Kings Of Convenience :: ”Muziek is overal. En dat is een groot probleem.”

Erlend Øye is een man die zijn tijd neemt. Niet alleen om samen met Eirik Glambek Bøe eindelijk nog eens een nieuwe Kings Of Convenience te maken — het wederom prachtige Declaration of Dependence. Maar ook om op vragen te antwoorden bijvoorbeeld: probeer vooral het aantal stiltes of denkt (lang) na’s in dit interview niet te tellen. De man geeft weinig interviews, waardoor hij zijn woorden die schamele keren ontzettend lijkt te wikken en wegen.

Dat hij zijn tijd neemt, bleek ook op Pukkelpop, waar hij speelde met zijn andere band The Whitest Boy Alive zodat goddeau hem aldaar even kon spreken. Øye was immers langer dan een half uur spoorloos — achteraf bleek hij van een lange massage genoten te hebben. Niet dat Øye arrogant is. Hij is veeleer bedachtzaam, op zijn hoede, alsof hij zijn eigen muziek niet wil tegenspreken. Die spreekt volgens hem al genoeg voor zich. En daar heeft hij een punt.

Erlend Øye is ook een man die lawaai verafschuwt. Wanneer we het interview aanvatten, zijn The Rifles op de Main Stage aan hun set begonnen, die ook over de persruimte buldert. Øye (witte opgetrokken kousen in sandalen, korte oranje broek tot aan de knieschijven) trekt er een gezicht bij alsof hij het deksel van een beerput heeft gelicht. "Kunnen we nergens anders gaan zitten," vraagt hij. En zo geschiedt: we trekken ons terug in een van de containers. "Eigenlijk doe ik niet graag interviews", zegt hij eens we binnen zitten. "Ik ook niet", antwoord ik laconiek. Øye lacht. We kunnen beginnen.

enola: Er zit ruim vijf jaar tussen deze en de vorige plaat. Hadden jullie die rustpauze "nodig"?
Øye: "Het heeft langer geduurd dan aanvankelijk de bedoeling was. Dat kwam door verschillende dingen: ik brak mijn hand op een bepaald moment, Eirik werd vader (denkt na). Er kwamen altijd wel dingen tussen die maakten dat we het album niet af konden krijgen. We namen er ook gewoon onze tijd voor."

enola: Zodra iemand vader of moeder wordt, laat zich dat meestal horen op een plaat. Niet bij jullie.
Øye: "De nummers waren eigenlijk al enkele jaren geleden geschreven. Dus songs over Eiriks vaderschap zullen op de volgende plaat belanden (lachje). Maar het is echt waar: de meeste songs van deze plaat zijn drie of vier jaar oud."

enola: Mag ik dit een schizofreen album noemen? Enerzijds is het een koelere plaat dan jullie vorige, maar tegelijk ook jullie meest "groovy" plaat.
Øye: "Ja. Er staat veel wintermuziek op deze keer, maar tegelijkertijd ligt er inderdaad ontzettend veel nadruk op ritmes. Ik denk dat we gewoon sterk zijn in het ritmisch spelen van gitaar, dat mag ik zeggen. (denkt na) We waren al lang van plan met zulke ritmes te experimenteren en ze te gebruiken, maar ik denk dat we eerst betere spelers moesten worden." (stilte)

"Nu ben ik er ontzettend blij mee, al is het heel stille muziek. Maar dat is net het probleem: zo’n "contemplatieve muziek" — een man of een vrouw alleen op gitaar — heeft vaak gewoon geen ritme, alsof ze alleen maar emoties willen vertellen. Daar vind ik ons eigenlijk wel uniek in, dat we nu beide combineren. Bovendien hebben wij daar geen drums voor nodig. Ik heb de laatste jaren ontzettend veel op café gezeten, en de muziek daar stoort me verschrikkelijk. Ze hebben daar vaak heel kleine boxen, en al wat je daardoor hoort is de hi-hat (doet geluid na) — ontzettend irritant. Dat heeft niks met muziek te maken, dat is gewoon lawaai uit een machine. Als je onze muziek in die cafés zou spelen, zou je niet dat vervelende constante monotone geluid hebben.

enola: Als jullie muziek gespeeld wordt in een café, kun je tenminste fatsoenlijk praten. Of denk je stiekem dat de mensen er dan gewoon naar zouden luisteren?
Øye: "Dat is een mooie gedachte, maar ik vrees ervoor. Het blijft een café, het blijven kleine boxen; je zult de muziek beter horen, zelfs goed horen, maar het zal gewoon vriendelijker zijn voor het oor. Meer niet. Ik maak me geen illusies."

enola: We daveren hier op onze stoelen ondertussen door het lawaai van op de Main Stage. Daar moet je tegenwoordig echter niet meer voor naar een festival. In deze tijden van loudness wars knalt een cd thuis ook uit je boxen. Daar moet iemand als jij van gruwen.
Øye: "Het grootste probleem is eigenlijk dat muziek overal is. Dat heeft natuurlijk te maken met de downloadcultuur, de iPod … Mensen hebben nog nooit zo veel naar muziek geluisterd. Ergens is dat een goede zaak, maar zo appreciëren mensen muziek niet meer."

enola: Met de iPod worden albums ook veel minder als geheel beluisterd, mensen kopen afzonderlijke nummers en selecteren snel enkele songs voor onderweg …
Øye: (onderbreekt) "Dat is jammer, ja. Ik ben er echter wel zeker van dat … (denkt lang na) Wij hebben een heel trouwe fanbase. Ook in jouw land ben ik ervan overtuigd dat er mensen zitten te wachten op onze plaat, en haar als één geheel zullen beluisteren. We proberen hen echt in gedachten te houden als we muziek maken, maar tegelijkertijd ook de mensen die roepen: ’Oh, niemand luistert nog naar muziek op die manier, het kan niemand nog schelen in welke volgorde de songs op een plaat staan, de tijden zijn veranderd.’ Ik kan alleen maar blijven proberen de idealen te volgen die ik, die wij als band, altijd hebben gehad."

enola: Declaration of Dependence is ook veruit jullie soberste plaat, alsof jullie back to basics wilden gaan: gewoon twee vrienden die muziek beginnen te maken.
Øye: (denkt lang na) "Misschien wel, ja. We gaan steeds door een lange fase van trial and error als we muziek maken. We proberen iets, laten het dan een paar maanden liggen, proberen ondertussen iets anders … Telkens als we iets probeerden toe te voegen aan een nummer, kwamen we toch altijd terug bij de eerste, naaktere, simpele versie. Maar inderdaad ja, achter deze plaat zit echt wel het idee van twee gasten die gewoon samen muziek spelen."

enola: Wie een recensie leest van jullie platen, zal er telkens weer het woord "melancholisch" in terugvinden. Maar zo wordt tegenwoordig bijna elke plaat omschreven. Is dat in jullie ogen dan ook een te simpele omschrijving?
Øye: "Goeie vraag. (denkt lang na) "Het hangt ervan af op welk niveau je ernaar luistert. Je kunt naar onze muziek luisteren zonder er diep op in te gaan, en ze gewoon gebruiken als achtergrondmuziek. Of je kunt er echt naar luisteren en je herkennen in de emoties. Ik denk dat beide manieren goed zijn. Maar ik zou zeggen dat er veel …" (denkt na)
"Het mooie aan droevige muziek is dat ze in mijn ogen nooit echt droevig ís. Ze is immers niet voor niets gemaakt. De muziek is geboren uit iets droevigs, maar dat is net een mooi, levensbevestigend iets voor mij. In Noorwegen zeggen ze: Nothing is so bad that it’s not good for something. En dat doet je optimistisch tegenover het leven staan. Zo durf ik me zelf wel een optimist te noemen, al zal dat niet altijd duidelijk uit onze muziek blijken. Maar er zijn veel kanten aan mijn persoonlijkheid die je niet terugvindt in onze muziek. (denkt na) Noem me eerder een observerende optimist. Ik nodig mensen ook graag uit om mee te observeren. Dat is iets heel boeiends: wij creëren veel ruimte in onze muziek, die je als luisteraar zelf kunt invullen en laten samenvloeien met alles wat er rondom je gebeurt."

enola: Jullie zijn heel speels met taal, met woorden. Jullie gebruiken taal haast als een instrument. Bij ons klagen artiesten al gauw dat ze in clichés vervallen als ze in het Engels schrijven. Jullie duidelijk niet.
Øye: "Dank je, dat is een mooi compliment. En dat is net de reden waarom het soms zo lang duurt eer we een song klaar hebben: door de woorden. Wij omhelzen het idee dat we niet Engels of Amerikaans zijn. Wij proberen niet te hard om de grammatica of de regels van een taal te volgen. Als wij iets willen zeggen waar een Noorse uitdrukking voor bestaat, dan proberen we het gewoon letterlijk te vertalen, en als dat lukt, des te beter. De meeste mensen die naar onze muziek luisteren, zijn immers ook geen Engelse native speakers. Zo zijn er veel Noorse uitdrukkingen die geen directe Engelse vertaling hebben, zoals bv.: (zegt iets in het Noors), wat betekent: Who doesn’t want, have already. Als ik dat zou zeggen in het Engels, zou een Duitser dat bijvoorbeeld toch verstaan. Niet-Engelssprekenden hebben de Engelse taal gestolen en gebruiken ze hoe ze maar willen. We hebben er misschien zelfs te weinig respect voor, iedereen gebruikt de Engelse taal maar hoe hij of zij dat wil, iedereen wil immers gewoon communiceren met mensen over de hele wereld.

enola: Met de titel van jullie plaat willen jullie ’afhankelijk zijn’ van iemand als iets goeds voorstellen. Dat is toch niet altijd het geval, lijkt me. Afhankelijk zijn van iemand betekent toch ook heel kwetsbaar zijn?
Øye: "Hm, interessant. (denkt lang na) Toch ben ik ervan overtuigd dat het iets goeds is. Afhankelijk zijn van iemand maakt het leven toch gemakkelijker, omdat je dan minder opties hebt. De moderne Europeaan heeft heel veel vrijheid, en dat maakt hem niet altijd gelukkiger. Als je seksueel afhankelijk bent van één vrouw, is het gemakkelijker om een relatie te hebben met haar. Ze kan misschien al eens vervelend zijn, maar ze geeft je wel iets wat je echt wilt. Als je afhankelijk bent van iemand omdat je samen geweldig goed en mooi kunt zingen, zoals ik en Eirik, dan is dat goed, dat geeft ons een reden om samen te blijven, dat geeft ons minder opties. En dat maakt ons echt waar gelukkig. Maar nu klink ik wel héél optimistisch."

Kings Of Convenience speelt op 9 november in de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in