Vic Chesnutt + Elf Power :: 25 maart 2009, De Kreun

In Kortrijk kunnen ze mooi een feestje op voorhand de nek omwringen. Bijvoorbeeld door Vic Chesnutt in een hypergestileerde (en wellicht overgesubsidieerde) concerthall met zittend publiek te programmeren. Of door hem de weed op zijn rider te weigeren.

Platenfirma’s hebben er bovendien iets op gevonden om hun onbedaarde en gekke singer-songwriters in te tomen. Zoals Daniel Johnston onlangs in de Vooruit werd bijgestaan door het irrelevante John Dear Mowing Club, zo ruggensteunt het onbekende en onbeminde Elf Power de onberekenbare Vic Chesnutt. Helaas openen de R.E.M.-epigonen uit Athens, Georgia zelf de avond met een eigen set. Een klein uurtje illustreren ze het eeuwenoude adagium dat de oude Grieken lanceerden: “voorprogramma = stoorprogramma” en nergens kwamen ze daarbij tot diepere inzichten waarom ze ooit een groepje hadden opgericht. Elf Power beschikte over een frontman met het charisma van een otter, bracht op het podium de energie voort van overrijpe aardappelen op een hoopje en had met “An Old Familiar Scene” slechts één song die de vaak voor een halve seconde kon verdrijven.

Stating the obvious: Elf power is A Silver Mt. Zion niet. Maar hoewel hun eigen songs slaapverwekkender waren dan een tseetseevlieg, volbrachten ze uiteindelijk met verve hun enige raison d’être: ze begeleidden Vic Chesnutt feilloos en het is zeker Elf Powers verdienste dat de grofkorrelige bard braafjes tussen de lijntjes kleurde. Toen hij aan zijn set begon, kwam Chesnutt, zichtbaar geïrriteerd door de burgerlijke setting van de Kortrijkse zaal, al mompelend aangerold: “I want weed”! Maar Elf Power verbaasde door snoeihard “Mystery” in te zetten, de openingstrack van hun gezamelijke album “Dark Developments”. De avond werd op dit eigenste moment interessant.

Hoewel hij ieder nummer als “a sad song” aankondigde, schudde Chesnutt verbijsterend frisse tracks uit zijn lijf. De samenwerking met Elf Power brengt Chesnutt, na de complexe en experimentele songstructuren op het fenomenale North Star Deserter, blijkbaar weer tot de essentie van zijn songschrijverschap. Voor “And How”, “Teddy Bear” en “We are Mean” keert hij terug naar de bronnen van zijn vroeger solowerk: half predikend en half lamenterend zijn pijlen richtend op de hartstreek waar ook Mark Eitzel en Grant Lee Buffalo resideren.

De nieuwe songs mogen dan wel toegankelijker zijn dan Chesnutts vorige werk, nergens worden ze domweg goedkoop of simpel. De teksten zijn immer vindingrijk (“Bilocating Dog” vertelt het verhaal van een hond die volgens zijn baasje op twee plaatsen tegelijk kan zijn), behendig (“Phil the Fiddler” zet John McCain’s verkiezingsstunt Joe The Plumber in zijn hemd), en persoonlijk (de bespiegelingen in “Old Hotel” worden gefilterd door Chesnutts “lousy liver”). En de ruwe songsmid beschikt bovendien over de gave om met een enkele song een amalgaan van sferen en emoties op te roepen waar Peter Verhelst 700 bladzijden voor nodig heeft. Bijvoorbeeld met afsluiter “Independence Day”: “future stepped into my field/ and turned it into an empire/forefathers where are you know?/ the dust it is a-settling on my furniture”.

Voor twee bisnummers kwam Vic Chesnutt terug. En terwijl hij “Dodge”, op Drunk uit 1993, zat af te haspelen, bedacht ik dat ook Vic Chesnutt op twee plaatsen tegelijk aanwezig kan zijn. Fysiek stond hij dan wel op het podium van de veel te cleane zaal in Kortrijk, maar in zijn hoofd speelde hij gitaar in een groezelige en doorrookte bar ergens in het zuiden van Amerika. In mijn hoofd zat ik dan weer weemoedig met Vic Chesnutt mee te knikken aan de zijde van Liz Phair, Marrianne Faithful en PJ Harvey. Er bestaan goeie middelen om avonden als deze boeiend te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in