Funny People




Scenario en regie: Judd Apatow

Judd Apatow is geen vreemde naam voor iemand die al eens binnen
durft te stappen in een bioscoopzaal. Zijn ‘Knocked Up’ was een
verpletterend succes dat vooral critici in Amerika van hun sokken
heeft geblazen en ook commercieel deed-ie het onwaarschijnlijk
goed. In Europa was de ontvangst misschien net iets lauwer, maar
toch overwegend, en terecht, positief. Ook daarvoor, met ‘The
40-Year-Old Virgin’, liet hij al een frisse, nieuwe wind waaien
door het landschap van de vaak nogal duffe Amerikaanse komedie. Tot
slot is zijn naam ook nog eens verbonden met zowat elke onderneming
van Frat Packers als Will Ferrell, John C. Reilly, Paul
Rudd, Jonah Hill, Seth Rogen, Jason Segel, en de rest. Het is een
actief ventje, die Judd, en met zijn nieuwste worp, ‘Funny People’,
legt hij de lat voor zichzelf meteen een stuk hoger: “Ik wil een
serieuze prent maken die dubbel zo grappig is als mijn vorige
films,” liet hij optekenen. Spijtig genoeg is Ome Apatow maar half
geslaagd in zijn opzet.

George Simmons (Sandler) is een succesvolle, bekende komiek die
op een dag te horen krijgt dat hij aan een bijzondere vorm van
leukemie lijdt en wellicht niet lang meer te leven heeft. Zijn
dokter schrijft hem een experimentele behandeling voor, maar
gelooft er nauwelijks in: slechts 8% van de patiënten brengt het er
in dit stadium nog levend vanaf. George is een lichtjes
misantropische, melancholische en van zelfontgoocheling vervulde
ziel die in zijn laatste momenten wel beseft dat hij het allemaal
niet al te best heeft aangepakt: de vrouw van zijn leven liet hij
door z’n scheefpoeperij door de vingers glippen, hij heeft geen
vrienden en hoewel hij naar eigen zeggen “verslaafd is” aan zijn
luxueuze levensstijl, weet hij maar al te goed dat het allemaal
geen hol te betekenen heeft. Hij is oud geworden zonder het te
beseffen en hij heeft spijt over tal van kleine en minder kleine
zaken waar hij toch niets meer aan kan of wil veranderen.

George legt zich al snel neer bij de situatie. Hij brengt
niemand op de hoogte van zijn aandoening en blijft zijn leven
leiden alsof er niets aan de hand is. Op een avond, wanneer hij
terecht komt in een kleine stand-up comedy-club, maakt hij kennis
met Ira (Rogen), een jonge, nerveuze en goedhartige komiek die
George onmiddellijk bevalt. Wat hij nu net in hem ziet, is niet
duidelijk, maar hij neemt Ira al gauw aan om grappen voor hem te
schrijven en – vooral – om iemand te hebben om mee te praten. De
twee worden close en doorlopen samen enkele woelige maanden waarin
ze alles doorstaan van gebroken harten en gezamenlijke passies, tot
hervonden levensvreugde en wankele vriendschappen. Daarbij komt nog
een parade aan al dan niet hilarische nevenfiguren, odes aan de
nobele kunst van de stand-up comedy, losse scharrels, ware liefdes,
dick jokes, vagina jokes, fart jokes en
jokes over Australiërs.

De sfeer is van bij het begin opvallend gelaten, melancholisch
en droef. Adam Sandler bewijst na ‘Punch-Drunk Love’ andermaal dat
hij wel degelijk kan acteren en steelt de show moeiteloos als de
onfortuinlijke, lichtjes egocentrische, maar uiteindelijk toch
onvermijdelijk sympathieke George. ‘Funny People’ lijkt soms zelfs
niet over George, maar over Adam te gaan. De film geeft een
bijzonder pessimistisch, negatief beeld van het holle leven van een
celebrity in Hollywood en Sandler speelt zijn rol naturel,
open en eerlijk. Wanneer hij na een nietsbetekenende scharrel zegt
dat hij gewoon een interessant verhaal is voor die meisjes, iets om
te vertellen op feestjes, dan voél je zijn weggestoken
tristesse. Seth Rogen is hierbij veel minder op zijn
plaats. Op de momenten dat zijn rol zich beperkt tot schunnige
oneliners en vunzige grinnikgeluidjes is hij zoals steeds enorm
aangenaam om naar te kijken, maar in deze ‘Funny People’ dient hij
minder als comic relief en meer als het hart van de film. Misschien
dat hij wel potentieel heeft om ooit een echt dramatische rol aan
te kunnen – hij acteert hier zeker niet onverdienstelijk – maar
hier lijkt me dat net iets te vroeg. Hij slaagt er niet in om echte
emotionele diepgang aan zijn personage te geven, waardoor de
vriendschap tussen Ira en George nooit écht helemaal uit de verf
komt.

Bijrollen van Jason Schwartzman, Jonah Hill en Eric Bana zorgen
voor de beste oneliners. Vooral Schwartzman en Bana hebben enkele
oprecht hilarische scènes (Bana die de principes van het
Australische football uitlegt, is geweldig), maar toch is
ook hun rol vaak onduidelijk of overbodig. Nevenplots zoals die met
Ira en zijn buurmeisje, hebben helemaal niks te zoeken in deze film
en van veel scènes begin je je achteraf af te vragen wat hun nut nu
juist was. En daar komen we aan bij het grootste minpunt van ‘Funny
People’, namelijk haar epische speelduur van bijna tweeënhalf uur.
Twee. Uur. En Half. Meesterwerken als ‘There Will Be Blood’ of ‘The
Assassination of Jesse James’ kunnen zo’n speelduur rechtvaardigen,
maar bij deze zaten wij – eerlijk waar – al na een uur op ons
horloge te kijken.

‘Funny People’ duurt. En dúúrt. En blíjft maar duren! Met het
tempo op zich is niks mis, de prent gaat langzaam vooruit en baadt
je al snel in een heel specifieke, melancholische (daar is dat
woord weer) sfeer die nog lang in je kleren blijft zitten. Maar
narratief gezien schort er wel het een en ander. ‘Funny People’ is
eigenlijk drie of vier films. Qua thematiek, toon en simpelweg
verhaal springt de film van de hak op de tak, van hot naar
her en van daar naar ginder. Nu eens gaat het om George en zijn
grote liefde, dan weer om zijn mijmeringen over het verleden, dan
weer over zijn vriendschap met Ira, dan weer over zijn
filmcarrière, dan weer over zijn verkeerde keuzes, dan weer over de
flatgenoten van Ira, dan weer over de oppervlakkigheid van het
leven van grote sterren en ga zo maar door. Op den duur ben je dan
ook echt niet meer mee. Als de film een goeie drie kwartier korter
was geweest en Judd Apatow wat strenger voor zichzelf tijdens het
schrijven van het scenario, dan had ‘Funny People’ kunnen
uitgroeien tot een bescheiden cultpareltje. Nu blijft er alleen een
redelijk interessante, maar véél te lange, ongeconcentreerde
dramedy over die wij vooral qua sfeer zeker konden
pruimen. We hebben het al gezegd, Sandler is absoluut uitstékend en
de evolutie van George’s personage is meeslepend, maar trop is trop
en te veel is te veel.

Mensen maken (dezelfde) fouten, over and over again,
zijn koppig, en kunnen vaker dan je denkt – al dan niet bewust –
kwetsend uit de hoek komen, maar, weet je… it’s okay,
lijkt Apatow te willen zeggen, terwijl hij naar de tegenvallende
(anti)climax toewerkt. Ik denk ondertussen dat die mens zeker nog
wat in zijn mars heeft, alleen mag het volgende keer toch ietsje
meer zijn. ‘Funny People’ is soms geestig, soms mooi en steeds
doodeerlijk, maar tegelijk vaak saai, tegen het einde toe volledig
stuurloos en all in all behoorlijk schizofreen (wat wil je
nu nóg zeggen, Judd?!). Een verwarrende, nogal onbevredigende
cinema-ervaring dus, maar géén geheel onverdienstelijke.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in