Che Part Two :: Guerrilla

’t Is verleidelijk om te denken aan de gemoedstoestand van
Steven Soderbergh en Benicio Del Toro toen ze, meer dan een jaar
geleden, in Spanje zaten om hun ambitieuze ‘Che’-tweeluik te
draaien. De twee vrienden moeten het gevoel hebben gehad dat ze de
hele Amerikaanse filmindustrie ferm te kakken aan het zetten waren,
en terecht. Grotendeels gefinancierd met Amerikaans geld, maakten
ze immers een ruim vier uur durend epos dat a) een positief beeld
schetste van een communist; b) nauwelijks actie bood; c) al
helemaal geen romantiek of seks liet zien; d) helemaal in het
Spaans gesproken was en e) maar zeer zelden openlijke emotie
toonde. Love it or hate it, maar ‘Che’ is een koppig
oncommerciële prent – een relatief ontoegankelijke art house
film
van 40 miljoen dollar. Gewoon het feit dat Soderbergh en
Del Toro hem gemaakt hebben gekregen, is al een tour de
force
op zich, en een bewijs dat creatieve mensen heel af en
toe toch kunnen winnen van geldschieters, wiens doel het is om een
film vooral zo lucratief mogelijk te maken.

Als project en als experiment (een anticommercieel epos, waarom
ook niet?) kan ‘Che’ dus tellen. Waarmee nog niet gezegd is dat het
ook noodzakelijk een goeie film is. Een tijdje geleden kwam deel
één, ‘The Argentine’ bij ons de zalen, waarin getoond werd hoe Che
Guevara, samen met Fidel Castro, de Cubaanse revolutie wist te
forceren. Het resultaat was vooral een erg respectabele
film, goed gemaakt en duidelijk uitstekend geresearcht, maar
eerlijk gezegd ook een beetje droog en langdradig. Deel twee heeft
de dubieuze eer om inhoudelijk als tegenpool te dienen voor ‘The
Argentine’, terwijl hij vormelijk en gevoelsmatig toch weer meer
van hetzelfde biedt.

De manieren waarop ‘Guerrilla’ een tegenpool van deel één vormt,
is het makkelijkste om uit te leggen. Soderbergh slaat immers
Guevara’s avonturen in de Congo over, om zich meteen te
concentreren op zijn gedoemde onderneming in Bolivië. In 1967 reist
de revolutionair naar dat Zuid-Amerikaans land af om er min of meer
hetzelfde te doen als in Cuba, acht jaar eerder. Samen met een
kleine groep soldaten begint hij een rebellenkamp in de jungle, dat
hij gebruikt als uitvalsbasis voor een lange gewapende strijd tegen
de corrupte regering. Maar waar hij in Cuba met open armen
ontvangen werd door de plaatselijke bevolking, blijkt in Bolivië
niemand echt op hem te zitten wachten. De boeren die hij tegenkomt,
hebben met moeite wat brood voor hem over en de regering wordt
ditmaal efficiënt gesteund door de Amerikanen. Guevara ploetert
hardnekkig verder, maar de hele operatie lijkt gedoemd vanaf het
begin. Hij wordt door de bevolking regelmatig verraden aan de
overheid, krijgt af te rekenen met ziektes en ook het moreel onder
zijn eigen soldaten is niet om over naar huis te schrijven. In
plaats van af te stevenen op een glorieuze overwinning, draait de
strijd van Che ditmaal steeds meer om schadebeperking dan om het
boeken van vooruitgang. Op tijd een slaapplaats en eten vinden
wordt na een tijdje al een overwinning op zichzelf.

In principe krijgen we dus veel scènes en situaties die
gelijkaardig zijn aan die uit ‘The Argentine’, maar dan
geherinterpreteerd als een downer van formaat. Opnieuw
sjokken Guevara en zijn mannen door een eindeloze jungle, maar
ditmaal weten ze zich niet te organiseren. Opnieuw zijn er
ontmoetingen met jonge rekruten (één van hen is pas 16), maar
ditmaal komen ze er meestal niet levend uit. Opnieuw zijn er de
schermutselingen met het leger, maar ditmaal hebben de
revolutionairen geen schijn van kans.

Conceptueel is dat erg boeiend: de twee delen zijn opgevat als
negatiefbeelden van elkaar – twee keer een gelijkaardig parcours,
maar met een heel andere bestemming. Het probleem met de film(s)
zit ‘m eerder in de manier waarop ze gelijk zijn aan elkaar. Want
hoe zeer Soderbergh ook zijn best deed om de verschillen in de
verhaallijnen tegen elkaar uit te spelen, ‘Che: Part Two’ blijft
toch duidelijk in het verlengde van ‘Part One’ liggen. Opnieuw
besteden de filmmakers ongelooflijk veel aandacht aan de
dagelijkse, praktische beslommeringen die horen bij het uitvechten
van een guerrillaoorlog. Eten zoeken, zere voeten verzorgen, wapens
binnensmokkelen, contact houden met de buitenwereld en ervoor
zorgen dat je niet simpelweg verdwaalt in het oerwoud – Soderbergh
is schijnbaar gefascineerd door al die dingen, en net zoals in ‘The
Argentine’ draait dat ook hier uit op lange scènes van soldaten die
marcheren of andere pragmatische, zelfs banale dingen doen.

De regisseur blijft zich ook verzetten tegen traditionele
psychologisering, zoals die zou plaatsvinden in quasi elke andere
speelfilm over dit onderwerp. Hij onderneemt geen enkele poging om
Che te “verklaren”. Hij peilt nergens naar zijn motivaties of
emoties. In navolging van ‘The Argentine’, is ‘Guerrilla’ eerder
een film die afstandelijk registreert, en het trekken van
conclusies vervolgens geheel aan de kijker overlaat. Over ‘The
Argentine’ schreef ik dat de prent aanvoelde als een “academische
verhandeling”, neutraal en onbetrokken, en grosso modo geldt dat
ook hier weer. De enige scène waarin enigszins op de emoties gemikt
wordt, is de executie van Che op het einde (die dan ook schitterend
in beeld werd gezet als een point of view-shot en verreweg
de beste sequens uit de beide films genoemd mag worden).

Dat alles leidt opnieuw tot een love it or hate
it-
film, die allicht eerder gesmaakt zal worden door
cinefielen dan het grote publiek. Omdat dit een ondergangsverhaal
is, is ‘Guerrilla’ inherent net iets dramatischer dan ‘The
Argentine’: we zien een man letterlijk naar zijn dood toelopen, en
ergens krijgen we de indruk dat hij dat zelf ook wel wéét. Piepend
en krakend van de astma zeult hij zichzelf door het oerwoud om een
revolutie op gang te brengen waar maar weinig anderen zin in lijken
te hebben – een besef waarvan we aanvoelen dat het ook wel
stilletjes onder zijn eigen hersenpan zit te knagen. Maar vergis je
niet: dit blijft, net als zijn voorganger, een trage film met
bitter weinig actie en ook vormelijk maar weinig stimuli. Er zit
nauwelijks een close-up in en ook de muziek wordt erg subtiel
gebruikt.

Het eerlijkste dat ik over het hele ‘Che’-tweeluik kan zeggen is
dat als je ‘The Argentine’ kon pruimen, ‘Guerrilla’ ongetwijfeld
ook je ding zal zijn. Ikzelf ben blij dat ik het gezien heb, maar
ik vrees dat er toch heel wat moed voor nodig zal zijn om er een
tweede keer aan te beginnen. Daarvoor is het net allemaal wat te
droog, wat te academisch en – als ik heel eerlijk mag zijn – ook
wat te saai. Ik heb enorm veel respect voor ‘Che’, maar ervan
houden, dat is te veel gevraagd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in