Inglourious Basterds




Twee jaar geleden riep de heer Quentin Tarantino luidkeelse
twijfels op over zijn eigen carrière toen hij ‘Death Proof’
afleverde, zijn helft van de ‘Grindhouse’-films. Mensen toch, wat
was dat? Een nest irritante grietjes liep meer dan een half uur te
kakelen vooraleer ze eindelijk van kant werden gemaakt door Kurt
Russell, waarna – hemel help ons – er een àndere nest irritante
grietjes werd bijgesleurd. Blijkbaar enkel omdat Tarantino zijn
eigen dialogen zo geweldig vond dat hij van geen ophouden wist.
‘Death Proof’ toonde een regisseur die in zijn eigen mythologie was
gaan geloven, die zich was gaan gedragen naar hetgeen men over hem
schreef. Veel critici waren toen al klaar om een groot kruis over
zijn carrière te trekken, maar ho een beetje: met ‘Inglourious
Basterds’ is het toch weer raak. Al meer dan tien jaar loopt de
Q-meister rond met het idee om een WO II-epos te maken, en
het resultaat was het wachten meer dan waard. Tarantino levert hier
sowieso zijn grappigste film af sinds ‘Kill Bill Vol. 1’, en
misschien wel zijn best geregisseerde sinds ‘Pulp Fiction’.

De “basterds” uit de titel zijn een groepje joods-Amerikaanse
soldaten die zo rond 1944 in bezet Frankrijk worden gedropt met de
simpele opdracht zoveel mogelijk nazi’s te vermoorden. Of zoals hun
leider, Luitenant Aldo Raine het zegt: “We’re in the killing
nazi’s business. And cousin, right now business is a-boomin’!’

Wanneer zowat de voltallige nazi-legerleiding, inclusief Hitler
zelve, in Parijs de première van een propagandafilm bijwoont, is
dat uiteraard een kans die de basterds niet mogen laten liggen.
Bonus: de eigenares van de bioscoop in kwestie is een joodse wiens
hele familie werd afgeslacht door nazikolonel Hans Landa (een
geweldige Christoph Waltz, wiens internationale carrière bij deze
grondig gelanceerd is). Zij heeft dus haar eigen redenen om de
filmvertoning niet zonder slag of stoot voorbij te laten gaan.

Leiders van de joodse goegemeente staan alweer op voorspelbare
wijze met het vingertje te zwaaien en veroordelen ‘Inglourious
Basterds’ als “jewish torture porn” of een ziekelijke
verdraaiing van de feiten. Dat Tarantino fameus met zijn klak naar
de geschiedenis smijt, valt inderdaad niet te ontkennen (dat
einde!), maar goed, als je de man z’n stijl nu nog niet kent, dan
zul je ‘m nooit kennen. Hij heeft hier namelijk helemaal geen film
gemaakt over de Tweede Wereldoorlog, maar over films over
de Tweede Wereldoorlog. Geen enkele seconde van ‘Inglourious
Basterds’ wordt verondersteld zich af te spelen in een nazi-bezet
Europa dat ooit bestaan heeft, maar in een fantasieversie daarvan,
die geïnformeerd werd door Amerikaanse men on
mission-
films, de spaghettiwesterns van Sergio Leone, Franse
nouvelle vague-films en ga zo maar door. Tarantino maakt
geen films over het echte leven, hij maakt films over films, en dat
is altijd zijn (toegegeven, enigszins gladde) excuus geweest om
zich niks te moeten aantrekken van het geweld of de moraliteit van
zijn prenten.

Dat meta-niveau waarop al zijn verhalen zich afspelen is ook
Tarantino’s grootste beperking: de man is geweldig goed in het
ophangen van een straf verhaal, maar in sé, jongens en meisjes,
heeft hij niks te vertellen. Hij zit niet met grote thema’s waar
hij zijn ei over kwijt wil, hij heeft geen demonen in z’n kop
zitten die er absoluut uitmoeten, nee: al zijn films gaan in
principe over hetzelfde – over hoe graag Quentin Tarantino wel
films ziet. Hij kan er nauwelijks één zien of hij wilt er een
hommage aan maken. Het is dan ook juist dat enthousiasme en
filmplezier dat zo aanstekelijk werkt en voor zijn
aantrekkingskracht bij het grote publiek zorgt.

En in ‘Inglourious Basterds’ is dat dus niet anders: heeft het
allemaal écht iets te betekenen? Nee. Maar het is wel weer een
fenomenaal vindingrijke, levendige liefdesbrief aan vrouwe cinema.
Het leuke is juist dat Tarantino niet blijft steken op het niveau
van hommage of parodie: zijn film werkt ook gewoon als wat het
pretendeert te zijn: een avontuurlijke oorlogsfilm van het kaliber
‘Dirty Dozen’ of ‘The Guns of Navarone’ (zij het dan met wat zeer
hedendaagse scalpeerpartijen er tussen gegooid). De openingssequens
is bijvoorbeeld meteen een razend spannende, 15-minuten durende
suspensescène waarin Tarantino de spanning minutieus opbouwt tot je
geen nagels meer aan je vingers hebt zitten. Op dat moment
registreer je misschien dat Tarantino Sergio Leone aan het imiteren
is in zijn stijl en de structuur van die scène, maar het neemt niet
weg dat het ook gewoon bloedstollend spannend is. Tarantino pikt
als de raven, maar al die dingen die hij jat van een ander, voert
hij vervolgens feilloos uit.

Hij schept er ook een duivels genoegen in de verwachtingen van
het publiek te ondermijnen, door belangrijke personages te laten
sterven, terwijl anderen, die in elke mainstream-versie
van deze film de pijp zouden uitgaan, dan weer blijven leven. Je
voelt op elk moment dat Tarantino zich bewust is van zijn publiek –
en meestal weet hij het te slim af te blijven. Het is overigens ook
verfrissend dat de popculturele verwijzingen, door de tijd waarin
het zich afspeelt, zich ditmaal beperken tot referenties naar
figuren als Leni Riefenstahl, G.W. Pabst en Emile Jannings.
Tarantino kan zich niet verliezen in lange monologen over Superman
of Madonna, wat helpt – want let’s face it, tegen de tijd
dat David Carradine aan het einde van ‘Kill Bill Vol. 2’ vijf
minuten had volgeluld over Clark Kent versus Superman, hadden we
het toch allemaal echt wel gehad, of niet soms?

In de hoofdrollen niets dan goed volk: Brad Pitt is hilarisch
als shitkicker Aldo Raine, een boer uit Tennessee met
weinig genuanceerde ideeën over het Duitse volk of de Italiaanse
taal (de beste gag van de film is een simpel
buon’giorno”, zoals hij dat uitspreekt). Mélanie Laurent,
een Franse actrice die de laatste paar jaar kleine rolletjes heeft
gespeeld in een aantal films (waaronder ‘De Battre Mon Coeur S’est
Arrété’ en ‘Indigènes’), ontpopt zich hier tot een ware ontdekking
als Shosanna, het wraaklustige joodse meisje – ze weet echte emotie
binnen te smokkelen in wat een clichérol had kunnen worden. Diane
Kruger wordt normaal gezien gebruikt als eye candy in
Hollywoodonzin, maar krijgt hier eindelijk de kans om effectief
eens te acteren. En dan is er nog Christoph Waltz als
nazi-villain Hans Landa, die met de hele film gaat lopen.
De man slaagt er in om zowel oprecht bedreigend te zijn, als
geweldig geestig (zijn repliek “that’s a bingo!” belooft
een klassieker te worden). Het kan niet anders of we zien hem
binnenkort de slechterik spelen in de helft van de Amerikaanse
filmproducties.

Yup, ‘Inglourious Basterds’ is een voltreffer. Toch
puntjes van kritiek? Tja, het blijft Tarantino, dus zal de
style altijd wel weer de substance moeten vormen.
Bij Tarantino spreek je over hoe hij filmt, niet over zijn
onderwerp, want die twee durven al wel eens hetzelfde te zijn.
Verwacht dus geen diepzinnigheden – mensen die Tarantino diepzinnig
vinden, hebben dat meestal enkel aan zichzelf te danken. En ja,
hier en daar had hij wel de schaar mogen zetten in een wat lang
uitgevallen dialoogscène (denk maar aan de lunch tussen Shosanna en
Joseph Goebbels). Maar wat dan nog? Dit is een plezierig, creatief
feest van een film, en een schitterende come back na
‘Death Proof’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in