Flight of the Conchords (Seizoen 1-2)




Nieuw-Zeeland, dat stuk ongerepte natuur in de Grote Oceaan waar elfen, hobbits en tovenaars nog vredig pink aan pink huppelen en je nog ongestoord op je blote voeten kan rondlopen… Meer dan wat ‘Lord of the Rings’ me geleerd heeft, weet ik er ook niet van. Gelukkig hebben de kiwi’s er sinds enkele jaren twee coole ambassadeurs bij om hun land wereldwijd een naam én vooral een stem te geven. Jemaine en Bret tonen met hun lichtjes briljante musicalfictiereeks ‘The Flight of The Conchords’ dat Nieuw-Zeelanders buiten langdradig episch ook best sexy, origineel en vooral dodelijk droogkomisch uit de hoek kunnen komen. Dan toch een last minute Flight met the Conchords? Yees, definitely yes.

Jemaine (Jemaine Clement) en Bret (Bret McKenzie) zijn vanuit Nieuw-Zeeland naar New York verhuisd om het er te maken als muzikaal duo. Ver zijn ze nog niet geraakt: ze hebben nauwelijks optredens en welgeteld één fan, Mel (Kristen Schaal), al telt die met haar stalkgedrag wel voor honderd. Murray (Rhys Darby) is cultureel ambassadeur van Nieuw-Zeeland in NY, maar managet tijdens zijn uren ook beginnende bands. Met de efficiëntie van een David Brent loodst hij de twee apathische zangers door de music scene en probeert hen hot te maken bij de Amerikaanse bevolking. Optredens zijn schaars, maar voor vriendschap en liefde blijft zo des te meer tijd over. En het schrijven van motherflippin‘ goeie songs natuurlijk.

De grens tussen feit en fictie is erg dun bij ‘Flight of the Conchords’. Vóór de twee met hun televisiereeks begonnen, waren Bret en Jemaine namelijk ook gewoon twee Nieuw-Zeelanders met dezelfde naam op zoek naar succes. De stand-upcomedians toerden eerst rond als zelfverklaarde “guitar-based digi-bongo acapella-rap-funk-comedy folk duo”, kregen daarna hun eigen radioprogramma bij de BBC en tekenden uiteindelijk voor de tv-reeks bij HBO. Een verovering van de wereld waar manager Murray alleen maar van kan dromen. De fictieve Jemaine en Bret zijn twee cool looking idiots die goeie songs schrijven, maar ze hebben één groot gebrek, namelijk zelfkennis. Bret (met de skinny jeans en beestjestruien) beseft niet welke aantrekkingskracht hij op vrouwen heeft, terwijl Jemaine (met de nerdy bril, het spleetje tussen de tanden en negerlippen) zichzelf dan weer overschat en denkt dat elke vrouw valt voor de heupkewiegbewegingen met zijn sugarlumps. De blauwtjes die ze oplopen geven vaak aanleiding tot het bedenken van hele leuke songs, alleen is van al dat talent op het podium weinig te merken: ze blijven steeds hetzelfde deuntje spelen, waarmee ze hopen ooit de wereld te veroveren.

Zo blijven de twee natuurlijk in cirkeltjes draaien. In elke aflevering gebeurt dan ook vrijwel hetzelfde: Bret en Jemaine houden een vergadering met Murray (met aanwezigheidsopname!), lopen tevergeefs achter een griet aan en zingen hun teleurstelling van zich af in hilarische muziekparodieën. Meer is het niet. De opzet van ‘Flight of the Conchords’ is helemaal niet zo ver gezocht, alleen heeft nog niemand het hen voorgedaan. Het is straf hoe ze met zo weinig ingrediënten en zoveel herhalingen toch nog zo verrassend uit de hoek blijven komen. Daar zit hun unieke deadpan humor wellicht voor iets tussen. Geen spek voor elke bek, maar hou je van de eigenzinnige quirks van Wes Anderson, de zelfbewuste ironie van Tenacious D en de ontwapenende klikklak tussen Bert en Ernie, dan zal je de uitgestreken-gezichten-gein van deze nerds ook wel kunnen smaken. En je kan bovendien vrienden en kennissen eindeloos vervelen met out of context-quotes die bij overtuigde Conchords-fans een lawine aan binnenpretjes zal veroorzaken.

De grootste troef van de serie zijn natuurlijk de muzikale uitbarstingen met bijpassende muziekclips die vaak ontploffen van knetterende creativiteit en originaliteit (zoek de Michel Gondry-aflevering!). Elke liedje is ofwel een geslaagde pastiche op een muziekgenre/groep of blinkt uit in visuele spielerei of grappige teksten. Het oeuvre waaruit ze de vruchten plukken, gaat breed, heel breed. Van The Pet Shop Boys (‘Inner City Pressure’) over Barry White (‘It’s Business Time’) tot boysband, r ’n b en musicals. Noem een muziekgenre en ze hebben het op z’n Conchords bewerkt. De liedjes vol doldwaze droge teksten (You’re so beautiful, You could be a part-time model, But you’d probably still have to keep your normal job), die soms niet meer vertellen dan wat er letterlijk gebeurt, bekken verrassend lekker en zijn heerlijk quotebaar en zelfs toepasbaar in het dagelijks leven. Als je bijvoorbeeld betrapt wordt op een traantje bij het heengaan van Michael Jackson, zeg je voortaan gewoon ‘I’m not crying, it’s just been raining on my face’ .

Bang dat onze vrienden na een seizoen uitverteld zijn? Dat is geheel onterecht. In het tweede seizoen loopt de geoliede machine nog vlotter, en zitten de songs nog beter in elkaar (let op de schitterende parodie op de meezingscène uit ‘Magnolia’, inclusief de 2:35-balkjes!). Maar vooral Rhys Darby is nóg grappiger en mag nog net iets meer scènes stelen. Nevenpersonages Murray en Mel krijgen steeds meer speelruimte. Mel, uiterlijk een Miranda July op speed met een eeuwig kusklaar halfopen mondje en natte tong knalt de klassieke groupiestereotypen aan diggelen en Murray laat nog ontelbare facetten van zijn superskills als onbekwaamde managerschap uit zijn geitensik (allemaal deel van het imago!) wapperen. Natuurlijk haalt niet elke aflevering het topniveau en valt ook de finale een klein beetje tegen, maar dan nog gniffel en grijns je all te way tot aan de definitieve(?) aftiteling. Nee, ondanks het hoge repetitieve gehalte, is dit een heerlijke serie die om de zoveel tijd opnieuw in de speler kan gedropt worden. Want die Bret en Jemaine, they like to rock the party!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in