Jarvis Cocker :: Further Complications

Jarvis Cockers tweede solospruit is een Siamese tweeling geworden. Half rockgod, half troubadour, samengehouden via de navelstreng van een discosong.

Nu de schaduw van Pulp langzaam maar zeker uit het zicht van de achteruitkijkspiegel verdwijnt, is het tijd voor Jarvis om een echt rock-‘n-rollleventje te beginnen. De welgemeende fuck you aan het adres van Live8 (“Cunts are still running the World”) was slechts voorspel. Jarvis zette recentelijk zowel vrouw als scheerapparaat bij het grof huisvuil. In een interview bekende hij luidop een nieuwe Labourregering niet te zien zitten en kreeg prompt Engelands politieke linkerhelft over zich heen. Maar vooraleer u hem overal op LDD-affiches dreigt te herkennen: Jarvis Cocker — cum baard — is nog steeds zo links als de backhand van Rafael Nadal.

Om de rock- 'n-rollpose ook muzikaal door te trekken, zette Jarvis voor deze “Further Complications” rockproducer Steve Albini (Nirvana en Pixies) aan de knoppen. Nadat de twee elkaar vorig jaar tegen het lijf liepen op het Pitchfork Music Festival, besloot Jarvis de rocktoer op te gaan, niet omdat het per se moest, gewoon 'cos I can. Op de titelsong hoor je meteen de gevolgen. Een welgemikte kopstoot in het gezicht van de consumptiemaatschappij. "Your life is just a carrier-bag. Over-fill it and the straps will snap”. Eerste single "Angela" is een goedkoop wijf, dat zich op elke gemiddelde rockplaat uit de jaren zeventig thuis zou voelen en het instrumentale "Pilchard" klinkt als M. Ward die net een Tommeke Boonen heeft gedaan.

Het is wachten op een eerste rust- en hoogtepunt met "Leftovers". Een Gainsbariaanse ode aan de liefde, geschreven met gitzwarte inkt, aangelengd met een flinke scheut zelfspot en een druppeltje ironie. "I met her in the Museum of Paleontology & I make no bones about it…" De contouren van een volgende ballad tekenen zich af door de wolk van weemoed die over “I never said I was deep (but I am profoundly shallow)” hangt. Wie echter even met de ogen knippert, herkent niet het silhouet van meester Serge, maar eerder een Britse Tony Clifton, die voor de Liefde met grote L enkel nog een dikke middenvinger overheeft. "No, I'm not looking for a relationship, just a willing receptacle." Vintage Jarvis, die zichzelf relativeert tot ver voorbij het absolute nulpunt. Cockers pen heeft met de jaren nog niks aan scherpte ingeboet en hij deinst er nog steeds niet voor terug dat te duchten wapen tegen zichzelf te gebruiken.

Wat Jarvis nieuwe rockpose betreft, kunnen we kort zijn: The pen is mightier than the guitar. De lyrics blijven langer op je trommelvlies gebrand dan de garagesound. Al is er altijd een uitzondering die de regel bevestigt. Beste song van het hele album is immers een rockschreeuw van formaat. "Fuckingsong" ejaculeert in een stoot van net geen drie minuten alle vunzige ambiguïteit die in Cockers gefrustreerde kop zit. Een facial die u niet licht vergeet.

Als het struikgewas op zijn kinnebak een graadmeter mag zijn, zit Jarvis met de moeder aller midlifecrisissen opgescheept. In plaats van zich een Harley aan te schaffen, probeert hij die met een in rock gedrenkte plaat van zich af te schrijven. En toch, als u dat laagje vernis weg krabt, ontdekt u de Jarvis we all know and love: een irritant baasje dat altijd het laatste woord heeft en net iets te slim is voor zijn eigen goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in