Antichrist




Als er één ding is waar ze op het Filmfestival van Cannes nog meer van houden dan van film, dan is het wel van controverse. Het lijkt haast een ongeschreven regel te zijn dat er elk jaar minstens één prent vertoond moet worden waar de verzamelde pers en industriebonzen zich luidkeels over opwinden – een polemiek op tijd en stond is immers goed voor hart en bloedvaten, én voor de portemonnee van zowel de betrokken journalisten als de filmmakers in kwestie. Als Lars Von Trier met een nieuwe prent naar ginder trekt, is het meestal de zijne waar zo lelijk over wordt gedaan, en ook dit jaar stelde de Depressieve Deen niet teleur. Zijn nieuwste, ‘Antichrist’, is een psychologische horrorfilm die soms oncomfortabel fysiek wordt, en zorgde voor reacties die het hele spectrum omvatten van “briljant” en “geniaal”, tot “ziekelijk” en “gestoord”. Op de persconferentie na de eerste vertoning, werd Von Trier door een lichtjes overspannen Britse journalist gevraagd om zijn film te “verantwoorden”. Reactie van Von Trier: “Ik ben de beste regisseur ter wereld, ik hoef me niet te verantwoorden.” You gotta love the crazy bastard.

Het verhaal gaat over een naamloze man (Willem Dafoe) en vrouw (Charlotte Gainsbourg) wiens tweejarige peuter te pletter stort uit een raam op de tweede verdieping, terwijl zij liggen te vrijen (de onzachte landing van het kind vindt plaats op exact hetzelfde moment dat zijn ouders klaarkomen, jeetje). Kapot van verdriet dreigt de vrouw mentaal helemaal in te storten. Nadat ze een maand in een ziekenhuis heeft gelegen, beslist haar man, een psycholoog, om de touwtjes zelf in handen te nemen. Hij neemt haar mee naar huis, spoelt haar antidepressiva door het toilet en begint zijn eigen therapie met haar. Als deel van die therapie, neemt hij haar mee naar Eden, hun buitenverblijf in het midden van een van God verlaten bos, waar zij zich verleden zomer met hun zoontje terugtrok om aan haar thesis te werken. Waar ging die thesis over? Vrouwenvervolging tijdens de Middeleeuwen. Eens het koppel in Eden is aangekomen, duurt het niet lang voordat de depressie van de vrouw omslaat in fysiek geweld.

En het is natuurlijk over dat fysiek geweld dat er zoveel hetze is ontstaan. Yup, er zitten zeker beelden in ‘Antichrist’ die moeilijk te verteren zijn: Gainsbourg slaat met een blok hout op Willem Dafoe’s geslachtsdelen, waarna ze hem begint af te trekken (hoe Dafoe na die klap meteen weer een erectie kan krijgen, is mij overigens een raadsel). Aan het einde van die scène ejaculeert Dafoe bloed. Yummie. Maar dat is nog niets vergeleken met hét veelbesproken money shot van de hele film, waarin Gainsbourg – ik verzin niks – haar eigen clitoris afknipt met een schaar. Choquerend? Wel… Ja. In ieder geval provocerend. Maar we hebben het dan nog altijd wel over hooguit 30 seconden uit een film van 104 minuten – critici die een hele recensie lang Von Trier uitkafferen voor gestoorde sadist omwille van (voornamelijk) die twee scènes negeren dus per definitie die andere 103 minuten. Laten we dat nu eens niet doen.

Zoals wel meer van Von Triers films, leent ook ‘Antichrist’ zich tot verschillende interpretaties – op z’n meest elementair niveau gaat het gewoon over een vrouw die letterlijk waanzinnig wordt van verdriet, en haar man meesleept in haar waanzin. Maar daarmee kom je er niet – ‘Antichrist’ is een film die wemelt van de metaforen en verwijzingen naar een vrolijk clubje aan inspiratiebronnen, waaronder Nietzsche, Hieronymus Bosch (bekijk de affiche maar eens) en Andrei Tarkovsky, aan wie de film is opgedragen. Psychologisch realisme is duidelijk niet wat Von Trier voor ogen heeft, maar wat dan wel?

Een mogelijke sleutel ligt in een citaat uit de openingsscène van zijn tv-reeks ‘The Kingdom’. Elke aflevering daarvan begon met een proloog waarin gezegd werd dat het gevaarlijk is om het spirituele consequent uit te sluiten in het leven, ten voordele van het rationele. Datzelfde idee is doorslaggevend in ‘Antichrist’. Willem Dafoe is een psycholoog, een man van de wetenschap, die zijn eigen verdriet en dat van zijn vrouw volledig kapot analyseert. Hij maakt van haar rouw een psychologisch stappenplan, dat blijkbaar verholpen kan worden met oefeningen en rollenspellen. Hij rationaliseert alles wat zijn vrouw doet, voelt en zegt, om het op die manier een plaats te kunnen geven, om het logisch en inzichtbaar te maken.

Zijn vrouw daarentegen, heeft wel contact met haar eigen spirituele, irrationele kant. Als hij cultuur is, dan is zij natuur. En wat is cultuur anders dan het verdringen en rationaliseren van de natuur? Dat is stap één. Stap twee is inzien dat Von Trier deze film schreef tijdens een zware depressie, en dat de natuur voor hem dan ook absoluut niet mooi of positief is. In tegendeel, zoals een pratende vos (!) op een bepaald moment zegt: “Chaos reigns!”. Von Trier suggereert dat niet God, maar Satan de natuur heeft geschapen, dat de natuur (zowel de natuur die we buiten kunnen waarnemen als onze innerlijke natuur) van oorsprong slecht, gewelddadig en chaotisch is. Charlotte Gainsbourg kan dat feit onder ogen zien en accepteren, Willem Dafoe niet, omdat hij, tot op het einde, blijft proberen om het te verdringen met zijn verstand, met zijn wetenschap. De hele strijd tussen de man en de vrouw in het verhaal – eerst psychologisch, daarna op memorabele wijze fysiek – is dan ook niet meer of minder dan de strijd tussen cultuur en natuur, tussen het rationele en het spirituele.

Voor wie het nog niet door mocht hebben: de kans is klein dat ‘Antichrist’ ooit een kerstklassieker zal worden. De film is deprimerend, complex en bovenal oncomfortabel om naar te kijken. De choquerende beelden waar iedereen de mond van vol heeft, zijn kort en bovendien lang niet zo pervers als sommige dingen die te zien waren in ‘Saw’ en ‘Hostel’. Alleen creëert Von Trier hier een intense, claustrofobische sfeer die je langzaam maar zeker de adem beneemt. Tegen de tijd dat Gainsbourg haar schaar uit de schuif haalt, zit je al een hele tijd zo opgefokt als wat op het puntje van je stoel, niet door de gruwel, maar gewoon door de lugubere toon van de hele prent. De laatste 30 minuten van ‘Antichrist’ behoren tot de meest heftige die ik het voorbije jaar in een bioscoop heb meegemaakt, en dat heeft maar weinig te maken met de shock shots. De fotografie van meester-cameraman Anthony Dod Mantle doet daar veel meer aan: met diepe schaduwen, veel mist en poëtische slow motion weet hij een volledig unieke, afgezonderde wereld tot leven te roepen, die soms verdacht doet denken aan een sprookjeslandschap – maar dan wel één waarin Roodkapje gewoon door de wolf in duizend stukken zou worden gereten.

Ook de acteurs zijn effenaf geweldig: Dafoe en Gainsbourg moeten de klus helemaal alleen klaren – er zijn geen andere personages – en moeten zowel fysiek als emotioneel onrustwekkend diep gaan. Ik noem een acteerprestatie niet snel moedig, maar wat de twee acteurs hier doen, laat zich nauwelijks anders beschrijven. In een film die voorbestemd was om polariserend te werken, smijten ze zich helemaal, blijkbaar zonder aan de gevolgen te denken (hoewel ik instinctief nog meer compassie voelde voor hun body doubles, want die moeten potverdekke een zware job hebben gehad).

Je kunt proberen om de film te pakken op zijn inhoud, natuurlijk: mensen die Von Trier beschuldigen van misogynie of sensatiezucht hebben ergens wel een punt. Love it or hate it, maar er is één ding dat je absoluut niet mag doen, en dat is de film afrekenen op zijn gruwelscènes. De nay-sayers mogen zeggen wat ze willen, maar dit is wel degelijk een prent met inhoud, die weinig minder dan briljant geregisseerd en geacteerd is. Allen daarheen dus. Behalve de bomma en kinderen onder de zes jaar, die zou ik thuis laten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in