Simone White :: Yakiimo

Net zoals Miguel Wiels niet de enige Vlaming is die piano kan spelen, zijn er nog andere vrouwelijke talenten dan bijvoorbeeld Chan Marshall die dat schaarse vrije plaatsje in het cd-kastje evenzeer verdienen.

Simone White, enchanté. Het kostte deze Amerikaanse slechts twee albums om te tonen dat je de wereld het best verandert door met het kleine te beginnen. Op debuut The Sincere Recording Company Presents Simone White en vooral opvolger I Am The Man wordt uitgepakt met het kleine lied, vooral dat soort dat een met open armen uitnodigende warme omhelzing vormt maar net zo goed een onderhuids prikken teweegbrengt. Dat soort waarbij de luisteraar eigenlijk een marionet in handen van de artiest is en teruggefloten wordt door een serieuze ruk aan de touwen wanneer het oog van de emotionele draaikolk waarin die eerste zich bevindt, eindelijk zichtbaar wordt.

De muziek van White wordt dus helemaal niet gekarakteriseerd door loeiharde drums of indrukwekkende gitaarsolo’s, maar wel door haar stembanden, die de luisteraar als een pasgeboren katje doen voelen dat versuft en bij het nekvel gegrepen de laatste seconden meemaakt tussen het antwoord en de vraag of het nu tegen de muur zal worden geslagen of toch de kans zal krijgen om verder te leven.

Een stem dus die White weet te gebruiken volgens de traditie van grootmoeders en bedovergrootmoeders: zoals een Marianne Faithfull de rook in een bruine kroeg kan doen ontstaan of een Nina Simone rechtvaardigheid laat geschieden op een plaat als Jazz As Played In A Exclusive Side Street Club. Was dat nog de rode draad die I Am The Man zo geweldig maakte, op haar nieuw album Yakiimo kiest White voor een aansluiting bij de liefelijkheid van contemporaine collega-artiesten als Laura Marling en Joanna Newsom. “Pretending to be myself again/Bunny in a bunny suit/Vampire with plastic teeth/Who in the world do I think that I am?” klinkt het in de voortreffelijke opener “Bunny In A Bunny Suit” en hiermee slaat de vertedering meteen toe, wit staartje of niet.

White neemt de luisteraar inderdaad mee als The White Rabbit langs melancholieke wegen in Wonderland: nummers over een onschuldige jeugdvriendschap (“Victoria Anne”), onontbeerlijk liefdesverdriet (“Baby Lie Down With Me”) en zelfs simpele country (“Train Song” & “Let The Cold Wind Blow”) passeren de revue. Het titelnummer “Yakiimo” is dan weer opgedragen aan Japanse eetkarretjes die een bepaald soort geluid creëren, en toont nog maar eens hoe White op plaat, als een Paul Snoek, schoonheid uit het banale weet te halen.

Het mes snijdt langs twee kanten: waar de vlijmscherpe kant nog uitblonk op I Am The Man, is het op Yakiimo de beurt aan de botte kant. Het onderhuidse prikken blijft met andere woorden achterwege waardoor de spiraal van vertedering soms te eentonig neerwaarts mag lijken. Let wel, lijken, want Yakiimo blijft niettemin een mooie plaat: haast je dus om het Japanse mannetje met de etenskar in te halen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in