaan met Qvenild maar door bovendien voor een album met eigen nummers (slechts twee songs zijn niet door Wallumrød of Qvenild geschreven) te kiezen.

Jammer genoeg is er weinig reden voor vreugde bij deze reünie. Waar de twee eerste albums van Susanna And The Magical Orchestra onderkoelde technopareltjes waren, wordt nu voor een grotesk jaren tachtig-geluid gekozen dat in al zijn schreeuwlelijkheid en pathos bovenal enerverend en goedkoop klinkt. In het kielzog van de jaren tachtig-hype die nu al te lang duurt, schuift Susanna And The Magical Orchestra alle ingetogenheid aan de kant voor een groteske beladenheid.

Blijft het bij “Recall” aanvankelijk nog kantje-boordje ondanks de bij Jan Hammer geleende keyboardlijnen dan is er voor “Guiding Star” geen excuus meer te bedenken. De dreunende aanslagen zijn weggeplukt uit de New Romantics-beweging en delen met hen een voorkeur voor een zeemzoeterige pastiche op romantische idealen. Dat het einde hiermee niet eens in zicht is, bewijst het godsgruwelijke “Game” dat op goedkope keyboarddeuntjes richting vergetelheid walst.

Veel woorden hoeven er niet vuil gemaakt te worden aan het krampachtig anders klinkende “Palpatine’s Dream” dat nog harder stinkt dan George Lucas’ Star Wars-prequels waarin voornoemde Palpatine een belangrijke rol speelt. Het eerste en zowat enige lichtpunt vormt Roy Harpers “Another Day” dat dankzij een ingetogen pianobehandeling niet de mist ingaat en zelfs aansluiting zoekt bij Wallumrøds solowerk. “Subdivisions” daarentegen kan hoogstens op een ironische manier goed bevonden worden, zij het dat hier als excuus ingeroepen mag worden dat Rushs origineel al evenmin veel soeps was.

Onder het motto dat het ergste nog moet komen, mag “Deer Eyed Lady” alle hoop op meer dan een geslaagde song de bodem inslaan. De paar interessante ideeën (onder andere de drumtrack) worden zo kig samengevoegd dat het nummer werkelijk alle gevoel voor eenheid kwijt raakt. Jammer, want op het eerder vermelde “Subdivisions” na, zijn de volgende nummers wel degelijk beluisterbaar zonder daarvoor noodzakelijk gedenkwaardig te zijn.

Zo doet de electroballad “Lost” een laatste dappere poging om wat rest van de meubelen te redden. De tweede pianosong weet de inherente pathos voldoende binnen de perken te houden om zichzelf van een eervolle vermelding te verzekeren. Dit had net zo goed op een van Wallumrøds
vorige soloplaten gekund. Het niet onaardige “Come On” klinkt als een verloren track die teruggrijpt naar het duo’s oude werk terwijl “Someday” laat horen hoe 3 had kunnen klinken. Iets te pathetisch om memorabel te zijn, maar wel vakkundig genoeg om niet met afgrijzen onthaald te worden.

Dat het geluid van de jaren tachtig de hitlijsten opnieuw mag teisteren, kan niet langer ontkend of genegeerd worden. Maar waar jonge meisjes als La Roux of Florence And The Machine die electroromantiek en theatrale pathos treffend weten te vatten op hun albums, blijft Susanna And The Magical Orchestra hopeloos achter. 3 zoekt nodeloos aansluiting bij het “geluid van nu” maar geraakt niet verder dan een krampachtige pastiche. De paar songs die er wel toe doen, kunnen de plaat niet redden.

Susanna And The Magical Orchestra speelt op 2 november in de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in