Dood Paard :: Ritter Dene Voss

De voorstelling is nog niet begonnen, het publiek heeft zich in een gespannen stilte gehuld. Een minuut voor aanvang slaat plots het brandalarm aan het loeien. De toon is gezet voor een hilarische avond theater.

Dat er rook moest zijn, want Dood Paard brengt Thomas Bernhards Ritter Dene Voss in een kitchdecor dat uit de Soundmixshow is weggewandeld. Hier in hun living voeren de drie personages hun grote show op. De grote spilfiguur daarin is de twintigste-eeuwse filosoof Ludwig Wittgenstein, die in de psychiatrische instelling het Steinhof zijn filosofische werken bij elkaar schrijft, maar nu door een van zijn zussen terug naar huis is meegenomen. Veel rust om na te denken, vindt hij daar echter niet: als kippen vechten zijn twee zussen om de incestueuze aandacht van opperhaan Ludwig. Die is echter in weinig tot niets geïnteresseerd, en al helemaal niet in het slechte theater dat zijn zussen voor hem opvoeren. Te midden van filosofische bespiegelingen en tot mislukken gedoemde pogingen om het huis te verlaten en terug te keren naar het Steinhof, ontvouwt zich een familiestamboom die in elke twijg verrot is. Het is niet gemakkelijk om rijk te zijn.

Naast de familie Wittgenstein is er in Ritter Dene Voss een grote rol weggelegd voor het theater. Niet alleen zijn de twee zussen dankzij papa’s geld actrices geworden aan het fenomenale Josephstadttheater, ook voor elkaar en voor Ludwig wordt continu een toneeltje opgevoerd. Dood Paard wentelt zich maar al te graag in dit metapoeltje. Het theatrale wordt doorgetrokken in de acteerstijl, waardoor de acteurs constant balanceren op de grens tussen natuurlijk spel en hysterie. Zo ontwricht als de familie is, zo ontwricht raakt ook het toneeltje dat erin wordt opgevoerd.

Een schitterende scenografische vondst van Dood Paard is hoe het op- en afgaan van de acteurs via een spiegelende glijbaan een volledig nieuwe dimensie krijgt. De theatrale manier waarop actrices Manja Topper en Femke Heijens naar boven moeten lopen of juist naar beneden komen gegleden, meestal nog als volleerde showdanseressen met de armen in de lucht, weerspiegelt treffend de theatraliteit in de familie Wittgenstein. En als dan de grote man Ludwig zijn naar beneden schuivende entree maakt, worden alle middelen ingezet om er een uniek evenement van te maken: dans, muziek en als kers op de taart een discobol. Kwamen wij ’s ochtends zo ook maar uit bed. Ludwig zelf echter heeft de pest aan al dit overdreven gedoe. Toch kan hij er zich niet van weerhouden eraan mee te doen. Met veel misbaar loopt hij naar de deur, maar deze ook daadwerkelijk achter zich dichtdoen, lukt niet. Deze waanzin wordt prachtig vertolkt door Benny Claessens.

Typisch voor Thomas Bernhard is dat onder de prikkelende humor een gitzwarte levensvisie verstopt zit. Met eenvoudige middelen haalt Dood Paard het trieste van de hele gezinssituatie naar boven: de acteurs schilderen elkaars gezichten wit, en tekenen met zwart dikke wenkbrauwen en een heleboel rimpels op elkaars gelaat. De personages worden oud, heel hun leven zitten zij al vast in deze perverse situatie en nooit zullen zij eraan kunnen ontsnappen. Dit besef geeft deze hilarische komedie een heerlijk wrang kantje.

Ritter Dene Voss werd door Bernhard genoemd naar de drie acteurs voor wie hij het stuk schreef. Het is moeilijk in te denken dat Ritter, Dene en Voss zich evenveel hebben geamuseerd in hun spel als Claessens, Heijens en Topper. Tussen hun heerlijke hysterie door wordt er veel gezegd over theater en kunst in het algemeen, over idolatrie, over rijk zijn, kortom over de ietwat verveelde staat van zijn waarin de hedendaagse, westerse mens verkeert. Het stuk heeft echter zo’n vaart dat je geen tijd krijgt om daar veel over na te denken. Maar misschien kan dat achteraf wel, op een mooie doorregende middag in bed.

Ritter Dene Voss is nog tot 1 mei op tournee in Vlaanderen en Nederland.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in