Monsters Of Folk :: Monsters Of Folk

Als vier van de grootste namen uit de hedendaagse folkrockwereld de krachten bundelen, spannen de verwachtingen zich prompt strakker dan Freddy Dekerpel in zijn hilarische pak van Hole In The Wall. Helaas weet Monsters Of Folk, de plaat die Conor Oberst, Jim James, Mike Moggis en M. Ward samen opnamen, slechts bij vlagen te beklijven.

Niet alleen boven Sydney hangt er tegenwoordig raar spul in de lucht. Het regent de laatste tijd immers supergroepen. Tijdelijke allianties tussen gevestigde waarden zijn van alle tijden, maar dit jaar ligt de frequentie wel erg hoog. En vooral: de namen klinken immer als een klok op zondagmorgen. Jack White stampt, na The Raconteurs, samen met Allison "The Kills" Mosshart The Dead Wheather uit de grond; Josh Homme, Dave Grohl en John Paul Jones verenigen zich in Them Crooked Vultures en binnenkort verschijnt 7 Worlds Collide: The Sun Came Out, een gelegenheidssamenwerking tussen Neil Finn, Johnny Marr en leden van Wilco en Radiohead. Om over The Gutter Twins nog maar te zwijgen.

Klap op de vuurpijl van dit supergroephoogtij is Monsters Of Folk. Althans, zo leek het vooraf op papier. Na een gezamenlijke tournee in 2004 onder de briljant ogende bannier "An Evening with Bright Eyes, Jim James en M. Ward" besloten de hedendaagse grootheden van de folkrockwereld samen een plaat op te nemen, wanneer de gaten in de agenda’s het toelieten. Vijf jaar later ligt het resultaat van deze krachtenbundeling in de rekken en — het is niet onze stijl om rond de hete brij te draaien — deze lost de verwachtingen slechts zelden in.

In de tussentijd zaten de vier actoren niet bepaald stil. Conor Oberst en Mike Moggis maakten als Bright Eyes enkele sprankelende platen, vooraleer de eerste de groep ontbond en met wisselend succes onder eigen naam twee countryfolkplaten uitbracht. Moggis op zijn beurt zat in de studio achter de knoppen bij platen van zowel Ward als Oberst, maar ook bij Lightspeed Champion en een dozijn anderen. M. Ward grossierde dan weer in in tonnen retro gedrenkte folkalbums en nam met actrice Zooey Deschanel She & Him, Volume One op. Jim James tenslotte maakte van My Morning Jacket een van de belangrijkste Amerikaanse bands van het ogenblik, en bracht onlangs onder het alias Yim Yames een eerbetoon uit aan George Harrison.

Die laatste brengt ons naadloos bij de vraag die velen zich vooraf stelden: ontpoppen de Monsters Of Folk zich tot de Traveling Wilburys van de jaren 2000? De alliantie tussen George Harrison, Bob Dylan, Tom Petty, Roy Orbison en Jeff Lyne blijft tot op heden immers dé referentie in het lemma "supergroep". Het antwoord dringt zich al na de eerste luisterbeurten op: neen. Een doorgedreven vergelijking is potentieel voer voor een uitdiepende feature, wij leggen de vinger liever meteen op de zere wonde. Het grote manco hier is de afwezigheid van een Roy Orbison. Lijmde die op Traveling Wilburys, Vol. 1 met zijn magistrale stem de afzonderlijke delen moeiteloos aaneen, dan ontbreekt het hier flagrant aan cohesie.

Veel te vaak klinkt Monsters Of Folk — een plaat over God en de liefde, buren en vrienden, de dingen des levens, quoi — immers als een loutere optelsom van de afzonderlijke actanten. Ja, Conor Oberst roept in "Temazcal" gevat de herinnering aan vervlogen (Indianen)tijden op. Ja, in "Slow Down Jo" fluistert M. Ward ons inderdaad in een zalig mijmerende slaap. En ja, het gezamenlijk gezongen "Whole Lotta Losin’" (goeie titel, dat wel) dendert gezwind voort. Maar wisten we dat niet reeds na pakweg I’m Wide Awake And It’s Morning, Post-War of Obersts solodebuut? Ja dus.

Dé ster van deze plaat is zonder twijfel Jim James. Echt beklijven doen immers slechts die nummers waar de My Morning Jacket-frontman het laken naar zich toe trekt. Zo op opener "Dear God" bijvoorbeeld, met zijn soulvolle beat (getekend Mike Moggis), pijnlijk eerlijke teksten ("If your love’s still around / why do we suffer?") en adembenemende zang veruit het beste nummer op de plaat. Jammer dat dit niveau nadien nooit meer gehaald wordt. Ook in afsluiter "His Masters Voice" — zullen we het als een eerbetoon aan the Big O. opvatten? — toont James zich de onvervalste primus inter pares.

De vergelijking met de Galacticos van Real Madrid ligt bij het bespreken van Monsters Of Folk voor de hand: veel sterren, weinig efficiëntie, slechts bij vlagen kippenvel en nooit het gevoel dat er een echte groep aan het spelen is. En als u ons nu wil excuseren, wij halen Traveling Wilburys, Vol. 1 nog eens uit de kast.

De Monsters Of Folk slaan op 22 november hun tenten op in Antwerpen, ter gelegenheid van het Crossing Borderfestival.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in