John Rabe




Wanneer aan het einde van dit jaar de onvermijdelijke
filmoverzichten worden geschreven van het eerste decennium van de
21ste eeuw, zijn er een aantal trends die sowieso niet zullen mogen
ontbreken. We zullen de hypes rond het fantasygenre onder handen
moeten nemen (‘Lord of the Rings’, Harry ‘Potter’), de opkomst van
de torture porn (‘Saw’, ‘Hostel’) en ook de verrassende
terugkeer van de Duitse film, waarvan er heel wat de Tweede
Wereldoorlog als onderwerp namen. ‘Der Untergang’, ‘Sophie Scholl’,
‘Die Fälscher’ – quasi elk jaar kwam er wel een Duits drama uit
waar mensen ook effectief naar gingen kijken en van konden
genieten. In 2009 kregen we al het modernere ‘Der Baader-Meinhoff
Komplex’ en nu solliciteert ‘John Rabe’ openlijk naar de post van
WO II-epos du jour.

Hoewel regisseur Florian Gallenberger een andere focus kiest dan
zijn voorgangers. We schrijven 1937. John Rabe (Ulrich Tukur) is de
baas van een elektriciteitscentrale van Siemens in Nanking, China.
Hij is een lid van de nazipartij, en weet achteloos racisme en
paternalisme tegenover de Chinezen te combineren met een diep
gewortelde menselijkheid. “Het duurt eeuwen om een Chinees iets te
leren,” merkt hij op aan het begin van de film, “maar ze zijn
allemaal erg gewillig en hondstrouw”. Geen sympathieke praat, maar
wanneer de Japanners Nanking binnenvallen, is hij wel de eerste om
zijn arbeiders toevlucht te bieden in zijn fabriek – hij laat hen
schuilen onder een gigantische nazivlag, opdat de vliegtuigen van
de Jappen hen zouden herkennen als bondgenoten. Samen met een
internationaal gezelschap, waaronder een Duitse diplomaat (Daniel
Brühl), een Amerikaanse dokter (Steve Buscemi) en een Franse
schooldirectrice (Anne Consigny), zet hij in de stad een veilige
zone op, waar de burgers van Nanking zich kunnen verschuilen voor
het oorlogsgeweld. De Japanse soldaten verklaren zich officieel
akkoord om de zone met rust te laten, maar maken zich regelmatig
schuldig aan mishandelingen, moorden en verkrachtingen. Niettemin
weten meer dan 200.000 Chinezen de beruchte “rape of Nanking” te
overleven, dankzij de inspanningen van Rabe en co.

De titel ‘Schindler’s List’ wordt regelmatig genoemd in
besprekingen van ‘John Rabe’, omdat we opnieuw het verhaal krijgen
van een Duitse industrieel die zijn goed hart laat spreken en zich
ontpopt tot reddende engel. Rabe en Schindler waren trouwens een
gelijkaardig lot beschoren: eind jaren dertig ging Rabe terug naar
Duitsland, waar hij monddood werd gemaakt door het naziregime.
Japan was immers een bondgenoot en verhalen over hun misdaden
mochten het daglicht niet zien. Na WO II leefde hij nog een aantal
jaar in anonimiteit, tot hij stierf in 1950.

Tot daar de gelijkenissen – de setting en plotontwikkeling van
‘John Rabe’ liggen zo ver verwijderd van Spielbergs klassieker dat
alle herinneringen er aan na een tijdje vanzelf uit je hoofd
verdwijnen. De ambities van Florian Gallenberger liggen blijkbaar
iets eenvoudiger: hij heeft een klassiek opgebouwd historisch epos
willen maken, met veel massascènes, veel laag overvliegende
vliegtuigen en veel ontploffingen die iedereen raken behalve de
hoofdpersonages. De melodramatiek is daarbij nooit veraf – het
laatste schip dat uit Nanking vertrekt voordat de Japanners er
zijn, wordt gebombardeerd nog voor het goed en wel uit de haven is
vertrokken; in een andere scène komen we te weten dat sommige
Japanse militairen er een sport van maakten zoveel mogelijk Chinese
soldaten te onthoofden (ze poseren glimlachend voor een foto met de
lichaamloze koppen). We krijgen zelfs een heldhaftig schoolmeisje
dat ternauwernood aan een verkrachting kan ontsnappen en het halve
Japanse bezettingsleger achter zich aan krijgt. Yup, Gallenberger
houdt van dramatische effecten, hij drukt graag op de emotionele
knoppen van zijn publiek. Maar het punt is dat hij dat over het
algemeen wel goed doet. ‘John Rabe’ flirt soms met de meligheid en
dikwijls met het cliché (de “he’s a jolly good
fellow
“-scène had écht niet gehoeven, evenmin als een moment
waarop Rabe en de Amerikaanse dokter broederlijk samen zat worden),
maar blijft meestal net aan de veilige zijde daarvan.

Gallenberger maakt zelfs een goede keuze door zijn focus niet
uitsluitend te beperken tot John Rabe – zeker in de tweede helft
van de film maakt hij vaak zijsprongen naar de andere personages,
inclusief een suspensesequens van zo’n twintig minuten rond het
net-niet-verkrachte schoolmeisje. Door dat te doen, vermijdt de
regisseur de courante fout van dit soort films om een reeks
historische gebeurtenissen te banaliseren tot het leerproces van
één personage. ‘John Rabe’ gaat, ondanks z’n titel, niet alleen
over John Rabe, maar ook over de anderen die aan het hoofd stonden
van de veilige zone, en vooral ook over de mensen van Nanking. Die
variatie in de verhaallijn draagt er ook toe bij dat het tempo
opvallend goed zit – de 135 minuten lijken voor de verandering eens
gerechtvaardigd, en we krijgen zelfs geen lang uitgesponnen epiloog
op het einde.

Geen wonder dan, dat de hele film ook visueel een klassiek
vakmanschap uitstraalt: echt geïnspireerd kun je de aanpak niet
noemen, daarvoor blijft het allemaal wat te braaf, maar
Gallenberger weet hoe hij een actiescène in elkaar moet steken en
let’s face it: dit is sowieso geen verhaal dat echt baat
zou hebben bij een hoop gezwier met de camera.

Ulrich Tukur, die u nog kent uit ‘Das Leben der Anderen’ en die
dit jaar in maar liefst zes films zit (zou die man ooit nog thuis
slapen?) draagt de film met een ingehouden vertolking die een mooi
tegengewicht vormt voor de neiging tot melodrama van het scenario.
Zelfs wanneer de film er een beetje over gaat, weet Tukur de
situaties toch terug te trekken naar een realistisch niveau. De
overige acteurs zijn van wisselend niveau: Steve Buscemi is
degelijk als altijd in de rol van cynische dokter (“Ik heb
daarstraks kindjes wiens halve gezicht was weggeblazen moeten
opereren zonder verdoving, en dan zijn ze nog gestorven ook.
Koekje?”), maar Daniel Brühl maakt een onverklaarbare uitschuiver
als diplomaat Georg Rosen – normaal gezien is hij nochtans een
uitstekend acteur, dus waar zijn geaffecteerde vertolking vandaan
komt, is mij een raadsel. Anne Consigny heeft zichtbaar moeite met
haar Engels, waardoor haar vertolking als directrice van een
meisjesschool houterig en onwennig overkomt.

Ik geloof niet dat iemand zich de illusie maakt dat ze met ‘John
Rabe’ het warm water opnieuw hebben uitgevonden. Dit is
oerklassieke cinema, nergens vernieuwend of verrassend, maar met al
dat wel degelijk gemaakt en meeslepend. Een film die ongetwijfeld
nog talloze malen op zondagmiddag op tv vertoond zal worden – wat
heel neerbuigend klinkt, maar de kans is groot dat je dan wel een
leuke zondagmiddag zult beleven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in