Eels :: Hombre Lobo

Ocharme, E! Het leven is al niet mals geweest voor de getroubleerde
songschrijver en dan moet de man nog eens een opvolger maken voor
Blinking Lights And Other Revelations‘, ’s mans
ultieme creatieve piek waarna enkel de afgrond kan loeren. Wat doet
een mens dan? ‘Hombre Lobo’ brengt ons het antwoord. Er zijn
namelijk nog altijd things the grandchildren should know.
We krijgen dan ook geen lamentaties over Magere Hein en familiale
ellende te horen, maar 12 songs over de pandemie die de Mexicaanse
griep een poepje laat ruiken: verlangen. Ook op ‘Hombre Lobo’ is E
een melancholisch schaapje, maar deze keer in een grove wolvenvacht
van perverse passie en hunkerende begeerte. Het levert dit keer
geen magnum opus op, maar wel een plaat die de leegte in het
post-‘Blinking Lights’-tijdperk behoorlijk weet op te vullen.

De vorige plaat van Eels was namelijk zo straf dat velen er de
prefix-ziekte van kregen. Niet onterecht, want wie dacht het beste
van Eels al gehoord te hebben, werd omver geblazen door een
muzikale autobiografie die ook nog eens alle stijlen uit E’s
discografie in de fruitpers goot. En toch is ‘Hombre Lobo’ niet
zomaar een armtierig addendum geworden, maar een nieuw en
volwaardig hoofdstuk in het lijvige verhaal van Eels. In een
bijwijlen koortserig en vunzig rockende plaat bewijst E namelijk
wat Metallica al langer wist: we zijn allen of wolf
and man
.

Het is dan ook geen toeval dat de plaat opent met het
hartstochtelijke gehuil van ‘Prizefighter’. E’s roedel is
verdwenen, maar het zelfvertrouwen is (voorlopig) gebleven:
I’ll break through any wall/Just give me a call/I’m a
dynamiter/I’m a prizefighter
‘, klinkt het resoluut in de
potige bluesrocker. Diezelfde coole, zij het wat verdorven
womanizer horen we terug in ‘Tremendous Dynamite’ en de eerste
single ‘Fresh Blood’, een song die bulkt van het soort ingehouden
hitsigheid waar Mauro Pawlowski een patent op heeft (inclusief
pervers lichtvoetige synth).

De lengte van E’s baard lijkt wel recht evenredig met het
rock-‘n-roll-gehalte van z’n sound (zie ook ‘Souljacker’). Ook in
andere songs schuren de gitaren namelijk hard tegen de genitaliën,
maar tussen de grofkorreligheid priemt al de frustratie van het
onvervulde verlangen. ‘Birds do it, bees do it/ I wanna do
it/the only thing we need to do/is get down to it
‘, smeekt E
in ‘Lilac Breeze’, maar de bevrediging blijft uit. In ‘What’s A
Fella Gotta Do’, kolkt het bloed gelijkaardig door de aderen, maar
de song zelf is iets te anemisch en clichématig om bij te
blijven.

Toch druipt het geil niet constant van de stevig beroerde snaren.
Net als op ‘Souljacker’ springen afgebeten, opgewonden rockers en
tragere songs haasje-over. In een nummer als ‘That Look You Give
That Guy’ valt E’s baardige masker af en ruimt z’n primitieve
sekshonger plaats voor hoofse melancholie. Dit hoogtepunt van de
plaat is dan ook van een tragische schoonheid: ‘That look you
give that guy/I wanna see/Looking right at me/If I could be that
guy/Instead of me/I’d be all I can be
‘, klinkt het
fatalistisch. Ook in ‘In My Dreams’, ‘My Timing Is Off’ en ‘The
Longing’ zijn er geen daisies in the galaxy te bespeuren,
maar zwarte gaten van onvervulde begeerte die de ziel
leegzuigen.

Een warrige bovenkamer, zwaar gemoed en heetgeblakerde
schaamstreek: op ‘Hombre Lobo’ vertoont E alle symptomen van de
chronische aandoening die verlangen heet. Die koortsige hartstocht
vormt echter de voedingsbodem voor alweer een indringende
Eels-plaat die zonder schaamrood op de wangen naast z’n voorgangers
kan staan. E lijkt nog steeds niet tot middelmatigheid in staat.
Dat het nog lang moge voortduren!

www.eelstheband.com
www.myspace.com/eels

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in