X- Men Origins :: Wolverine




We keken er nog harder naar uit dan naar de finaleplaats voor KV
Mechelen in de Beker, maar het kan blijkbaar niet elke week prijs
zijn. ‘X-Men Origins: Wolverine’, de eerste in wellicht een hele
reeks spin-offs/prequels/ geldklopperijen gebaseerd op de mutanten
uit het X-Men-universum, is niet het razende blockbusterbeest
geworden dat het had kunnen en moeten zijn. Wolverine – Hugh
Jackman gromt nog steeds met veel plezier oneliners uit zijn bek –
mag dan wel één van de coolste X-mannen uit de gemuteerde kliek
zijn (zelfhelende krachten, check, intrekbare klauwen,
double check, strak marcelleke, triple check),
écht boeiend kan je zijn oorsprongsverhaal niet noemen. De
intelligentie van Bryan Singers X-films kregen al een deuk bij
Brett Ratners inferieure, maar nog steeds amusante X-finale, maar
deze keer moet zelfs het opwindende fungehalte er grotendeels aan
geloven om de o zo tragische voorgeschiedenis van Wolfie uit de
doeken te doen. Wél goed nieuws voor de hardcore fans; de aders
tussen Jackmans imposante spieren staan zo onrustwekkend gezwollen
dat er ongetwijfeld een ‘X-Men Origins: Wolverine’s Veins’ in de
pijplijn zit. Snikt!

Na de nogal traumatische jeugdjaren en een kleine honderd jaar
oorlogje spelen (sfeervolle begingeneriek) komen James Logan
(Jackman) en halfbroer Victor Creed (Liev Schreiber) terecht bij
een nest huurling-mutanten onder leiding van kolonel Stryker (Danny
Huston slijmt er weer op los). Na al die jaren van zinloos geweld
komt Logan tot de vaststelling dat het wel eens welletjes is
geweest met het beest uit te hangen en trekt hij zich, samen met
zijn geliefde (Lynn Collins), terug tussen de Canadese bergen.
Wanneer de bliksem der tragiek toeslaat, biedt een op wraak beluste
Logan zich aan voor het geheime Weapon X-programma van Stryker,
alwaar hij na een kleine ingreep zal herrijzen als de Wolverine
zoals we hem graag hebben… pisnijdig en gewapend met
onverwoestbaar metaal door zijn lijf.

Altijd tricky, om het ‘waarom’ achter een iconisch
personage te achterhalen. Vraag het maar aan de hufters die er met
‘Hannibal Rising’ in geslaagd zijn om één van de meest memorabele
filmpersonages uit de filmgeschiedenis te verprutsen. Antiheld
Wolverine was altijd al het meest interessante en best werkende
personage in de X-Men-franchise, maar was het écht nodig om alle
details uit zijn getormenteerd verleden tot op het met adamantium
beveiligde bot uit te pluizen? Alsof we echt moeten weten dat hij
zijn lederen vestje van een boerke heeft gekregen. Kregen
we trouwens niet al voldoende hints over zijn ontstaan in ‘X2’, nog
steeds het hoogtepunt in de filmreeks? ‘X-Men Origins: Wolverine’
holt niet alleen het icoon nodeloos uit maar houdt zich ook een
kleine twee uur bezig met een overbodig verhaal dat alleen maar een
geforceerde, met inconsistenties geplaagde aansluiting zoekt met de
X-Men-trilogie. Zo mag altijd iemand eens komen uitleggen waarom
Sabretooth zijn eigen broer niet meer herkent aan het begin van de
eerste X-Men. Of krijgen we binnenkort ook nog een ‘X-Men Origins:
Sabretooth’ met alweer een fijn staaltje geheugenverlies als
lullige deus ex machina?

Maar ook al zie je de ontelbare plot flaws door de
vingers (wist je dat mutanten zonder problemen in eenvoudige
metalen kooien gevangen blijven zitten, ook de teleporteurs?), dan
nog stelt de film te vaak teleur omdat ‘Tsotsi’-regisseur Gavin
Hood weinig voeling heeft met het wereldje van de X-mannen. Zo werd
de mutantengemeeschap bij de vorige films altijd clever afgebeeld
als een minderheidsgroep en kreeg de fantasierijke lulkoek extra
lading door de relevante thema’s over onverdraagzaamheid en
discriminatie. In ‘X-Men Origins: Wolverine’ ontbreekt zo’n
maatschappelijk kader en ook de strijd van Wolverine met zijn
inner beast is te zwak uitgewerkt om een interessant thema
rond te bouwen. Uiteindelijk blijft de film dan maar steken op het
niveau van een wraakverhaaltje zoals Steven Seagal ze graag had
toen hij nog geen poncho’s moest dragen om zijn vetrollen te
verbergen, inclusief de clichés (lang geleden dan nog eens iemand
het tenenkrullende ‘I’m cold’ mocht kreunen bij het
sterven) en voorspelbare actiescènes.

En dat is misschien nog wel de grootse schok, op de heerlijke
trailer money shot met de helikopter na passeert er
nauwelijks een memorabel actietafereel of spectaculaire set
piece
. De eerste keer dat een woeste Wolverine het duel
aangaat met broertjelief biedt nog wat rauw geweld en ook de
adamantiumkuur knettert intens, maar daarna valt de film te vaak in
herhaling met weinig creatieve knokscènes. Om maar te zeggen dat
niks in de buurt komt van de showstoppers uit de vorige
afleveringen, waarvan Nightcrawlers aanslag op de president op
Mozarts ‘Dies Irae’ nog steeds ons favoriet X-standje is. De
mutanten zelf stellen ook teleur. De langverwachte introductie van
Gambit (een lieveling van de fans) is weinig relevant, maar ook de
andere nevenpersonages deden ons vooral verlangen naar meer
showy mutanten als Magneto, Mystique en Storm.

Is Wolverine’s solovoorstelling dan zo’n catastrofale train
wreck
geworden? Dat nu ook weer niet. Een fysiek
indrukwekkende Hugh Jackman is nog steeds perfect in de rol waarmee
hij doorbrak, terwijl een boosaardig grijnzende Liev Schreiber voor
het nodige weerwerk zorgt als nemesis Victor Creed. Hadden ze nu
eens stevig geknipt bij de andere mutanten (overbevolking blijft
een oud zeer in X-Men-films) en de love interest (wij missen Jean
Grey!) en de focus scherpgesteld op de broedervete, het had
ongetwijfeld een betere en vooral strakkere film opgeleverd. En dan
waren we tenminste gespaard gebleven van dubieuze castingkeuzes
zoals Ryan Reynolds (zou jij niet beter in komedies spelen,
makker?) en Will.i.am als een teleporterende Village
People-cowboy.

Het blockbusterseizoen is nog maar nauwelijks uit de
startblokken of de eerste sof is al gearriveerd. ‘X-Men Origins:
Wolverine’ is een routineus en bombastisch big budgetvehikel dat
net genoeg beweegt om niet te vervelen, maar over een paar maanden
wellicht alleen maar zal herinnerd worden als die grote zomerfilm
die vroegtijdig op het internet sukkelde. Al een geluk dat James
Tiberius Kirk en zijn kornuiten achter het hoekje staan om de
popcornzomer op warp speed te trekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in